DOQ

AI: vroegtijdige detectie, betere zorg voor extreem premature baby’s

Baby’s die vóór de 28e week geboren worden, lopen verhoogd risico op problemen op latere leeftijd met cognitie, gedrag of motoriek. Hoe beter artsen kunnen voorspellen welke van deze baby’s verhoogd risico lopen, hoe beter ouders en zorgverleners zich daarop kunnen voorbereiden. Onderzoekers van het UMC Utrecht ontwikkelden daarom een AI-model om de langetermijnsuitkomsten van extreem premature baby’s al vroeg in hun leven te kunnen voorspellen, vertelt Maria Luisa Tataranno, kinderarts-neonatoloog en onderzoeker.

Voorspellen hoe extreem premature baby’s het later in hun leven gaan doen is lastig, aldus Tataranno. “Soms denken we: met dit kind gaat het goed komen, bijvoorbeeld omdat we op de MRI geen aanwijsbare hersenschade zien. En dan blijkt het kind later toch autisme of ADHD te ontwikkelen of problemen te krijgen met cognitie of executieve functies. Dat zijn uitkomsten die op latere leeftijd voor problemen kunnen zorgen in hun werkzame of sociale leven.”

“We wilden weten of de AI beter langetermijnsuitkomsten zou kunnen voorspellen dan de arts”

Kinderarts-neonatoloog Maria Luisa Tataranno

Vroegtijdige detectie

De onderzoekers van het UMC Utrecht maakten tot nu toe gebruik van MRI, neurologisch onderzoek en een analyse van de general movements tussen drie á vier maanden na geboorte om langetermijnsuitkomsten te kunnen voorspellen. “De MRI zegt iets over mogelijke hersenschade, de general movements zijn voorspellend voor de verdere motorische ontwikkeling. We hadden echter geen tools waarmee we al eerder na geboorte voorspellingen konden doen. En hoe eerder je dat kunt doen, hoe eerder je ondersteuning op maat kunt bieden aan kind en ouders. Vroegtijdige detectie, daar streven we naar.”

Neuro-monitoring

Het UMC Utrecht is het landelijk expertisecentrum voor neonatale neurologie. Sinds 2008 worden extreem prematuur geboren baby’s voor onderzoeksdoeleinden gevolgd met neuro-monitoring, een vereenvoudigd EEG of hersenfilmpje, op de eerste drie dagen na geboorte. “Dat is voor deze kinderen een zeer gevoelige periode. Vandaar dat we deze fase graag monitoren.”

Tataranno en haar team ontwikkelden een AI-model dat in staat is in deze neuro-monitoring patronen te analyseren. “Met dit model deden we retrospectief onderzoek, op basis van de EEG-data van 369 extreem prematuur geboren baby’s. We wilden weten of de AI-analyse van de EEG-data beter langetermijnsuitkomsten zou kunnen voorspellen dan de kwalitatieve analyse van de kinderarts-neonatoloog. Het antwoord is: ja. Zo blijkt het model in staat om behoorlijk nauwkeurig vast te stellen welke kinderen later in hun kindertijd mogelijk een verstandelijke beperking kunnen krijgen. Daarnaast kan het model onderscheid maken tussen kinderen met een laag IQ en kinderen met optimale resultaten op vroege schoolleeftijd, met een nauwkeurigheid van 80 procent. Dat zijn uitkomsten waar je je als ouder en zorgverlener vervolgens op kunt voorbereiden.”

“De hersenen van extreem prematuur geboren baby’s zijn heel plastisch”

Training

Die voorbereiding bestaat er bijvoorbeeld uit dat je met je baby alvast oefeningen gaat doen op de Neonatale Intensive Care (NICU), waar deze baby’s vaak langer moeten verblijven. “Met het AI-model kunnen we ouders bijvoorbeeld specifieker dan voorheen voorspellen dat hun kind verhoogd risico loopt op een vertraagde taalontwikkeling. Als je dat vroegtijdig weet, kun je je baby daarop trainen, want de hersenen van extreem prematuur geboren baby’s zijn heel plastisch. Overigens willen we onderzoeken in hoeverre training werkt, en welke interventie dan beter werkt dan de andere.”   

“Hoe meer data we in het model kunnen stoppen, hoe meer we onze voorspellingen kunnen verfijnen”

ENSEMBLE-studie

Voor Tataranno is het voorspellende AI-model op basis van neuro-monitoring pas het begin. “Ik droom graag groot. We zouden graag een AI-model ontwikkelen waarin we meer relevante medische gegevens van de extreem prematuren kunnen opnemen. Zoals MRI-scans van de hersenen, het zuurstofgehalte in het bloed of de bewegingspatronen van de baby’s. Hoe meer data we in het model kunnen stoppen, hoe meer we onze voorspellingen kunnen verfijnen.”

