DOQ

Blaassensor waarschuwt volwassenen met urine-incontinentie

Hij was er al voor kinderen, maar nu ook voor volwassenen met urine-incontinentie: een apparaat dat het volume van de blaas meet en de gebruiker waarschuwt als het tijd is om naar het toilet te gaan. De zogeheten TENA SmartCare Bladder Sensor bevindt zich nog in de testfase. Toch zijn de eerste resultaten veelbelovend, aldus uroloog Diederick Duijvesz van het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen.

In 2014 bundelde de Nijmeegse startup Novioscan de krachten met artsen van het UMC Utrecht en het Wilhelmina Kinderziekenhuis. Samen ontwikkelden ze de SENS-U, een blaassensor die kinderen van 6-18 jaar met urine-incontinentie helpt om de blaas te trainen en zo plasongelukken te voorkomen. Na de overname door het Zweedse bedrijf Essity – bekend van de merken TENA en Libresse – en een forse investering in een betere chip, werd de blaassensor in samenwerking met het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis doorontwikkeld voor volwassenen. Onlangs zijn de eerste testresultaten gepubliceerd in het vakblad Neurourology and Urodynamics.

“Zodra de blaas vol is, begint het apparaat zachtjes te trillen”

Uroloog Diederick Duijvesz

Blaassensor

De blaassensor is een klein, lichtgewicht en draagbaar echoapparaat op batterijen dat continu – dat wil zeggen: elke 30 seconden – meet hoeveel urine er in de blaas zit. “Op de sensor wordt eerst gel aangebracht om de niet-hoorbare (ultrasone) geluidsgolven te geleiden”, legt Duijvesz uit. “Daarna wordt het apparaat met een pleister vastgeplakt op de buik – recht onder de navel, ongeveer één cm boven het schaambeen. Zodra de blaas vol is, begint het apparaat zachtjes te trillen en/of ontvangt de gebruiker een melding in de bijbehorende app voor iPhone of Apple Watch. Zo weet de gebruiker dat het tijd is om te gaan plassen.”

Reallife

In totaal testten 30 volwassenen (67% vrouw; mediane leeftijd: 53 jaar) de blaassensor in hun thuissituatie – dus ‘reallife’ – gedurende één week. Alle deelnemers hadden naar eigen zeggen klachten die passen bij urine-incontinentie, zoals ongewild urineverlies, een plotseling, sterke aandrang om te plassen en problemen met het volledig legen van de blaas. “In principe droegen zij het echoapparaat dag en nacht”, vertelt Duijvesz, “maar zij mochten het zo nu en dan afdoen, bijvoorbeeld tijdens het douchen, zwemmen, opladen van het apparaat of vervangen van de pleister.” Deelnemers hielden in een dagboek bij wanneer zij hadden geplast en wanneer zij ongewild urine hadden verloren. Het belangrijkste doel van het onderzoek was om aan te tonen of de blaassensor in staat is een volle blaas te detecteren vóór het plassen. Daarnaast analyseerden Duijvesz en collega-onderzoekers de veiligheid en gebruiksvriendelijkheid van de blaassensor, evenals de tevredenheid en de kwaliteit van leven van de gebruikers.

“67% van de deelnemers had minder ongewild urineverlies”

Belangrijkste resultaten

Bij twee deelnemers met een BMI net onder de bovengrens van een gezond gewicht (24,9 kg/m2) werkte de blaassensor niet zoals verwacht doordat het apparaat tijdens intensief sporten loskwam van hun vooruitstekende buik. “Als we hun gegevens buiten de analysen hielden, detecteerde de blaassensor de blaas in mediaan 89,8% van de gevallen vóór het plassen”, stelt Duijvesz. “In mediaan 63,1% van de gevallen gaf de blaassensor een seintje dat de blaas vol was voordat de gebruiker naar het toilet ging en in mediaan 94,4% van de gevallen merkte de gebruiker de trilling van het apparaat en/of de notificatie in de app ook daadwerkelijk op.” Daarnaast had het apparaat een positief effect op de plasklachten en de kwaliteit van leven van de deelnemers. “Zo had 67% van hen minder ongewild urineverlies en 30% zelfs helemaal geen ongewenst urineverlies nadat ze het apparaat een week hadden gebruikt”, aldus Duijvesz. Meer dan de helft van de deelnemers (57%) vond dat hun algemeen welzijn was verbeterd doordat zij meer controle kregen over hun eigen lichaam.

