DOQ

Bevolkings­onderzoek darmkanker leidt tot minder buikvlies­uitzaai­ingen

Het in 2014 in Nederland gestarte bevolkingsonderzoek naar darmkanker heeft niet alleen geleid tot een afname van de incidentie van darmkanker, maar ook tot een afname van de incidentie van buikvliesuitzaaiingen van darmkanker, aldus oncologisch chirurg Ignace de Hingh. Patiënten uit het bevolkingsonderzoek die wel buikvliesuitzaaiingen hebben, zijn bovendien vaker geschikt voor een curatieve behandeling.

Na een aanloop van ruim tien jaar proefonderzoeken was het in 2014 dan eindelijk zover: de start van een landelijk bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker. Na een gefaseerde uitrol ervan krijgt sinds 2019 iedereen tussen de 55 en 75 jaar eenmaal per twee jaar de mogelijkheid hieraan mee te doen. Dikkedarmkanker kent vaak een langdurig voorstadium in de vorm van (asymptomatische) poliepen en het doel van het bevolkingsonderzoek is deze poliepen op te sporen en te verwijderen voordat zij uitgroeien tot een kwaadaardige tumor. Dat dit werkt, blijkt uit de cijfers van het IKNL. Was de incidentie van dikkedarmkanker in Nederland in 2014 nog ruim 15.000, tien jaar later was deze gedaald tot iets minder dan 12.000.

“Door het bevolkingsonderzoek wordt niet alleen dikkedarmkanker voorkómen”

Oncologisch chirurg Ignace de Hingh

Buikvliesuitzaaiingen

Maar de gevolgen van het bevolkingsonderzoek dikkedarmkanker reiken verder, merkte Ignace de Hingh, oncologisch chirurg in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven en bijzonder hoogleraar ‘Integrale benadering van patiënten met een gastro-intestinale maligniteit’ aan de Universiteit Maastricht. “In 2006 startte het Catharina Ziekenhuis – net als het Antoni van Leeuwenhoek en het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein – met de zogeheten HIPEC-behandeling van buikvliesmetastasen bij patiënten met stadium IV-dikkedarmkanker. Dit is tot op heden de enige in opzet curatieve behandeling voor deze patiënten.” Het aantal van drie locaties voor HIPEC bij buikvliesuitzaaiingen bleek al gauw te laag; om te voldoen aan de vraag gingen negen centra ermee aan de slag.

Na 2015 bleef het aantal HIPEC-patiënten echter achter bij de verwachting. “De meest logische verklaring die we hiervoor konden bedenken was dat door het bevolkingsonderzoek niet alleen dikkedarmkanker wordt voorkómen door het verwijderen van poliepen, maar dat ook reeds bestaande tumoren hierdoor in een vroeger stadium worden opgespoord. Een gevolg hiervan zou kunnen zijn dat er minder patiënten met buikvliesmetastasen zijn.”

“De mediane overleving van de deelnemers aan het bevolkingsonderzoek was beter”

Incidentie daalt gestaag

Om dit vermoeden wetenschappelijk te onderbouwen dook arts-onderzoeker Laskarina Galanos (Catharina Ziekenhuis en IKNL) samen met De Hingh in de cijfers van de Nederlandse Kankerregistratie. De Hingh: “Hieruit bleek dat de incidentie van patiënten met buikvliesmetastasen door dikkedarmkanker sinds de invoering van het bevolkingsonderzoek inderdaad gestaag daalt.1 Steeg die vóór de start van het bevolkingsonderzoek jaarlijks met 3,4%, daarna daalde die jaarlijks met 2,2%. Waarbij, zoals verwacht, dit effect met name optreedt in de leeftijdsgroep die in aanmerking komt voor deelname aan het bevolkingsonderzoek.”

Dit is om twee redenen een interessante bevinding, stelt De Hingh. “Om te beginnen zie je in deze cijfers terug dat het bevolkingsonderzoek, zoals verwacht, ook leidt tot een ‘stadiumshift’ bij dikkedarmkanker: de ziekte wordt gemiddeld in een eerder stadium gediagnosticeerd. Daarnaast helpt dit ons de infrastructuur voor de zorg bij dikkedarmkanker te optimaliseren. Er is minder capaciteit nodig voor HIPEC dan voorheen gedacht.”

Betere overleving

Vervolgens doken De Hingh en Galanos nog wat dieper in de cijfers. “Van een kleine 3.000 patiënten bij wie tussen 2014 en 2020 dikkedarmkanker met buikvliesuitzaaiingen was gediagnostisceerd, zijn we nagegaan welke behandeling ze hebben ondergaan en hoelang zij daarna nog in leven zijn gebleven. Doordat we voor deze patiënten ook toegang hadden tot PALGA, het nationale pathologieregister, konden we ook zien of de ziekte was vastgesteld door deelname aan het bevolkingsonderzoek of nadat de patiënt zich bij de dokter had gemeld met klachten.”

