Benut de crisis in ziekenhuizen om loopbaanperspectief te verbeteren

mm
Frank van Wijck
Redactioneel,
9 juni 2021

De druk op de ziekenhuizen is hoog door de coronacrisis en daar komt op korte termijn het stuwmeer aan inhaalzorg achteraan. Juist die combinatie maakt dat dit hét moment is om werk te maken van goed werkgeverschap, vinden zowel V&VN als de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. “Verpleegkundigen moeten juist op hun waarde geschat worden om te voorkomen dat ze het vak verlaten. Anders dient zich een zorginfarct in slow motion aan.”

De Sociaal-Economische Raad komt met een zwaarwegend advies over het belang van beter personeelsbeleid in de zorg (https://www.ser.nl/nl/Publicaties/aan-de-slag-voor-zorg). In het rechtstreekse verlengde hiervan ligt de waarschuwing van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (https://www.skipr.nl/nieuws/uitval-overbelast-personeel-bedreiging-voor-de-ziekenhuiszorg/) dat de ziekenhuiszorg wordt bedreigd door overbelast personeel. Hoog tijd voor actie dus, stellen beide partijen. Maar ondertussen is er het veelbesproken stuwmeer aan uitgestelde zorg dat moet worden ingehaald. Bestaat daarmee überhaupt wel ruimte om werk te maken van beter personeelsbeleid?

Prof dr. Ian Leistikow, inspecteur en adviseur IGJ

Personeelstekort

Jazeker wel vinden zowel prof. dr. Ian Leistikow (inspecteur en adviseur IGJ) als Jaap Kappert (bestuurder V&VN). “Ik denk dat het er juist een goed moment voor is”, zegt Leistikow. “De problemen waren er al heel lang, en daarin speelt het tekort aan verpleegkundigen een centrale rol. Een positief punt van de coronacrisis is dat die benadrukt dat hier wat mee moet gebeuren en dat dus echt naar hun arbeidsomstandigheden moet worden gekeken.”

“We zien weliswaar een toename in de instroom, maar door het gebrek aan loopbaanperspectief ook een grote uitstroom.”

Jaap Kappert, bestuurder V&VN

Op waarde schatten

Kappert deelt die mening volledig, mede vanuit de overweging dat die inhaalzorg tegen grote problemen zal aanlopen als de verpleegkundigen daarvoor niet optimaal inzetbaar zijn. “Juist nu moet werk worden gemaakt van een duurzaam loopbaanperspectief”, zegt hij. “De verpleegkundigen zijn nu te weinig vormgever van hun eigen werk en beroep. Ze hebben de behoefte om hun expertise te verbreden, maar het ontbreekt hen aan ruimte om invulling te geven aan hun individuele leerbehoefte. Verpleegkundigen worden vaak als ondersteunend personeel gezien. Ze moeten juist op hun waarde geschat worden om te voorkomen dat ze het vak verlaten. Want als dat gebeurt, is er pas écht een probleem. Er is geen tekort aan ic-artsen, -bedden en -apparatuur, maar als er te weinig ic-verpleegkundigen zijn kan de ic op slot. En dat dreigt wel te gebeuren, want we zien weliswaar een toename in de instroom, maar door het gebrek aan loopbaanperspectief ook een grote uitstroom. Als we die cyclus niet doorbreken, dient zich een zorginfarct in slow motion aan.”

“De werkdruk is niet de kern van het probleem, hebben we van de coronacrisis geleerd, want die heeft niet tot meer burn-out onder verpleegkundigen geleid”

prof. dr. Ian Leistikow, inspecteur en adviseur IGJ

Hiërarchie

Is een betere financiële beloning de oplossing, of is er iets anders nodig? “Een betere beloning is zeker een onderdeel van het antwoord”, zegt Kappert, “maar het gaat om meer dan alleen dat.” Leistikow: “Het gaat vooral om zingeving en dus het faciliteren daarvan. Verpleegkundigen moeten het gevoel hebben dat het zin heeft wat ze doen. Niet de administratie, want daarvan zien ze niet altijd de meerwaarde. De werkdruk is in ieder geval niet de kern van het probleem, hebben we van de coronacrisis geleerd, want die heeft niet tot meer burn-out onder verpleegkundigen geleid. Sterker nog, ze hebben zelfs meer zin van het werk ervaren: hiërarchische structuren verdwenen en ze hoefden niet meer overal toestemming voor te vragen.”

