DOQ

‘Aap, Noot, Nier’: urologie voor laaggeletterden

Om informatie over urologische behandelingen beter uit te leggen aan laaggeletterden en mensen met lage gezondheidsvaardigheden bedacht uroloog Michael van Balken tien jaar geleden de Aap, Noot, Nier-folders. Nu werkt hij aan vergelijkbare methodes die deze mensen helpen gegevens over hun aandoening correct te verzamelen.

De start van het ‘Aap, Noot, Nier’-project vond zijn oorsprong in het toevallig samenvallen van drie zaken in 2015, blikt Van Balken, werkzaam in het Rijnstate ziekenhuis, terug. “Ten eerste, de patiënt die tijdens het consult heel eerlijk tegen mij zei: ‘Dokter, ik kan niet lezen en niet schrijven. Houdt u daar rekening mee?’ Ten tweede, de komst van een nieuwe collega, Florine Schlatmann, inmiddels uroloog in het Spaarne Gasthuis. Net als ik was zij geïnteresseerd in medische informatievoorziening voor laaggeletterden. Bovendien was zij bevriend met illustrator Jana Vis. Al pratende kwamen we op het idee de medische informatie voor laaggeletterde patiënten te presenteren in een handvol afbeeldingen met korte bijschriften.”

“Laaggeletterden wilden ons materiaal graag in hun lessen testen”

Uroloog Michael van Balken

Taallessen

En ten slotte was er nog de Uro-oncologieprijsvraag, ter waarde van 20.000 euro, voor een plan dat met beperkte middelen grote winst voor urologische patiënten zou kunnen opleveren. Verwijzend naar de aloude leesplank dienden Van Balken, Schlatmann en Vis hun idee in onder de naam ‘Aap, Noot, Nier’. Ze sleepten de prijs in de wacht en konden aan de slag met de concrete uitwerking van hun plan. “Daarvoor hebben we meteen contact gezocht met Stichting Lezen en Schrijven, die strijdt tegen laaggeletterdheid in Nederland. En, door aan te kloppen bij taallessen, met de laaggeletterden zelf. Zij wilden ons materiaal graag in hun lessen testen en met ons bespreken.”

“Vanuit je eigen belevingswereld is het heel lastig om in te zien welke zinnen voor een ander wel of niet te begrijpen zijn”

Regelmatig verrast

Met name dat laatste was van groot belang, weet Van Balken nu. “Vanuit je eigen belevingswereld is het heel lastig om in te zien welke zinnen voor een ander wel of niet te begrijpen zijn. Of anders worden begrepen dan ze bedoeld waren. Zo werd door sommigen in de zin ‘Die tumor haalt de uroloog weg’ niet de uroloog, maar de tumor als onderwerp van de zin opgevat. Kortom, we werden regelmatig verrast door potentiële onduidelijkheden in onze teksten.” Desondanks lukte het relatief snel om voor diverse uro-oncologische onderwerpen beeldfolders te ontwikkelen. “Daarbij zijn we al snel modulair gaan werken. Plaatjes met uitleg over de voorbereiding van een ingreep (bijvoorbeeld nuchter zijn) of leefregels na afloop (bijvoorbeeld niet zelf autorijden) zijn vaak bij meer dan één ingreep van toepassing.”

Nu ook animatiefilmpjes

De beeldfolders vielen al snel in de smaak bij de doelgroep en zijn inmiddels onder andere via de website van de Nederlandse Vereniging voor Urologie beschikbaar. “Aanvankelijk vroegen we ons af aan welke patiënten we de beeldfolders moesten uitdelen. Toen echter ook de niet-laaggeletterden enthousiast reageerden op de folders, besloten we ze aan iedereen uit te delen, naast de klassieke informatiefolders.” Aanvullend op de beeldfolders hebben Van Balken en collega’s nu ook animatiefilmpjes over de uro-oncologische ingrepen gemaakt. Hierin vertelt een voice-over aan de hand van dezelfde beelden als in de folder wat de ingreep voor de patiënt gaat betekenen.