De droom van Tataranno wordt overigens al werkelijkheid. Samen met de NICU’s uit zeven andere academische centra in vijf Europese landen is het UMC Utrecht de ENSEMBLE-multicenterstudie gestart, een grote Europese prospectieve studie naar de lange termijnsuitkomsten bij baby’s met hersenschade. Ook hier speelt AI een belangrijke rol. “We willen een machine learning ontwikkelen op basis van zoveel mogelijk medische gegevens van deze baby’s. Dat gaat ons helpen langetermijnsuitkomsten te kunnen voorspellen. Hoe eerder we dit kunnen doen, hoe beter we de baby’s kunnen behandelen. We hopen daarmee de langetermijnschade voor de baby zoveel mogelijk te kunnen beperken.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘We kunnen in de reguliere zorg veel leren van de asielzoekerszorg’

Huisarts Floris Braat draait spreekuur in diverse asielzoekerscentra in de regio Utrecht en in Ter Apel. Hij heeft een grote affiniteit met de doelgroep. "Ik wilde iets doen met vluchtelingen, me bezighouden met verschillende culturen die ieder hun eigen gezondheidsvraagstukken kennen."

‘Preventie is geen nice to know, maar need to know’

Een projectteam van het UMC Utrecht heeft een routekaart gemaakt naar toekomstbestendig onderwijs waarin preventie structureel is ingebed. Aan het hoofd van dit project stond senior docent Anna Kersten. Zij licht de routekaart toe.

De IC overleefd, maar met welke kwaliteit van leven?

Na een IC-opname kan iemand nog langdurig klachten hebben. Deze klachten hebben een grote impact op diens kwaliteit van leven. Arts in opleiding tot anesthesioloog Lucy Porter (Radboudumc) onderzocht of kan worden voorspeld wat de kwaliteit van leven na de IC is.

Casus: man met erectieproblemen na radicale prostatectomie

Een 58-jarige man heeft negen maanden geleden een radicale prostatectomie ondergaan vanwege een gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Sindsdien heet hij ernstige erectieproblemen, waardoor hij gefrustreerd is en vermijdingsgedrag vertoont in de relatie met zijn vrouw. Wat is uw beleid?

Hoe dramaseries artsen kunnen helpen bij morele keuzes

Drie afleveringen van House M.D. of Dexter op een avond kijken, puur voor de ontspanning? Voor zorgprofessionals kan het ook leerzaam zijn. Mediawetenschapper Merel van Ommen onderzocht hoe dramaseries artsen kunnen helpen om beter om te gaan met moreel ingewikkelde situaties.

Onderliggend denkpatroon stuurt voorschrijver bij geneesmiddel­keuze

Het voorschrijven van geneesmiddelen is een afweging tussen richtlijnen, ervaring en patiëntkenmerken. Indeling in vier voorschrijversprofielen geeft inzicht in de eigen afwegingen. “En het helpt te begrijpen waarom een collega een andere beslissing neemt.” aldus Mariëlle Hartjes.

‘Medicatiebeleid in de laatste levensfase kan beter’

6 op de 10 patiënten in de palliatieve fase krijgt door de huisarts medicatie voorgeschreven die niet langer passend is. Dat blijkt uit een onlangs verschenen factsheet van Nivel en PZNL. “We moeten voorschrijfgewoonten kritisch onder de loep nemen”, zegt Yvonne de Man, senior onderzoeker bij Nivel.

Casus: vrouw met pijnlijke oorschelp

Een 55-jarige vrouw heeft een hoed in haar hand als ze uw spreekkamer binnenkomt. Sinds een maand heeft zij ’s nachts last van pijn aan het linkeroor. Op de oorrand ziet u een nodulus die bij druk zeer pijnlijk is. Wat is uw diagnose?

‘Live well, die well’: rol van vrijwilligers in de laatste levensfase

Vrijwilligers aan het sterfbed in het ziekenhuis maken een groot verschil, stelt Anne Goossensen. Ze luisteren, troosten en verlichten de werkdruk van zorgverleners. “Ze bieden een luisterend oor en zijn aanwezig, zonder haast of medische agenda.”

Waarom melden vrouwen vaker bijwerkingen van medicijnen?

Vrouwen blijken vaker bijwerkingen van medicijnen te melden dan mannen. Onderzoeker Sieta de Vries van het UMC Groningen probeert te achterhalen hoe dit komt. En dat blijkt complexer dan het lijkt.