Afbouwen IVIg bij niet-actieve CIDP: doe regelmatig stoppoging

mm
Koen Scheerders
Redactioneel,
29 juni 2021

Patiënten met niet-actieve CIDP kunnen baat hebben bij afbouwen van hun therapie met IVIg. Dat is de conclusie van onderzoek van onderzoekers van het Amsterdam UMC. Volgens de onderzoekers zouden behandelaars hun patiënten moeten blijven monitoren, en regelmatige stoppogingen moeten doen.

Chronische inflammatoire demyeliniserende polyneuropathie (CIDP) is een ontsteking van myeline rond de zenuwen, waardoor deze signalen naar spieren en hersenen niet meer worden doorgegeven. CIDP treft jaarlijks 30 tot 100 Nederlanders. Zij kunnen in de loop van twee maanden klachten ontwikkelen, die lijken op het Guillain-Barré-syndroom: ze variëren van krachtverlies en gevoelsstoornissen in de extremiteiten tot verlamming. Waar de ziekte bij de ene patiënt verergert, kan de ander spontaan herstellen. Toch zijn bijna altijd restverschijnselen merkbaar.

Uitdoving

Een van de weinige beschikbare behandelingen is een onderhoudsbehandeling met intraveneus IgG (IVIg), waarmee het immuunsysteem, en dus de chronische ontsteking, wordt onderdrukt. Deze behandeling is effectief en kan leiden tot uitdoving van de ziekte. Maar omdat IVIg bijwerkingen kan geven en kostbaar is, is de vraag of bij alle CIDP-patiënten zo’n onderhoudsbehandeling nodig is.

Wel of geen onderhoudsbehandeling?

Filip Eftimov, neuroloog in het Amsterdam UMC, en collega’s includeerden 60 patiënten onder behandeling met langdurige IVIg, die ze verdeelden in twee groepen – de ene lieten ze de behandeling afbouwen, de andere ging door. De onderzoekers maten het verschil in beperkingen tussen begin en eind van de studie, en het percenta

 

Login om verder te lezen

Nog geen account? Meld u hier gratis aan.

, , ,
Deel dit artikel