Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Breuninger-techniek: optimale verwijdering huidtumoren met minimale cosmetische schade
Met de Breuninger-techniek kunnen complexe huidtumoren op cosmetisch gevoelige plaatsen volledig worden verwijderd, met minimale cosmetische schade. Sinds september 2025 wordt deze methode ook toegepast in het Arnhemse ziekenhuis Rijnstate. Een van de dermatologen die deze operatie daar uitvoert is Jurgen Smit. Hij vertelt er meer over.
Smit is al twintig jaar werkzaam in Rijnstate, als dermatoloog en fleboloog. Hij is gecertificeerd voor het uitvoeren van huidkankeroperaties met de Mohs-techniek. “Deze techniek passen we al een jaar of twaalf toe in ons ziekenhuis. Hiermee is het mogelijk om heel precies tumoren van de huid te verwijderen, met zo weinig mogelijk verlies van gezonde huid. Inmiddels hebben we ongeveer 5.000 patiënten op die manier behandeld.”
“Maar vanaf september 2025 hebben we een variant op deze techniek geïntroduceerd”, gaat Smit verder. “Dat is de Breuninger-techniek, ook wel ‘slow Mohs’-techniek genoemd. Deze techniek is vooral geschikt voor zeldzame huidtumoren op cosmetisch gevoelige plaatsen, zoals de neus, lippen, oren en het gelaat. Hiermee kan nog preciezer worden geopereerd, met zo weinig mogelijk cosmetische schade en wordt de kans op terugkeer van de huidkanker nog kleiner.”

“Welke operatietechniek wordt gekozen, hangt af van het type huidtumor en de lokalisatie”
Dermatoloog Jurgen Smit
Tübinger Torte
De Breuninger-techniek is niet nieuw, vertelt Smit. “Deze werd in 1984 ontwikkeld door Helmut Breuninger, een arts uit het Duitse Tübingen. Deze techniek wordt ook wel ‘Tübinger Torte’ genoemd, ‘Tübinger-taart’. Deze methode is in de loop der jaren verbeterd en vormt een aanvulling op de andere operatietechnieken die gangbaar zijn bij huidtumoren: conventionele chirurgie en de Mohs-techniek. Welke operatietechniek wordt gekozen, hangt af van het type huidtumor en de lokalisatie. Je kunt je voorstellen dat je op een cosmetisch gevoelige plaats met een zo nauw mogelijke marge wilt opereren.”
Conventionele chirurgie
Conventionele chirurgie wordt verreweg het vaakst toegepast, vertelt de Arnhemse dermatoloog. “Deze is geschikt voor eenvoudige basaalcel- en plaveiselcelcarcinomen op bijvoorbeeld armen, benen en rug. Deze carcinomen komen het vaakst voor. Het gaat dan om duidelijk afgebakende tumoren die makkelijk te verwijderen zijn. Deze worden ellipsvormig uitgesneden en vervolgens in plakjes gesneden, de patholoog beoordeelt steekproefsgewijs een stuk of vier plakjes en stelt daarmee vast of de tumor is verwijderd. Dit is een steekproef die behoorlijk betrouwbaar is. Studies laten echter zien dat er bij conventionele excisies toch nog zo’n 10% kans is dat de tumor niet helemaal verwijderd is en nog terug kan keren.”
Mohs-techniek
Bij de Mohs-techniek – genoemd naar de uitvinder Frederick Mohs – worden huidtumoren op cosmetisch gevoelige plaatsen geheel uitgesneden. “Deze techniek wordt vooral toegepast bij basaalcelcarcinomen en eenvoudige plaveiselcelcarcinomen. Van het weggesneden weefsel maken we vriescoupes. Die worden onder de microscoop beoordeeld door de dermatoloog in samenspraak met de patholoog. De uitslag is na circa twee uur bekend. Blijkt het huidweefsel niet helemaal schoon te zijn, dan wordt de operatie herhaald en de plaats waar de tumor nog niet geheel is verwijderd nog wat ruimer uitgesneden, net zo lang tot deze geheel weg is. Daarna kan de wond dicht en zijn de patiënten dus in één dag klaar. In principe is dit een eenmalige ingreep.”
“Hét grote voordeel is dat de cosmetische schade hierdoor minimaal is”
Breuninger-techniek
De Breuninger-techniek is een variant op de Mohs-techniek en wordt toegepast bij een aantal huidkankertypen die minder vaak voorkomen, complex zijn en moeilijk te beoordelen zijn onder de microscoop, zegt Smit. “Bij deze tumoren is snelle beoordeling zoals bij de Mohs-techniek niet goed mogelijk. Het gaat hierbij onder andere om sprieterig groeiende plaveiselcelcarcinomen, lentigo maligna, atypische fribroxanthomen en dermatofibrosarcoma protuberans. Deze aandoeningen hebben gemeen dat je ze ruim moet uitsnijden met een marge van soms wel 2 cm om zeker te weten dat je alle huidkanker verwijdert. Je kunt je voorstellen dat je dit niet wilt op een cosmetische gevoelige plaats, zoals op je neus of je gezicht.
Bij de Breuninger-techniek wordt een minimale hoeveelheid gezond weefsel weggesneden en worden van het verwijderde weefsel paraffinecoupes gemaakt. Daarmee is nauwkeurig onder de microscoop te bepalen of álle snijranden van het weggenomen weefsel schoon zijn. Je kunt daardoor de marge van gezond weefsel die je wegsnijdt beperken tot zo’n 5 mm. Daarbij weet je zeker dat de huidkanker geheel is verwijderd. Maar dat inbedden in paraffine kost tijd. Ook worden er nog weefselkleuringen gedaan. In totaal neemt dat vijf werkdagen in beslag. Daardoor is pas na een week bekend of de snijranden volledig schoon zijn. Zo niet, dan moet de patiënt na een week opnieuw worden geopereerd. Soms herhaalt zich dat nog enkele malen. Dat is een nadeel voor de patiënt, maar hét grote voordeel is dat de cosmetische schade hierdoor minimaal is en de zekerheid dat de kanker weg is maximaal is. De techniek is even veilig als de andere chirurgische technieken. Er is geen narcose nodig.”
Specialistische techniek
Een echte uitdaging bij de Breuninger-techniek is de planning van de operaties, volgens Smit. “Als je een patiënt een aantal weken achter elkaar wekelijks moet opereren en er komen in de tussentijd nieuwe patiënten bij, dan raakt je agenda erg vol. Momenteel behandelen we ongeveer één patiënt per week met de Breuninger-techniek. De Breuninger-techniek wordt in Nederland in meerdere ziekenhuizen toegepast, in sommige al jaren. Dit betreft vooral academische en topklinische ziekenhuizen. Het is een specialistische operatie, die niet elk ziekenhuis kan doen en echt ervaring vereist. Hopelijk verbetert de operatietechniek in de toekomst verder, zodat we met nog kleinere marges kunnen snijden en hopelijk ook de tijd tot de uitslag wat kunnen verkorten. Nieuwe technieken die daarbij zouden kunnen helpen zijn in ontwikkeling, zoals confocale laserscan microscopie en de high resolution micro MRI-scan. Ook kan data-analyse met AI hier nog een positieve bijdrage aan leveren”, besluit Smit.
Marc de Leeuw
