‘Artsen kunnen meer betekenen als ze palliatieve zorg eerder inzetten’

mm
Bibejan Lansink
Redactioneel,
19 januari 2022

Eerdere aandacht voor palliatieve zorg in het behandeltraject en meer aandacht voor palliatieve zorg in het onderwijs. Dat is de missie van Yvette van der Linden. Zij staat aan het hoofd van het Expertisecentrum Palliatieve Zorg (EPZ) in het LUMC en bekleedt de leerstoel palliatieve geneeskunde. “Het aanbod palliatieve zorg in het onderwijs beperkt zich nog te vaak tot een college over euthanasie of een verpleeghuisstage in het eerste jaar.”

Ze werd benoemd in juni 2020, maar vanwege de coronamaatregelen sprak Yvette van der Linden pas in november 2021 haar oratie uit. “Dat er nu een leerstoel palliatieve geneeskunde is, laat zien dat het onderwerp in het LUMC volwassen is geworden”, zegt de radiotherapeut-oncoloog. De leerstoel is ingesteld door het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) en de Universiteit Leiden-LUMC. “Het is toch een beetje alsof er een keurmerk aan hangt. Het opent deuren.”

Radiotherapeut-oncoloog Yvette van der Linden (Foto: Annemieke de Bruin)

Niet eng

Dat is nodig, want met goede zorg rond het levenseinde is nog een wereld te winnen, stelt ze. “Studenten stappen nog steeds met een romantisch beeld het artsenvak of de verpleegkunde in. Zo van: we gaan de patiënt beter maken. Maar we worden niet allemaal gezond negentig, waarna we sterven in onze slaap, net als in de film.” Van der Linden hoopt uit te dragen dat de dood niet eng hoeft te zijn. Dat die erbij hoort – voor ons allemaal. En dat je als arts of verpleegkundige ook veel kunt betekenen voor mensen in hun laatste levensfase en voor hun naasten. “Het kan, hoe verdrietig ook, een liefdevolle periode zijn, die waardevol kan verlopen.”

Evenwichtige zorgverleners

Aankomende artsen en verpleegkundigen voelen zich niet altijd even toegerust met hun vaardigheden voor palliatieve zorg. Dit blijkt onder meer uit promotieonderzoek van Jolien Pieters (Maastricht University), die hiervoor ruim 200 vierdejaarsstudenten van de basisopleiding geneeskunde ondervroeg. Begrijpelijk, zegt Van der Linden. “Het aanbod palliatieve zorg in het onderwijs beperkt zich nog te vaak tot een college over euthanasie of een verpleeghuisstage in het eerste jaar, en is bovendien versnipperd. Dat moet beter, willen we onze jonge collega’s opleiden tot goede zorgverleners.”

“Laat curatieve en palliatieve behandelingen naast elkaar bestaan”

Onderwijsraamwerk Palliatieve Zorg

In het nieuwe Onderwijsraamwerk Palliatieve Zorg is vastgelegd welke kennis en vaardigheden zorgverleners van alle niveaus moeten hebben om goede zorg te verlenen. Het speelt ook mee dat vaak moeilijk is in te schatten wanneer iemand onder de noemer ‘palliatief’ valt, met gerede kans op overlijden binnen, bijvoorbeeld een jaar. Van der Linden legt uit dat patiënten en naasten de kans moeten krijgen tijdig na te denken over wat voor hen belangrijk is. Wat zijn hun wensen? Wat willen ze nog wel en wat niet? Een geïntegreerde aanpak is daarbij van belang: het naast elkaar laten bestaan van curatieve en palliatieve behandelingen.

Van der Linden: “Dat wil zeggen dat je een tweesporenbeleid hanteert. Dat je enerzijds bezig blijft met passende behandelingen, zoals bestralen, opereren en chemotherapie. Maar dat je ook praat over wat de patiënt en zijn naasten nodig hebben, en bespreekbaar maakt dat behandelingen niet meer zinvol zijn. Uiteindelijk verleg je dan langzaam de aandacht naar dat andere spoor, waar het gaat over het zo goed mogelijk voor iemand zorgen in de tijd dat die er nog is.”

“Maak bespreekbaar welke behandelingen niet meer zinvol zijn”

Markering

De erkenning dat iemand misschien gaat overlijden aan zijn ziekte of kwetsbaarheid is bepalend voor de keuzes die daarna worden gemaakt. “We noemen dat het markeren van de start van de palliatieve fase.” De kans dat iemand op een IC-afdeling terechtkomt of in het ziekenhuis overlijdt, is in sterke mate afhankelijk van die markering. Dat blijkt uit onderzoek door arts palliatieve geneeskunde Manon Boddaert onder 43.000 patiënten die in 2017 overleden aan kanker.

Consultteam

Van der Linden: “Een duidelijke markering zorgt ervoor dat de waarden, wensen en behoeften van de patiënt bekend zijn. Vaak is een medisch specialist, zeker in de oncologie, heel goed in staat zelf dat gesprek te voeren. Maar je kunt ook altijd de hulp inschakelen van een consultteam palliatieve zorg, dat patiënten en naasten nog beter kunnen informeren.”

“Als je met de patiënt en naasten samen een team vormt, kun je zóveel meer bereiken”

Snel tot de kern

Van die consultteams zijn er in de Nederlandse ziekenhuizen ruim zestig. Artsen en verpleegkundigen, maar ook patiënten en hun naasten weten de teams steeds beter te vinden. Van der Linden: “Consulenten palliatieve zorg zijn laagdrempelig te bevragen. Een beginnende aios wil bij wijze van spreken advies over pijnbeleid, terwijl ervaren oncologen contact opnemen bij complexe zorgvragen.”

Dat kan om moreel-ethische vraagstukken gaan. Of om communicatie. “Bijvoorbeeld wanneer een patiënt geen behandeling meer wil, maar zijn familie dat niet kan accepteren. Dat geeft wrijving, soms zelfs ruzie. Als er dan ook nog sprake is van veel symptoomlast, angst, slecht slapen en slechte eetlust, is het prettig dat je een consulent palliatieve zorg met brede kennis kunt inschakelen, die op al die domeinen advies kan geven. Iemand die niet de hoofdbehandelaar is, maar luistert naar de patiënt én naaste en naar de arts of verpleegkundige. Iemand ook die kan verbinden. Consulenten palliatieve zorg kunnen met de juiste zinnen, de juiste vragen, ook over moeilijke onderwerpen, snel tot de kern komen van wat er aan de hand is. Als je met de patiënt en naasten samen een team vormt, kun je zóveel meer bereiken.”

, , ,
Deel dit artikel