DOQ

Besluitvorming rondom levenseinde voor kinderen met (zeer) ernstige meervoudige beperkingen

Hoe willen ouders van kinderen met (zeer) ernstige meervoudige beperkingen ((Z)EMB) betrokken worden bij beslissingen rondom het levenseinde van hun kind? Deze vraag stond centraal in het proefschrift ‘Decision-making in uncertainty’ dat Ilse Zaal-Schuller, arts voor verstandelijk gehandicapten bij de Prinsenstichting, begin oktober verdedigde.

Kinderen met (Z)EMB hebben een kwetsbare gezondheid en hun levensverwachting is vaak verkort, doordat er sprake is van een combinatie van verschillende aandoeningen. Aan het overlijden van een kind gaat in veel gevallen een medische beslissing vooraf om een levensreddende behandeling te staken of niet meer te starten. Deze zogenoemde beslissingen rondom het levenseinde zijn beslissingen over het medisch behandelbeleid in de laatste levensfase. Zij hebben primair als doel om het lijden te verlichten of op te heffen. Beslissingen over het behandelbeleid worden altijd in nauw overleg met ouders en waar mogelijk met het kind zelf genomen. Echter als het gaat om kinderen met (Z)EMB, zijn deze daar niet toe in staat. Daarom zullen ouders in hun plaats moeten beslissen, daarbij afgaand op signalen van hun kind en op eigen inschattingen van wat hun kind nog aankan en wat niet meer.

dr. Ilse Zaal-Schuller

Onderzoeksbeschrijving

Het onderzoeksproject bestond uit drie fasen: een literatuuronderzoek, interviews met ouders, en met artsen en verpleegkundigen van kinderen met (Z)EMB, bij wie in het ziekenhuis een beslissing rondom het levenseinde was genomen. In de derde en laatste fase zijn de uitkomsten uit de interviewstudie vergeleken met de uitkomsten uit twee andere interviewstudies.

Belangrijkste conclusies

  • Tijdens de besluitvorming rondom het levenseinde willen ouders van kinderen met (zeer) ernstige meervoudige beperkingen meer stem hebben en meer verantwoordelijkheid dragen dan ze nu vaak krijgen. Doordat ouders door de jaren heen een vertrouwensband opbouwen met artsen, zijn artsen vaak ook bereid om ouders meer stem te geven.
  • Ouders en artsen zien kwaliteit van leven voor een kind met (zeer) ernstige meervoudige beperkingen als een optelsom van factoren. Zij hechten verschillende waardes aan deze factoren. 
  • Ziekenhuisverpleegkundigen worden betrokken in het besluitvormingsproces maar verpleegkundigen uit de gehandicaptenzorg niet, terwijl zij soms degenen zijn die de besluiten moeten uitvoeren en veel kennis hebben over het kind.
  • Ouders en artsen hechten er veel waarde aan het besluitvormingsproces goed met elkaar te doorlopen. Ze vinden dat belangrijker dan de vraag wie de uiteindelijke beslissing neemt.

Leerzaam

Ilse Zaal-Schuller: “Ik vond het een heel leerzaam proces. Als arts zie ik ouders een kort moment in de spreekkamer. Tijdens het onderzoek kwam ik bij ouders thuis. De eerste vraag die ik altijd stelde was: ‘Wie is uw kind en hoe is uw kind geworden zoals het nu is?’ Het waren emotionele gesprekken, maar tegelijkertijd ook altijd bijzonder en leerzaam. Tijdens het onderzoek heb ik ook focusgroepen georganiseerd met ouders en diverse hulpverleners betrokken bij de zorg voor deze kinderen. De resultaten van deze focusgroepen zijn verwerkt in het ouderboek ‘Als je kind niet zelf kan beslissen…’ wat online te downloaden is via HandicapNL. Het onderzoek heeft een hoop nieuwe inzichten opgeleverd. Ik hoop dat ouders en artsen elkaar hierdoor tijdens het besluitvormingsproces beter en sneller begrijpen.”

Bron: Prinsenstichting

Lees ook het eerder gepubliceerde artikel ‘Ouders en artsen willen meer in gesprek over waardig levenseinde kind’ (oktober 2019) naar aanleiding van het onderzoeksrapport ‘Medische beslissingen rond het levenseinde van kinderen (1-12)’ (28 september 2019) in opdracht van VWS.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?

Als de arts nep blijkt: medische misleiding met deepfakes

Steeds vaker duiken deepfakevideo’s op waarin artsen medicijnen aanprijzen. Leonie Hulstein noemt dit een zorgwekkende ontwikkeling. “Dit gaat over gezondheid. Dat maakt het gevaarlijker dan andere vormen van nepcontent.”

Medicatie belangrijke oorzaak van bezoek aan de spoedeisende hulp

Bij 17% van de SEH-bezoeken zonder opname speelt medicatie een rol, en meer dan een derde daarvan is vermijdbaar, zo vertelt Rehana Rahman. “De herkenning van deze bezoeken zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken op de SEH.”

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?

‘Leren reanimeren doe je altijd voor een ander, nooit voor jezelf’

Burgerhulpverleners starten in Nederland het merendeel van de reanimaties bij een hartstilstand, maar hun aantal is nog onvoldoende. Leonie van der Leest: “Zorgverleners kunnen mensen hierop attenderen: leer reanimeren, je redt er mensenlevens mee.”

Rechtvaardigheid als kompas voor medisch onderzoek

Wie profiteert van medische innovaties? Wie kan meedoen aan onderzoek en wie blijft buiten beeld? Rieke van der Graaf onderzoekt hoe medisch onderzoek zo kan worden ingericht dat het niet alleen vooruitgang oplevert, maar ook rechtvaardig is.

‘Houd het gesprek over cannabis­gebruik bij medische klachten open’

Veel patiënten gebruiken cannabis bij medische klachten, maar halen dit niet via de apotheek. Pieter Oomen vertelt over de barrières die ervaren worden en doet enkele aanbevelingen. “Een van de barrières is het stigma dat bij artsen vaak nog leeft rond cannabis.”

Wanneer klachten eigenlijk een zingeving­svraag zijn

Huisarts Richard Hoofs ziet in zijn praktijk regelmatig mensen bij wie medische verklaringen ontbreken, maar het lijden duidelijk aanwezig is. Volgens hem ligt onder die klachten vaak een vraag die in de spreekkamer nog weinig gesteld wordt: waar leef je eigenlijk voor?

AI-model voor SEH werkt goed, maar wordt niet gebruikt

AI kan op de SEH goed voorspellen welke patiënten een hoog sterfterisico hebben. Toch ondervonden Paul van Dam en William van Doorn dat artsen de voorspelling nauwelijks gebruiken. “We moeten leren om AI-modellen te ontwerpen die beter zijn afgestemd op de gebruikers.”

‘Sta eens vaker stil en reflecteer’

Veel artsen lopen vast op vragen over werkdruk, keuzes en werk-privébalans. Shirin Bemelmans-Lalezari pleit daarom voor meer reflectie en open gesprekken over twijfels in de medische loopbaan. “Juist de eigenschappen die veel artsen delen, kunnen later in de weg gaan zitten.”


Lees ook: Ouders en artsen willen meer in gesprek over waardig levenseinde kind

Naar dit artikel »