Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Aanvrager echo doet vaak geen lichamelijk onderzoek
Bij meer dan de helft van de aanvragen voor diagnostische echografie heeft de verwijzend arts vooraf geen lichamelijk onderzoek verricht. Dat blijkt uit onderzoek van de afdeling Radiologie van het UMC Groningen. Basisarts Andreea Pavel: “Wanneer het beschreven lichamelijk onderzoek bij meerdere polibezoeken identiek is, begin je je af te vragen of het wel écht heeft plaatsgevonden.”
Toen Pavel voor haar verdiepingscoschap zes weken meedraaide op de Groningse radiologieafdeling, zag ze dat er nogal wat schortte aan de echoaanvragen. “Er was weinig structuur en vaak ontbrak belangrijke informatie, zoals de bevindingen van het lichamelijk onderzoek. Soms was er zelfs geen duidelijke vermelding van wat de radioloog precies moest beoordelen.” In haar masterthesis onderzocht ze of het achterwege laten van lichamelijk onderzoek vóór het aanvragen van diagnostische echografie invloed heeft op het klinisch redeneervermogen van de verwijzend arts of op de diagnostische opbrengst van de echo.

“Antwoorden van patiënten kwamen regelmatig niet overeen met wat de arts in het dossier had genoteerd”
Basisarts Andreea Pavel
Prospectieve studie
Aan de prospectieve studie namen 302 patiënten deel die waren verwezen voor diagnostische echografie in de periode december 2024-april 2025. Na de echo werd hun gevraagd of hun eigen dokter lichamelijk onderzoek bij hen had verricht. “Aanvankelijk stelden we deze vraag vooral om patiënten meer bij de studie te betrekken. Maar binnen een paar dagen merkte ik dat hun antwoorden regelmatig niet overeenkwamen met wat de arts in het dossier had genoteerd”, vertelt Pavel. “Het kan natuurlijk voorkomen dat artsen vergeten iets te noteren, maar wanneer het beschreven lichamelijk onderzoek bij meerdere polibezoeken identiek is, begin je je af te vragen of het wel écht heeft plaatsgevonden.”
Bij 56% van de patiënten bleek geen lichamelijk onderzoek te zijn gedaan voordat de aanvraag was ingevuld. Arts-assistenten verrichtten vaker wél een lichamelijk onderzoek dan medisch specialisten, net als artsen van de afdeling Chirurgie en huisartsen (vergeleken met niet-chirurgische aanvragers). Ook bij een nieuwe klacht of een aanvraag voor hoofd-halsechografie was vaker lichamelijk onderzoek verricht. In een univariate analyse was het weglaten van lichamelijk onderzoek gerelateerd aan een iets lagere kwaliteit van het klinisch redeneren van de verwijzer. Daarnaast was er een trend voor een relatie tussen het ontbreken van lichamelijk onderzoek en een lagere diagnostische opbrengst. Na correctie voor confounders waren beide verbanden echter niet statistisch significant. Pavel: “Ik denk dat dit kwam door het grote aantal andere variabelen en doordat deze studie in een academisch ziekenhuis was uitgevoerd.”
“Patiënten gaven aan dat lichamelijk onderzoek laat zien dat er daadwerkelijk aandacht is voor hun klachten”
Arts-patiëntrelatie
Gevraagd of artsen voortaan geen lichamelijk onderzoek meer hoeven te doen voordat ze diagnostische echografie aanvragen, zegt Pavel dat ze daar geen voorstander van is. Volgens haar heeft het zeker meerwaarde, bijvoorbeeld voor de arts-patiëntrelatie. “Veel patiënten in het onderzoek gaven aan het persoonlijke contact te missen en het gevoel te hebben dat lichamelijk onderzoek laat zien dat een arts daadwerkelijk aandacht heeft voor hun klachten.”
De noodzaak of wenselijkheid van lichamelijk onderzoek hangt volgens haar onder meer af van het medisch specialisme. “Op een echo is bijvoorbeeld zeker te zien of een pees gescheurd is. Maar je moet ook weten welke bewegingen pijnlijk of beperkt zijn om tot een juiste diagnose te komen.” Bij buikklachten daarentegen is het vaak moeilijk om tijdens lichamelijk onderzoek specifieke bevindingen te verkrijgen, stelt ze. Een nieuwe klacht is ook reden voor lichamelijk onderzoek, om het uitgangspunt vast te leggen. Maar bij echografie voor follow-up of surveillance voegt herhaald lichamelijk onderzoek volgens Pavel weinig toe. Ze benadrukt dat medisch specialisten zelf goed weten wanneer lichamelijk onderzoek is geïndiceerd en wanneer niet.
“Je geeft goede overdrachten aan andere specialisten, dus waarom niet aan de radioloog”
Efficiëntie versus volledigheid
Pavel werkt momenteel als anios op de afdeling Spoedeisende Hulp van het Ommelander Ziekenhuis Groningen in Scheemda. Nu ze zelf aanvragen voor radiologisch onderzoek schrijft, zorgt ze ervoor dat deze duidelijk en volledig zijn. “Een aanvraag is een overdracht aan de radioloog. Je geeft goede overdrachten aan andere specialisten, dus waarom niet aan de radioloog?”
Ze ziet haar bevindingen vooral als een startpunt voor een kritische beschouwing van het diagnostische proces. “We bevinden ons momenteel in een interessante overgangsperiode in de geneeskunde. We komen uit een traditie waarin de arts-patiëntrelatie en het lichamelijk onderzoek centraal stonden. Nu bevinden we ons midden in een technologische evolutie waarin beeldvormend onderzoek een steeds grotere rol speelt. Als de ervaring leert dat een bepaald onderdeel weinig nieuwe informatie oplevert en moderne technologie datzelfde antwoord sneller en betrouwbaarder kan geven, is het logisch om dat te benutten. Tegelijkertijd moeten we voorkomen dat radiologen door onvolledige aanvragen extra werkdruk ervaren. Het draait dus om het vinden van een evenwicht: verlaging van de werkdruk zonder verlies van diagnostische kwaliteit.”
Referentie: Pavel AM, et al. Physical examination before diagnostic ultrasonography: Alive and kicking or a relic of the past? Eur J Radiol. 2025:193:112431.
Beatrijs Lodde