Deze analyse leverde een verrassend inzicht op. “Van de patiënten met buikvliesuitzaaiingen die hadden meegedaan aan het bevolkingsonderzoek kwamen er dubbel zoveel in aanmerking voor een HIPEC-behandeling als van de patiënten die op basis van klachten waren gediagnosticeerd: 28% tegenover 14%. Bovendien was de mediane overleving van de deelnemers aan het bevolkingsonderzoek beter: 20 maanden tegenover 10,8 maanden.”2

“Zelfs als je al darmkanker met buikvliesuitzaaiingen hebt, profiteer je nog van het bevolkingsonderzoek”

Meedoen aan bevolkingsonderzoek

Wat De Hingh betreft is deze laatste bevinding een extra argument om mee te doen aan het bevolkingsonderzoek dikkedarmkanker. “Deelname vergroot niet alleen de kans dat de afwijking wordt gevonden – en verwijderd – in een niet-kwaadaardig stadium; zelfs als je al darmkanker met buikvliesuitzaaiingen hebt, profiteer je nog van het bevolkingsonderzoek. Je hebt dan meer kans op een HIPEC-behandeling en blijft gemiddeld langer in leven.” Voortbordurend op deze bevindingen gaat De Hingh nu samen met collega’s van het Antoni van Leeuwenhoek uitzoeken wat het effect is van het bevolkingsonderzoek op de incidentie van uitzaaiingen van dikkedarmkanker in de lever en de longen.

Referenties:

  1. Galanos LJK, et al. Influence of a nationwide colorectal cancer screening program on the incidence of synchronous colorectal peritoneal metastases. Int. J. Cancer. 2025;157: 232-238.
  2. Galanos LJK, et al. Differences in patient- and tumor characteristics, treatment and survival between patients with screen-detected versus clinically detected colorectal peritoneal metastases. Eur J Surg Oncol. 2025; 51; 108789.
Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: oude vrouw met gepig­men­teerde huid­afwij­king op de boven­arm

Een 79-jarige vrouw bezoekt de dermatoloog voor beoordeling van een gepigmenteerde huidafwijking op de linker bovenarm. In de kinderjaren is zij ernstig door de zon verbrand. Haar moeder kreeg op 89-jarige leeftijd een melanoom. Wat is uw diagnose?

Het belang van goede ethiek­onder­steuning bij morele twijfels over eutha­nasie­verzoeken

Medisch ethici kunnen artsen helpen om morele stress te verlichten en hen ondersteunen bij een zorgvuldige afweging van complexe euthanasieverzoeken. Soms missen zij echter de competenties om die rol goed in te vullen, stelt medisch ethicus Suzanne Metselaar van Amsterdam UMC.

DRUP-studie laat zien wat off-label doelgerichte thera­pie kan opleveren

Voor patiënten met uitgezaaide kanker zonder reguliere behandelopties kan een specifieke DNA-afwijking soms toch nieuwe kansen bieden, vertelt Karlijn Verkerk. “We hebben inmiddels gezien dat off-labelgebruik echt tot veranderingen in de klinische praktijk kan leiden.”

‘Artsen denken al snel dat een vrouw zich aanstelt’

Monique Steegers ziet dat pijnklachten van vrouwen nog te vaak worden weggewuifd of verkeerd geïnterpreteerd door artsen. Volgens haar leidt dat niet alleen tot vertraagde diagnoses, maar ook tot meer chronische pijn en onnodig leed. “We móeten dit veranderen.”

Carrièresabotage: ‘Het is niet eerlijk en het kan ook jou overkomen’

Jamiu Busari onderzocht het fenomeen carrièresabotage in de medische en academische wereld. Veel respondenten herkenden het direct. Waarom blijft dit soort onrecht vaak onbesproken? “Dit fenomeen raakt ons allemaal.”

Morfine als post­opera­tief alter­natief voor oxycodon: helpt dat eigenlijk?

Apotheker Eward Melis onderzocht of morfine na een operatie veiliger is dan oxycodon als het gaat om langdurig opioïdgebruik, zoals de laatste jaren steeds vaker wordt gesuggereerd. “Ik had dit niet verwacht.”

Casus: vrouw met steeds meer episodes van draaiduizeligheid

Een 52-jarige vrouw, die als tiener menstruele migraine heeft gehad, komt op uw spreekuur vanwege episodes van draaiduizeligheid. Een episodes duurt meestal 30-60 minuten. Er zijn geen duidelijke triggers, zoals hoofdbewegingen. Wat is uw diagnose?

Bewegingsgerichte zorg stimuleert zelfredzaamheid van patiënten

Bewegingsgerichte zorg kan helpen functieverlies tijdens ziekenhuisopname te beperken, vertellen Selma Kok en Fabienne van der Meulen. Dit leidt tot onder andere kortere opnames. Samen vertellen ze over het belang van bewegingsgerichte zorg.

Zorgverleners slaan handen ineen tegen handel in recept­medicatie

Een nieuw protocol helpt voorschrijvers om handel van receptmedicatie bij kwetsbare groepen tegen te gaan. Marleen Horsting en Lennart Wasmoeth lichten de achtergrond hiervan toe. “Op straat wordt pregabaline ook wel ‘madame courage’ genoemd.”

‘Er is zoveel ervarings­kennis onder genees­kunde­student­en, zonde om die niet te gebruiken’

Geneeskundestudenten met een chronische ziekte hebben ervaring als patiënt en weten hoe het is om met een aandoening te leven. Het programma ‘Medische dubbeltalenten’ zet die ervaringskennis in het onderwijs in. Dubbeltalent Soete Meertens vertelt.