DOQ

Zwangerschap geen obstakel voor medicamenteuze behandeling reumatoïde artritis

Met een paar aanpassingen is het mogelijk de medicamenteuze behandeling van vrouwen met reumatoïde artritis (RA) tijdens hun zwangerschap te continueren, toonde arts-onderzoeker Jeroen Smeele samen met hoofdonderzoeker dr. Radboud Dolhain van het Erasmus MC aan. “De ziekteactiviteit blijft hierdoor ook tijdens de zwangerschap laag tot zeer laag.”

Decennialang werd aangenomen dat zwangerschap een dempende werking heeft op de ziekteactiviteit van reumatoïde artritis (RA). “Die aanname berustte onder andere op het idee dat de zwangerschap de activiteit van het immuunsysteem op een wat lager pitje zet om afstoting van de vrucht te voorkomen”, vertelt arts-onderzoeker Jeroen Smeele. “Oudere medische literatuur leek dit idee te onderbouwen. Als gevolg daarvan werd het niet als een groot probleem ervaren dat de medicamenteuze therapie tijdens de zwangerschap moest worden gestopt ter bescherming van het ongeboren kind.”

Hoofdonderzoeker dr. Radboud Dolhain en arts-onderzoeker Jeroen Smeele

Bias door zelfrapportage

Tien jaar geleden verwezen de uitkomsten van de Rotterdamse PARA-studie (Pregnancy-induced Amelioration of Rheumatic Artritis) het idee over het gunstige effect van zwangerschap op de ziekteactiviteit bij RA echter naar het rijk der fabelen. “Gegevens van ruim 250 zwangere RA-patiënten toonden aan dat er tijdens de zwangerschap wel degelijk sprake was van aanzienlijke ziekteactiviteit. In ieder geval naar de huidige maatstaven. Zorgvuldige bestudering van de oudere literatuur liet zien dat de eerder gemelde spectaculaire dalingen berustten op bias door zelfrapportage van ziekteactiviteit door de zwangere vrouwen”, verklaart Smeele.

“De vrouwen werden vóór, tijdens en na de zwangerschap behandeld volgens het tegenwoordige treat-to-target principe”

Treat-to-target

Aangezien de aanhoudende ziekteactiviteit zowel schadelijk is voor de moeder als het kind, pleitte de uitkomsten van de PARA-studie voor het continueren van de medicamenteuze RA-behandeling tijdens de zwangerschap. Smeele: “Rond die tijd werd ook duidelijk dat een aantal belangrijke vormen van RA-medicatie, met name de TNF-α remmers en een aantal conventionele disease-modifying antirheumatic drugs (DMARDs), veilig gebruikt kunnen worden tijdens de zwangerschap.” Dit maakte de weg vrij voor het continueren van de medicamenteuze behandeling van RA tijdens zwangerschap. “In de PreCARA-studie, wat staat voor Preconception Counseling in Active RA, hebben we ruim 300 vrouwen met RA en een kinderwens begeleid en behandeld. Vrouwen die voorafgaand aan zwangerschap medicijnen gebruikten die niet veilig voor de vrucht zijn, zoals methotrexaat, stapten voor de zwangerschap over op medicatie die wel veilig is tijdens de zwangerschap. Vervolgens werden de vrouwen vóór, tijdens en na de zwangerschap behandeld volgens het tegenwoordige treat-to-target principe. Dat wil zeggen dat je de medicatie stapsgewijs ophoogt totdat de ziekteactiviteit laag genoeg is. In de praktijk betekent dit een DAS28CRP – dat is een gecombineerde uitkomstmaat voor de ontsteking in de gewrichten en ontstekingsparameters in het bloed – lager dan 2,6.”

“In de PreCARA-studie bleef de gemiddelde DAS28CRP keurig tussen de 2,15 en 2,30”

Geen of lage ziekteactiviteit

Deze aanpak heeft succes, blijkt uit het artikel dat Smeele en collega’s onlangs publiceerden in het vakblad Annals of Rheumatic Diseases. “De ziekteactiviteit was zowel voor, tijdens als in de eerste weken na de zwangerschap bij ongeveer 80 tot 90 procent van de vrouwen afwezig of laag. Dat is vergelijkbaar met het percentage patiënten in remissie buiten de zwangerschap en beter dan in de PARA-studie waar niet meer dan 30 tot 40 procent van de vrouwen geen of lage ziekteactiviteit vertoonden. En waar in de PARA-studie de gemiddelde DAS28CRP rond de 3,5 schommelde, dus ruim boven de huidige streefwaarde, bleef deze in de PreCARA-studie keurig tussen de 2,15 en 2,30. Op grond hiervan concluderen we medicamenteuze behandeling van RA tijdens de zwangerschap goed mogelijk is op een veilige manier en dat dit de ziekteactiviteit laag houdt.”

