Cardioloog Hassink: ‘Altijd obductie en DNA-onderzoek na onverwacht overlijden 18- tot 45-jarigen’

mm
Gerben Stolk
Redactioneel,
30 september 2019

Huisartsen en andere eerstelijnsverwijzers kunnen eraan bijdragen dat minder mensen sterven vanwege een aangeboren of erfelijke hartziekte. Het UMC Utrecht heeft hiertoe een zorgpad ontwikkeld voor diagnostiek na plotseling overlijden van 18- tot 45-jarigen. Obductie en/of DNA-onderzoek bij het slachtoffer en eventuele screening van familieleden kan leiden tot de tijdige ontdekking dat bloedverwanten ook familiair of genetisch belast zijn.

Jaarlijks komt één op de duizend Nederlanders tussen de twintig en 75 jaar plotseling te overlijden buiten het ziekenhuis. Dikwijls is de oorzaak cardiologisch van aard. Terwijl het bij senioren vaak gaat om coronairlijden, bijvoorbeeld vanwege een kransslagadervernauwing, schuilt de oorzaak bij twee derde van de 18- tot 45-jarigen in een aangeboren of erfelijke hartziekte.

Cardioloog-Elektrofysioloog Rutger Hassink

Risicogroep

“Voor deze mensen kan de gezondheidszorg helaas niets meer uitrichten, maar bij de 18- tot 45-jarigen kunnen we wél proberen te voorkomen dat familieleden overlijden aan dezelfde aangeboren of erfelijke hartziekte. Zij vormen een risicogroep: 25 tot 33 procent maakt kans eveneens de ziekte hebben, en dat is een conservatieve schatting. Of iemand werkelijk drager is, kan blijken uit obductie en/of DNA-onderzoek bij de overledene en eventuele screening van familieleden.”

Dat vertelt cardioloog-elektrofysioloog Rutger Hassink van het UMC Utrecht. Samen met zijn collega’s patholoog Aryan Vink, klinisch geneticus Annette Baas en arts-onderzoekers Sanne Groeneveld en Lennart Blom ontwikkelde hij een stappenplan  

Login om verder te lezen

Nog geen account? Meld u hier gratis aan.

, , ,
Deel dit artikel