Amerikaanse leidraad over diagnostiek en behandeling van MINS

mm
Daniël Dresden
Redactioneel,
4 oktober 2021

Zo’n 20% van de patiënten die een grote niet-cardiale operatie hebben ondergaan, ontwikkelt na deze operatie myocardschade, MINS genaamd. In de meeste gevallen is deze myocardschade asymptomatisch, maar moet wel vastgesteld en behandeld worden. In een leidraad geeft de American Heart Association een overzicht van deze complicatie en doet aanbevelingen voor de klinische praktijk en voor toekomstig klinisch onderzoek.

Van de opgenomen patiënten van ≥ 45 jaar oud die een niet-cardiale operatie hebben ondergaan, overlijdt rondom de operatie zo’n 1-2%. De helft van deze sterfgevallen wordt toegeschreven aan cardiovasculaire complicaties van de operatie.

Postoperatieve verhogingen van cardiale biomarkers

Na een niet-cardiale operatie zijn vaak de niveaus van cardiale biomarkers die wijzen op myocardschade, zoals het cardiaal troponine (cTn), verhoogd. In het verleden zijn afwijkingen van deze biomarkers genegeerd, omdat de hieraan gerelateerde symptomen, zoals pijn op de borst en kortademigheid, in de postoperatieve setting zeldzaam zijn. Echter, zelfs asymptomatische verhogingen van cardiale biomarkers na een niet-cardiale operatie blijken gepaard te gaan met een toegenomen overlijdensrisico en ernstige cardiovasculaire complicaties.

Omdat postoperatieve cardiale biomarkers van belang zijn voor de prognose, is een nieuwe klinische diagnose opgesteld: myocardschade na een niet-cardiale operatie (MINS). Dit omvat myocardinfarcten en ischemische myocardschade die niet voldoen aan de definitie van een myocardinfarct, gedefinieerd als myocardschade in combinatie met een stijging of daling van cTn boven de 99e percentiel van de bovenste referentiewaarde en ≥ 1 van de volgende kenmerken: ischemische symptomen, nieuwe ischemische elektrocardiografische (ecg)-afwijkingen, het ontstaan van nieuwe pathologische Q-golven op het ecg, bewijs van myocardischemie op de beeldvorming of bewijs bij angiografie of tijdens de autopsie voor een trombus in een coronairvat.

Verband met het overlijdensrisico

MINS toont een onafhankelijk en krachtig verband met het overlijdensrisico op de korte en lange termijn, zelfs bij afwezigheid van symptomen, ecg-afwijkingen of beeldvormend bewijs van myocardischemie passend bij een myocardinfarct. Daarom moeten patiënten die een hoog risico op perioperatieve cardiovasculaire complicaties hebben, na een niet-cardiale operatie gemonitord worden op het ontstaan van myocardschade.

Adviezen voor surveillance

De Amerikaanse auteurs adviseren om bij hoogrisicopersonen die een niet-cardiale operatie ondergaan, gedurende de eerste 48-72 uur postoperatief meerdere keren het cTn-niveau te meten. Door de surveillance van het troponine-niveau wordt MINS niet gemist en ontstaat de mogelijkheid om secundaire profylactische maatregelen en een passende follow-up te starten.

De auteurs vinden het rationeel om bij patiënten met de diagnose MINS, met name bij patiënten met manifeste hart- en vaatziekten of degenen die in aanmerking komen voor de secundaire preventie van hart- en vaatziekten, de behandeling te intensiveren.

Betere herkenning en kennis

Er is nader onderzoek nodig naar de onderliggende mechanismen van MINS, om op grond van die kennis doelgerichte therapieën te kunnen ontwikkelen. Inspanningen om de herkenning en kennis van MINS te verbeteren, zullen uiteindelijk de uitkomsten na niet-cardiale operaties ten goede komen.

Referenties: Ruetzler K, Smilowitz NR, Berger JS, et al. Diagnosis and Management of Patients With Myocardial Injury After Noncardiac Surgery: A Scientific Statement From the American Heart Association. Circulation. 2021:CIR0000000000001024.

,
Deel dit artikel