“We gaan nu bekijken welk percentage vrouwen met RA na één jaar zwanger is. Dit om duidelijk te maken of ook ‘rustige RA’ negatieve invloed heeft op fertiliteit”

Toekomstig onderzoek

Het volgende dat Smeele nu wil onderzoeken is of de betere behandeling ook de fertiliteit van vrouwen met RA verbetert. “In het PARA-cohortstudie bleek ongeveer 60 procent van de vrouwen met RA binnen één jaar zwanger te zijn geworden. Onder vrouwen zonder RA is dat ongeveer 90 procent. Subfertiliteit van vrouwen met RA is geassocieerd aan actieve ziekte en het gebruik van bepaalde medicatie, zoals NSAID’s. We gaan nu in het PreCARA-cohort bekijken wat het percentage vrouwen met RA is dat na één jaar zwanger is geraakt. Dat moet duidelijk maken of ook ‘rustige RA’ nog een negatieve invloed heeft op de fertiliteit. Hetzelfde geldt voor zwangerschapsuitkomsten, bijvoorbeeld het geboortegewicht, en -complicaties. Daarnaast zal uit grote databases, bijvoorbeeld van EMA en FDA, moeten blijken welke van de nieuwste anti-RA medicijnen, zoals JAK-remmers en IL6-remmers, veilig zijn tijdens de zwangerschap.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘We kunnen in de reguliere zorg veel leren van de asielzoekerszorg’

Huisarts Floris Braat draait spreekuur in diverse asielzoekerscentra in de regio Utrecht en in Ter Apel. Hij heeft een grote affiniteit met de doelgroep. "Ik wilde iets doen met vluchtelingen, me bezighouden met verschillende culturen die ieder hun eigen gezondheidsvraagstukken kennen."

‘Preventie is geen nice to know, maar need to know’

Een projectteam van het UMC Utrecht heeft een routekaart gemaakt naar toekomstbestendig onderwijs waarin preventie structureel is ingebed. Aan het hoofd van dit project stond senior docent Anna Kersten. Zij licht de routekaart toe.

De IC overleefd, maar met welke kwaliteit van leven?

Na een IC-opname kan iemand nog langdurig klachten hebben. Deze klachten hebben een grote impact op diens kwaliteit van leven. Arts in opleiding tot anesthesioloog Lucy Porter (Radboudumc) onderzocht of kan worden voorspeld wat de kwaliteit van leven na de IC is.

Casus: man met erectieproblemen na radicale prostatectomie

Een 58-jarige man heeft negen maanden geleden een radicale prostatectomie ondergaan vanwege een gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Sindsdien heet hij ernstige erectieproblemen, waardoor hij gefrustreerd is en vermijdingsgedrag vertoont in de relatie met zijn vrouw. Wat is uw beleid?

Hoe dramaseries artsen kunnen helpen bij morele keuzes

Drie afleveringen van House M.D. of Dexter op een avond kijken, puur voor de ontspanning? Voor zorgprofessionals kan het ook leerzaam zijn. Mediawetenschapper Merel van Ommen onderzocht hoe dramaseries artsen kunnen helpen om beter om te gaan met moreel ingewikkelde situaties.

Onderliggend denkpatroon stuurt voorschrijver bij geneesmiddel­keuze

Het voorschrijven van geneesmiddelen is een afweging tussen richtlijnen, ervaring en patiëntkenmerken. Indeling in vier voorschrijversprofielen geeft inzicht in de eigen afwegingen. “En het helpt te begrijpen waarom een collega een andere beslissing neemt.” aldus Mariëlle Hartjes.

‘Medicatiebeleid in de laatste levensfase kan beter’

6 op de 10 patiënten in de palliatieve fase krijgt door de huisarts medicatie voorgeschreven die niet langer passend is. Dat blijkt uit een onlangs verschenen factsheet van Nivel en PZNL. “We moeten voorschrijfgewoonten kritisch onder de loep nemen”, zegt Yvonne de Man, senior onderzoeker bij Nivel.

Casus: vrouw met pijnlijke oorschelp

Een 55-jarige vrouw heeft een hoed in haar hand als ze uw spreekkamer binnenkomt. Sinds een maand heeft zij ’s nachts last van pijn aan het linkeroor. Op de oorrand ziet u een nodulus die bij druk zeer pijnlijk is. Wat is uw diagnose?

‘Live well, die well’: rol van vrijwilligers in de laatste levensfase

Vrijwilligers aan het sterfbed in het ziekenhuis maken een groot verschil, stelt Anne Goossensen. Ze luisteren, troosten en verlichten de werkdruk van zorgverleners. “Ze bieden een luisterend oor en zijn aanwezig, zonder haast of medische agenda.”

Waarom melden vrouwen vaker bijwerkingen van medicijnen?

Vrouwen blijken vaker bijwerkingen van medicijnen te melden dan mannen. Onderzoeker Sieta de Vries van het UMC Groningen probeert te achterhalen hoe dit komt. En dat blijkt complexer dan het lijkt.