“Een geanimeerde instructie helpt laaggeletterden bij het correct invullen van een plasdagboek”

Vragenlijsten

De volgende stap in het ‘Aap, Noot, Nier’-project is laaggeletterden en mensen met lage gezondheidsvaardigheden niet alleen te voorzien van begrijpelijke medische informatie, maar hen ook te helpen als de uroloog informatie van hen nodig heeft. Van Balken: “Patiënten moeten vaak voorafgaand aan een consult vragenlijsten invullen en soms ook een plasdagboek bijhouden. Laaggeletterden hebben hier grote moeite mee. Ook daarvoor ontwikkelen we nu aangepast informatiemateriaal. We hebben onlangs kunnen aantonen dat een geanimeerde instructie laaggeletterden helpt bij het correct invullen van een plasdagboek.1

“Het is helemaal mooi als de aangepaste informatie leidt tot een beter resultaat van de ingreep”

Promotieonderzoek

Kortom, zowel bij het geven van uitleg aan laaggeletterden over urologische behandelingen als bij het verzamelen van benodigde informatie van de patiënten, kunnen beeldfolders en animaties leiden tot beter begrip. “De ultieme stap is nu om in een onderzoek aan te tonen dat het gebruik van dit aangepaste informatiemateriaal ook leidt tot betere klinische uitkomsten bij deze patiënten”, zegt Van Balken. “Want het is natuurlijk fijn dat een patiënt beter begrijpt wat er allemaal gaat gebeuren en welke informatie de dokter van hem of haar nodig heeft, maar het is helemaal mooi als dat ook leidt tot een beter resultaat van de ingreep. Bijvoorbeeld dat het risico op een bepaalde complicatie afneemt. Dat is uiteraard lastig, maar Florine Schlatmann probeert dit in haar promotieonderzoek aan te tonen.”

Referentie: Schlatmann FWM, et al. Op weg naar een ‘animictielijst’? Geanimeerde instructie verbetert het begrip van hoe een plasdagboek moet worden ingevuld. Tijdschr Urol. 2024;14:98-102.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?

‘Leren reanimeren doe je altijd voor een ander, nooit voor jezelf’

Burgerhulpverleners starten in Nederland het merendeel van de reanimaties bij een hartstilstand, maar hun aantal is nog onvoldoende. Leonie van der Leest: “Zorgverleners kunnen mensen hierop attenderen: leer reanimeren, je redt er mensenlevens mee.”

Rechtvaardigheid als kompas voor medisch onderzoek

Wie profiteert van medische innovaties? Wie kan meedoen aan onderzoek en wie blijft buiten beeld? Rieke van der Graaf onderzoekt hoe medisch onderzoek zo kan worden ingericht dat het niet alleen vooruitgang oplevert, maar ook rechtvaardig is.

‘Houd het gesprek over cannabis­gebruik bij medische klachten open’

Veel patiënten gebruiken cannabis bij medische klachten, maar halen dit niet via de apotheek. Pieter Oomen vertelt over de barrières die ervaren worden en doet enkele aanbevelingen. “Een van de barrières is het stigma dat bij artsen vaak nog leeft rond cannabis.”

Wanneer klachten eigenlijk een zingeving­svraag zijn

Huisarts Richard Hoofs ziet in zijn praktijk regelmatig mensen bij wie medische verklaringen ontbreken, maar het lijden duidelijk aanwezig is. Volgens hem ligt onder die klachten vaak een vraag die in de spreekkamer nog weinig gesteld wordt: waar leef je eigenlijk voor?

AI-model voor SEH werkt goed, maar wordt niet gebruikt

AI kan op de SEH goed voorspellen welke patiënten een hoog sterfterisico hebben. Toch ondervonden Paul van Dam en William van Doorn dat artsen de voorspelling nauwelijks gebruiken. “We moeten leren om AI-modellen te ontwerpen die beter zijn afgestemd op de gebruikers.”

‘Sta eens vaker stil en reflecteer’

Veel artsen lopen vast op vragen over werkdruk, keuzes en werk-privébalans. Shirin Bemelmans-Lalezari pleit daarom voor meer reflectie en open gesprekken over twijfels in de medische loopbaan. “Juist de eigenschappen die veel artsen delen, kunnen later in de weg gaan zitten.”

Casus: jonge vrouw met toenemende buikpijn

Een 27-jarige vrouw bezoekt de Spoedeisende Hulp vanwege sinds 24 uur toenemende buikpijn. De pijn begon centraal in de buik, maar is inmiddels verplaatst naar rechtsonder. Wat is uw beleid?

‘Voor dak- en thuislozen zet ik graag een stapje extra’

Dak- en thuislozen vragen om meer dan een standaardconsult, ervaart huisarts Laura de Jong. Ze beschrijft hoe laagdrempelige straatzorg, volharding en kleine gebaren het verschil kunnen maken bij complexe problematiek. “Soms is één ‘fuck off’ minder al winst.”

Verder zoeken bij onverklaarde klachten

Wat doe je als alle diagnostische sporen doodlopen? Tonnie van Kessel en Charles Verhoeff vertellen hoe de artsen van stichting De Witte Raven blijven zoeken naar verklaringen voor onverklaarde klachten. “We draaien op donaties, subsidies en veel onbetaalde inzet.”