Jaap Kappert, bestuurder V&VN

Talenten

Toch moeten de verpleegkundigen, nu het einde van de druk op de ziekenhuizen door corona in zicht lijkt, wel degelijk ruimte krijgen om uit te rusten, stelt Kappert. “Maar ze moeten ook ruimte krijgen voor reflecteren op hun werk”, voegt hij hieraan toe, “en ruimte om zich uit te spreken over de ambities die ze hebben. Te vaak horen we dat ze al jaren werken zonder de vraag te krijgen welke vervolgopleiding ze willen doen. Vaak worden wel opleidingen en cursussen aangeboden, maar daarbij wordt uitgegaan van wat een werkgever nodig heeft, niet van wat een verpleegkundige zelf wil of waar diens talenten liggen. Ook gebeurt nog steeds dat verpleegkundigen via een toets moeten aantonen dat ze in staat zijn een verblijfskatheter in te brengen. Terwijl dat dagelijks werk voor ze is.”

“Het is een vak, respecteer dat en neem het serieus”

Jaap Kappert, bestuurder V&VN

Autonomie versterken

Goed personeelsbeleid en versterking van de autonomie zijn containerbegrippen. Hoe kunnen ziekenhuizen er in hun personeelsbeleid voor verpleegkundigen concreet invulling aan geven? Leistikow: “Vanuit de Inspectie hebben wij al een aantal jaar geleden geïntroduceerd dat bij het jaargesprek met de raad van bestuur een vertegenwoordiger van de verpleegkundige adviesraad betrokken moet zijn. Voorheen was dit slechts bij enkele ziekenhuizen het geval. En toen we dat aankondigden, zeiden sommige ziekenhuizen zelfs helemaal geen VAR te hebben. Ons antwoord in dat geval was: ‘Dan heb je een opdracht’. Voor ons is dit een manier om bij te dragen aan de autonomie van de verpleegkundigen. Het geeft ruimte om de spanning te bespreken die je als verpleegkundige kunt ervaren tussen wat je zelf belangrijk vindt voor de patiënt en wat de regels toestaan. Maar ook om duidelijk te maken welke rol je in de beleidsvorming van het ziekenhuis wilt hebben. In de coronacrisis hebben we gezien dat verpleegkundigen zelden een stem hebben gekregen in de besluitvorming. We hebben de aanbeveling aan de ziekenhuizen gegeven dat dit wel moet.”

Kappert ziet versterking van de autonomie niet als een containerbegrip. “Niet als je het vertaalt als in overeenstemming met je beroepsnormen zelf je vak invullen”, zegt hij. “Het is een vak, respecteer dat en neem het serieus.”

“Als het in het belang van de patiënt is, mag en moet je kunnen afwijken van richtlijnen en protocollen”

prof. dr. Ian Leistikow, inspecteur en adviseur IGJ

Erkenning expertise

Volgens Leistikow is er voldoende ruimte voor de versterking van die autonomie en zit de verantwoording die van professionals wordt verwacht dit niet in de weg. “Als het in het belang van de patiënt is, mag en moet je kunnen afwijken van richtlijnen en protocollen”, zegt hij. “Verpleegkundigen vinden dit moeilijker dan artsen, weten we. Dat heeft met opleiding te maken, want verpleegkundigen wordt geleerd om in bepaalde kaders te werken. Maar ook in verpleegkundig handelen verlopen zaken niet altijd zoals je verwacht. Dan mag echt van een verpleegkundige worden verwacht dat die handelt naar bevinding van zaken. Verpleegkundigen moeten zich door de organisatie gekend voelen in hun expertise. De VAR en diens vertegenwoordiging in het jaargesprek met de Inspectie kunnen daarin een rol spelen.”

Kappert vindt het in dit licht een goede ontwikkeling dat de Inspectie niet alleen een controleur wil zijn van de kwaliteit van zorg, maar een partner daarin. “In verpleegkundig perspectief heel belangrijk”, zegt hij, “want verpleegkunde is een grotendeels narratief beroep dat zich afspeelt in de relatie met de patiënt. Daarbij hoort gerechtvaardigd vertrouwen.”

, , , , ,
Deel dit artikel