Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Chronische pijn anders bekeken
Artsen zoeken bij chronische pijn vaak naar verklaringen in het zenuwstelsel of in psychische factoren. Volgens oud-huisarts Henk van der Veen ligt de sleutel dichter bij de oppervlakte: in de huid, op de plek waar de pijn zich manifesteert. In zijn boek Inzicht in chronische pijn stelt hij dat chronische pijn niet onverklaarbaar is, maar verkeerd wordt beoordeeld. “Patiënten kunnen hun pijn meestal heel precies aanwijzen. Maar artsen doen daar te weinig mee, terwijl zij juist daar moeten beginnen.”
Van der Veen ziet chronische pijn niet als een ‘vals alarm’, maar als een aanhoudende, laaggradige ontstekingsreactie die als een veenbrand blijft smeulen. Vaak ligt de oorsprong in een oude beschadiging, zoals een ontsteking, operatie of trauma.

“Als je weet waar je moet kijken, kun je de pijngebieden soms gewoon zien”
Oud-huisarts Henk van der Veen
Onzichtbaar litteken
In zijn boek beschrijft hij hoe bij letsel stoffen vrijkomen, waaronder prostaglandinen, die zorgen voor pijn, zwelling en veranderingen in de doorbloeding. Dat proces kennen we van een acute (warme) ontsteking, maar volgens hem kan een vergelijkbare koude ontsteking blijven bestaan, ook als de zichtbare schade verdwenen is. Het resultaat is wat hij omschrijft als een ‘onzichtbaar litteken’: een plek waar het weefsel en de pijnregulatie ontregeld blijven. Kenmerkend is dat deze plekken zich anders gedragen dan de omliggende huid, onder meer in temperatuur. Pijngebieden blijken vaak kouder te zijn dan de omgeving – een aanwijzing voor verstoorde doorbloeding en aanhoudende ontstekingsactiviteit in het weefsel.
De huid als gemiste schakel
Daarmee verschuift Van der Veen de aandacht van het centrale zenuwstelsel naar de periferie, en specifiek naar de huid. Volgens hem ligt daar een cruciale, maar onderbelichte schakel. “Als je weet waar je moet kijken, kun je het soms gewoon zien”, zegt hij. “Een lichte verkleuring, een subtiel temperatuurverschil.” Met infraroodthermografie worden die verschillen zichtbaar als duidelijke afwijkingen. In zijn boek beschrijft hij temperatuurverschillen van enkele graden tussen pijngebieden en het omliggende weefsel, die statistisch significant zijn. Die metingen ondersteunen zijn stelling dat het hier niet gaat om een subjectieve beleving, maar om een lichamelijk proces.
Maar ook zonder apparatuur zijn er volgens hem aanwijzingen voor het pijngebied te vinden. Met eenvoudige tests kan een scherp begrensd gebied worden gevonden dat pijnlijk reageert, terwijl de omliggende huid normaal aanvoelt. Zo ontstaat een lokaal patroon dat past bij een actief, maar vaak onopgemerkt proces.
“Het is zeker geen psychisch restverschijnsel”
Botsing met de huidige visie
Deze benadering botst met de gangbare visie, waarin chronische pijn zonder duidelijke afwijkingen vaak wordt geduid als een probleem van pijnverwerking of als onderdeel van het biopsychosociale model. Van der Veen draait die redenering om. Psychische klachten bij langdurige pijn zijn volgens hem vaak een gevolg, niet de oorzaak. “Het is dus zeker geen psychisch restverschijnsel”, schrijft hij expliciet in zijn conclusies. Volgens hem leidt de huidige benadering op het gebied van chronische pijn ertoe dat het onderliggende oorzakencomplex buiten beeld blijft en behandelingen zich dus richten op symptoombestrijding.
Wat betekent dit voor de praktijk?
De praktische implicatie is dat de diagnostiek van chronische pijn anders moet beginnen: niet alleen met beeldvormend onderzoek of centrale verklaringen, maar met nauwkeurig lichamelijk onderzoek van het pijngebied. Voor de huisarts betekent dat vooral: patiënten hun pijn exact laten aanwijzen, de huid inspecteren op subtiele verschillen en met eenvoudige tests het pijngebied afgrenzen. Het uitgangspunt verschuift daarmee van algemeen naar lokaal: wat gebeurt er hier, op deze specifieke plek?
Daarnaast wijst Van der Veen op het effect van lokale interventies. Stoffen die betrokken zijn bij ontsteking en pijn, zoals prostaglandinen, kunnen farmacologisch worden beïnvloed, bijvoorbeeld met NSAID’s of een lokaal verdovingsmiddel. Volgens hem kan gerichte behandeling van het pijngebied leiden tot langdurige vermindering van klachten.
“Soms moet je dichterbij beginnen”
Bewijs en weerstand
Van der Veen onderbouwt zijn model met reguliere wetenschappelijke literatuur en eigen observaties en verwijst naar studies met statistisch significante resultaten. Tegelijkertijd erkent hij dat zijn benadering afwijkt van de gangbare kijk op chronische pijn en daardoor op weerstand stuit. De combinatie van verschillende vakgebieden en het ontbreken van een duidelijke plek binnen bestaande specialismen maken het lastig om zijn model breed geaccepteerd te krijgen. Tegelijkertijd ziet hij juist daarin een verklaring voor het probleem: doordat kennis versnipperd is, blijft het geheel buiten beeld.
Dichterbij beginnen
Wat zijn benadering vooral vraagt, is een andere blik in de spreekkamer. Niet alleen zoeken naar verklaringen op afstand, maar beginnen bij de plek waar de patiënt de pijn ervaart. “Je hoeft niet altijd verder te kijken”, zegt Van der Veen. “Soms moet je juist dichterbij beginnen.”
Meer informatie? Het boek Inzicht in chronische pijn is te bestellen via onder andere Uitgeverij Boekscout.
Ruth Wouters
