Bij klep-in-klep TAVI vindt niet vaak permanente pacemakerimplantatie plaats

mm
Daniël Dresden
Redactioneel,
4 mei 2021

Bij een klep-in-klep transkatheter aortaklep-vervanging (TAVI) was niet zo vaak een permanente pacemakerimplantatie nodig, en nog minder vaak bij gebruik van een nieuwe generatie transkatheter hartklep. Verder is in het VIVID-register gevonden dat na een permanente pacemakerimplantatie het overlijdensrisico enigszins toenam.

Een permanente pacemakerimplantatie is nog steeds een van de belangrijkste beperkingen van een TAVI. Er zijn echter weinig gegevens over permanente pacemakerimplantatie na klep-in-klep TAVI, vooral bij het gebruik van nieuwste generatie transkatheter hartkleppen.

VIVID-register

Het Valve-in-Valve International Database (VIVID)-register is een samenwerking van 180 centra uit Amerika, Europa (ook Nederland), het Midden-Oosten, Azië, Afrika en Oceanië. Veel verschillende soorten ballon-expandeerbare kleppen (Cribier-Edwards, Sapien, Sapien XT, Sapien 3, Myval) en zelfexpanderende kleppen (CoreValve, Evolut R/Pro, Portico, Engager, Symetis Acurate, Acurate Neo, JenaValve, Lotus, Allegra, Direct Flow) werden geïmplanteerd. Alle transkatheter hartkleppen behalve CoreValve, Cribier-Edwards, Sapien en Sapien XT werden beschouwd als nieuwe generatie transkatheter hartkleppen.

De bijna 2000 geanalyseerde patiënten hadden in het verleden nog geen permanente pacemakerimplantatie gekregen en ondergingen in de periode 2007-2020 een klep-in-klep TAVI. Bij 6,4% van deze patiënten werd na de TAVI een permanente pacemaker geïmplanteerd.

Risico op permanente pacemakerimplantatie

Na implantatie van een nieuwe generatie transkatheter hartklep vond significant minder vaak ee

 

Login om verder te lezen

Nog geen account? Meld u hier gratis aan.

,
Deel dit artikel