“Mogelijk kan het apparaat de werkdruk onder het zorgpersoneel verminderen”

Verwachtingen

Duijvesz en collega-onderzoekers kijken terug op een geslaagde eerste test en zijn voornemens om ook de langetermijneffecten van de blaassensor te onderzoeken. “We verwachten dat de gunstige effecten van de blaassensor versterkt zullen worden naarmate het apparaat een vaster onderdeel wordt van het dagelijks leven van de gebruiker en gedurende een langere periode wordt gebruikt. Daarbij is een zorgvuldige patiëntenselectie van belang, aangezien de werking van de blaassensor wordt beïnvloed door factoren als een klein blaasvolume en de anatomie van de buik.” Ook willen de onderzoekers de blaassensor testen in ziekenhuizen, verpleeghuizen en ouderencentra. “Mogelijk kan het apparaat de werkdruk onder het zorgpersoneel verminderen: routinematige controle van incontinentiemateriaal is niet meer nodig en bedden en kleding hoeven minder vaak verschoond te worden”, besluit Duijvesz.

Referentie: Van den Bosch F, van Leuteren P, Tobisch S, et al. A bladder sensor for adults with urinary incontinence. Neurourol Urodyn. 2025;44:795-803.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘In Bloesem werken onderzoekers uit de wijk en van de universiteit nauw samen’

Onderzoek in aandachtswijken is vaak complex, mede doordat bewoners amper worden bereikt. In project Bloesem in de Haagse wijk Moerwijk doen ze het anders, vertelt Nienke Slagboom. “Hier maken bewoners zelf deel uit van het onderzoeksteam.”

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?

Als de arts nep blijkt: medische misleiding met deepfakes

Steeds vaker duiken deepfakevideo’s op waarin artsen medicijnen aanprijzen. Leonie Hulstein noemt dit een zorgwekkende ontwikkeling. “Dit gaat over gezondheid. Dat maakt het gevaarlijker dan andere vormen van nepcontent.”

Medicatie belangrijke oorzaak van bezoek aan de spoedeisende hulp

Bij 17% van de SEH-bezoeken zonder opname speelt medicatie een rol, en meer dan een derde daarvan is vermijdbaar, zo vertelt Rehana Rahman. “De herkenning van deze bezoeken zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken op de SEH.”

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?

‘Leren reanimeren doe je altijd voor een ander, nooit voor jezelf’

Burgerhulpverleners starten in Nederland het merendeel van de reanimaties bij een hartstilstand, maar hun aantal is nog onvoldoende. Leonie van der Leest: “Zorgverleners kunnen mensen hierop attenderen: leer reanimeren, je redt er mensenlevens mee.”

Rechtvaardigheid als kompas voor medisch onderzoek

Wie profiteert van medische innovaties? Wie kan meedoen aan onderzoek en wie blijft buiten beeld? Rieke van der Graaf onderzoekt hoe medisch onderzoek zo kan worden ingericht dat het niet alleen vooruitgang oplevert, maar ook rechtvaardig is.

‘Houd het gesprek over cannabis­gebruik bij medische klachten open’

Veel patiënten gebruiken cannabis bij medische klachten, maar halen dit niet via de apotheek. Pieter Oomen vertelt over de barrières die ervaren worden en doet enkele aanbevelingen. “Een van de barrières is het stigma dat bij artsen vaak nog leeft rond cannabis.”

Wanneer klachten eigenlijk een zingeving­svraag zijn

Huisarts Richard Hoofs ziet in zijn praktijk regelmatig mensen bij wie medische verklaringen ontbreken, maar het lijden duidelijk aanwezig is. Volgens hem ligt onder die klachten vaak een vraag die in de spreekkamer nog weinig gesteld wordt: waar leef je eigenlijk voor?

AI-model voor SEH werkt goed, maar wordt niet gebruikt

AI kan op de SEH goed voorspellen welke patiënten een hoog sterfterisico hebben. Toch ondervonden Paul van Dam en William van Doorn dat artsen de voorspelling nauwelijks gebruiken. “We moeten leren om AI-modellen te ontwerpen die beter zijn afgestemd op de gebruikers.”