Bij patiënten met CKD en T2DM minder achteruitgang nierfunctie en CV-events met finerenone

mm
Daniël Dresden
Redactioneel,
30 oktober 2020

Bij patiënten met een chronische nierziekte (CKD) en type 2-diabetes mellitus (T2DM) ging bij behandeling met de niet-steroïde, selectieve mineralocorticoïd-receptorantagonist finerenone de nierfunctie minder snel achteruit en traden minder cardiovasculaire (CV)-events op dan in de placebogroep. Deze resultaten van de FIDELIO-DKD-studie verschenen onlangs in NEJM.

T2DM is de belangrijkste oorzaak van CKD wereldwijd. De internationale richtlijnen voor de behandeling van CKD bij T2DM-patiënten adviseren om bij de bloeddruk- en glucoseregulatie gebruik te maken van een renine-angiotensine-systeem (RAS)-blokker (ACE-remmer of angiotensine-receptorblokker) en meer recentelijk van een natriumglucose cotransporter 2 (SGLT2)-remmer. Ondanks de aanbevolen behandeling kan de nierziekte achteruitgaan. Daarom zijn nieuwere therapieën nodig.

(bron foto iStock)

Mineralocorticoïd-receptorantagonisten

Overactiviteit van de mineralocorticoïd-receptor blijkt betrokken te zijn bij de pathogenese van cardiorenale ziekten, waaronder CKD en diabetes. Een meta-analyse toonde aan dat de eiwit- of albumine-excretie in de urine met 31% afnam bij behandeling van CKD-patiënten met een steroïde mineralocorticoïd-receptorantagonist. Er ontbraken echter gegevens over harde klinische uitkomsten.
In preklinische modellen had finerenone krachtiger anti-inflammatoire en antifibrotische effecten dan steroïde mineralocorticoïd-receptorantagonisten. Finerenone vermindert de albumine-creatinine-ratio in de urine bij CKD-patiënten die worden behandeld met een
RAS-blokker, terwijl het minder effect heeft op serumkaliumspiegel dan spironolacton.

FIDELIO-DKD-studie

In deze dubbelblinde studie kregen 5734 patiënten met CKD en T2DM willekeurig finerenon of placebo. Patiënten die in aanmerking kwamen, hadden een albumine-creatinine-ratio in de urine van 30-300, een geschatte glomerulaire filtratiesnelheid (eGFR) van 25-60 ml/min/1,73 m2 lichaamsoppervlak en diabetische retinopathie, of ze hadden een albumine-creatinine-ratio in de urine van 300-5000 en een eGFR van 25-75 ml/min/1,73 m2.
Alle patiënten werden behandeld met een renine-angiotensine-systeem (RAS)-blokkade die voorafgaande aan de randomisatie was aangepast tot de maximaal geregistreerde dosis waarbij geen onaanvaardbare bijwerkingen optraden.

Betere uitkomsten

Het primaire samengestelde eindpunt, beoordeeld in een time-to-event-analyse, was het optreden van nierfalen, een aanhoudende afname van ≥ 40% in de eGFR ten opzichte van baseline of overlijden door een renale oorzaak. Tijdens een mediane follow-up van 2,6 jaar trad een event van het primair eindpunt op bij 17,8% van de patiënten in de finerenone-groep en bij 21,1% in de placebogroep (hazard ratio 0,82; p = 0,001).
Het belangrijkste secundaire samengestelde eindpunt, dat eveneens werd beoordeeld in een time-to-event-analyse, was overlijden door cardiovasculaire oorzaken, niet-fataal hartinfarct, niet-fatale beroerte of ziekenhuisopname vanwege hartfalen. Een secundair eindpunt trad op bij 13,0% van de patiënten in de finerenone-groep en bij 14,8% in de placebogroep (HR 0,86; p = 0,03).
Over het algemeen was de frequentie van adverse events vergelijkbaar in de twee groepen. De behandeling met finerenone werd vaker gestopt vanwege hyperkaliëmie in vergelijking met placebo (respectievelijk 2,3% en 0,9%).

Minder nierfunctie-achteruitgang

De FIDELIO-DKD-studie toonde aan dat bij patiënten met CKD en T2DM bij behandeling met finerenone minder achteruitgang van de CKD en CV-events optraden dan in de placebogroep.


Referentie: Bakris GL, Agarwal R, Anker SD, et al. Effect of Finerenone on Chronic Kidney Disease Outcomes in Type 2 Diabetes. New Engl J Med. 2020, Oct 23. DOI: 10.1056/NEJMoa2025845. https://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMoa2025845?query=featured_home

, , , , ,
Deel dit artikel