Cardioloog i.o. Berger: ‘Meer aandacht nodig voor preventie om atriumfibrilleren te voorkomen’

mm
Frank van Wijck
Redactioneel,
28 februari 2020

Ablatie van de zenuwcomplexen op de boezems van het hart heeft geen toegevoegde waarde bij de behandeling van atriumfibrilleren, zo blijkt uit promotieonderzoek. Aangezien boezemfibrilleren een steeds vaker voorkomende klacht is, is preventie dan ook het belangrijkste. “De cardioloog heeft – zeker met het groeiende aantal patiënten – minder tijd om aandacht te besteden aan het onderwerp preventie. Toch is die aandacht wel nodig.”

(bron: Istock)

In zijn promotieonderzoek heeft cardioloog i.o. Wouter Berger vastgesteld dat ablatie van de zenuwcomplexen op de boezems van het hart geen toegevoegde waarde heeft bij de behandeling van atriumfibrilleren. Het heeft geen effect op het voorkomen van de terugkeer van het boezemfibrilleren binnen een jaar na de behandeling. “Het onderzoek was specifiek gericht op patiënten die al langdurig te kampen hebben met atriumfibrilleren of die al eerder een katheterablatie hebben gehad en waarbij de standaardbehandeling met medicatie niet voldoende is”, preciseert hij. “Over de vraag wat dan de beste behandeling is, bestaan wel veel theorieën, maar bestaat geen duidelijkheid. Moet je extra lijnen zetten, complexe elektrogrammen opzoeken of de zenuwcomplexen ableren? Het idee aan de start van het onderzoek was dat dit laatste mogelijk zou helpen, maar de – onverwachte – uitkomst was dat het geen toegevoegde waarde heeft en zelfs tot meer complicaties leidde.”

“Micro-RNA’s zouden interessante biomarkers kunnen zijn. Maar hiervoor is echter meer onderzoek nodig”

Wel of geen baat

Het blijft moeilijk om exact te bepalen welke patiënten toch wel

 

Login om verder te lezen

Nog geen account? Meld u hier gratis aan.

, , , ,
Deel dit artikel