DOQ

Cognitieve gedragstherapie vermindert vermoeidheid bij mensen met MS

Ruim 80% van de mensen met MS heeft last van vermoeidheid. De afdeling revalidatiegeneeskunde van VUmc bestudeerde in nauwe samenwerking met acht andere Nederlandse instellingen het effect van drie verschillende behandelingen tegen vermoeidheid: conditietraining, energiemanagement en cognitieve gedragstherapie. Het blijkt dat alleen cognitieve gedragstherapie bij een psycholoog de vermoeidheid aanzienlijk vermindert. Binnenkort start daarom een uitgebreid vervolgonderzoek naar het verfijnen van deze behandeling.

Chronische vermoeidheid heeft grote negatieve gevolgen voor het dagelijks leven van mensen met MS. De oorzaak is nog onbekend en dat maakt effectieve behandeling moeilijk. In de multicenter TREFAMS-studie, TReating FAtigue in MS, bestudeerden onderzoekers het effect van drie behandelingen op ernstige vermoeidheid bij MS bij 266 patiënten: cognitieve gedragstherapie (91 patiënten), conditietraining (89 patiënten) en energiemanagement (86 patiënten).

Cognitieve gedragstherapie
Gedurende vier maanden kregen de deelnemers 12 sessies bij een psycholoog, waarbij het gedrag en de gedachten die de vermoeidheid in stand houden worden besproken en behandeld. Door deze behandeling verminderde de vermoeidheid aanzienlijk. Na de 12 sessies nam de vermoeidheid echter weer geleidelijk toe. In een vervolgonderzoek bekijken de onderzoekers of het positieve effect behouden kan blijven door de cognitieve gedragstherapie met enkele sessies te verlengen, zogenoemde ‘boostersessies’. Ook bestuderen de onderzoekers of een deel van de behandeling net zo effectief via internetsessies kan worden gegeven.

Conditietraining en energiemanagement
De twee andere behandelingen bleken te weinig effect te hebben. De deelnemende patiënten bleven ernstig vermoeid. Door de intensieve conditietraining trad weliswaar een geringe verbetering op ten opzichte van de controlebehandeling, maar dit effect was klein en leidde niet tot verbeteringen in maatschappelijk functioneren. Bovendien bleek het lastig om het intense trainingsschema vol te houden. Ook de derde behandeling, 12 sessies energiemanagement, had weliswaar enig effect, maar niet voldoende om deze therapie verder te ontwikkelen. De kern van energiemanagement is leren omgaan met de (minder) beschikbare energie.

Samenwerking en subsidie
Coördinator prof.dr. Vincent de Groot, revalidatiearts bij VUmc, werkte met zijn team nauw samen met ErasmusMC, UMC Utrecht, UMC St. Radboud, Sint Antonius, De Hoogstraat, Sint Maartenskliniek, Jeroen Bosch ziekenhuis en Leijpark Tilburg. Het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het ZonMW revalidatieprogramma en gesubsidieerd door Fonds NutsOhra. De resultaten zijn onlangs online gepubliceerd in drie afzonderlijke artikelen in het wetenschappelijke tijdschrift Multiple Sclerosis Journal. De vervolgstudie, waarvoor 166 deelnemers worden gezocht, gaat in het najaar van start en wordt gesubsidieerd door Stichting MS Research.

Bron: Multiple Sclerosis Journal
1. Conditietraining  
2. Energiemanagement
3. Cognitieve gedragstherapie

Persbericht: VUmc MS Centrum Amsterdam
Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘We kunnen in de reguliere zorg veel leren van de asielzoekerszorg’

Huisarts Floris Braat draait spreekuur in diverse asielzoekerscentra in de regio Utrecht en in Ter Apel. Hij heeft een grote affiniteit met de doelgroep. "Ik wilde iets doen met vluchtelingen, me bezighouden met verschillende culturen die ieder hun eigen gezondheidsvraagstukken kennen."

‘Preventie is geen nice to know, maar need to know’

Een projectteam van het UMC Utrecht heeft een routekaart gemaakt naar toekomstbestendig onderwijs waarin preventie structureel is ingebed. Aan het hoofd van dit project stond senior docent Anna Kersten. Zij licht de routekaart toe.

De IC overleefd, maar met welke kwaliteit van leven?

Na een IC-opname kan iemand nog langdurig klachten hebben. Deze klachten hebben een grote impact op diens kwaliteit van leven. Arts in opleiding tot anesthesioloog Lucy Porter (Radboudumc) onderzocht of kan worden voorspeld wat de kwaliteit van leven na de IC is.

Casus: man met erectieproblemen na radicale prostatectomie

Een 58-jarige man heeft negen maanden geleden een radicale prostatectomie ondergaan vanwege een gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Sindsdien heet hij ernstige erectieproblemen, waardoor hij gefrustreerd is en vermijdingsgedrag vertoont in de relatie met zijn vrouw. Wat is uw beleid?

Hoe dramaseries artsen kunnen helpen bij morele keuzes

Drie afleveringen van House M.D. of Dexter op een avond kijken, puur voor de ontspanning? Voor zorgprofessionals kan het ook leerzaam zijn. Mediawetenschapper Merel van Ommen onderzocht hoe dramaseries artsen kunnen helpen om beter om te gaan met moreel ingewikkelde situaties.

Onderliggend denkpatroon stuurt voorschrijver bij geneesmiddel­keuze

Het voorschrijven van geneesmiddelen is een afweging tussen richtlijnen, ervaring en patiëntkenmerken. Indeling in vier voorschrijversprofielen geeft inzicht in de eigen afwegingen. “En het helpt te begrijpen waarom een collega een andere beslissing neemt.” aldus Mariëlle Hartjes.

‘Medicatiebeleid in de laatste levensfase kan beter’

6 op de 10 patiënten in de palliatieve fase krijgt door de huisarts medicatie voorgeschreven die niet langer passend is. Dat blijkt uit een onlangs verschenen factsheet van Nivel en PZNL. “We moeten voorschrijfgewoonten kritisch onder de loep nemen”, zegt Yvonne de Man, senior onderzoeker bij Nivel.

Casus: vrouw met pijnlijke oorschelp

Een 55-jarige vrouw heeft een hoed in haar hand als ze uw spreekkamer binnenkomt. Sinds een maand heeft zij ’s nachts last van pijn aan het linkeroor. Op de oorrand ziet u een nodulus die bij druk zeer pijnlijk is. Wat is uw diagnose?

‘Live well, die well’: rol van vrijwilligers in de laatste levensfase

Vrijwilligers aan het sterfbed in het ziekenhuis maken een groot verschil, stelt Anne Goossensen. Ze luisteren, troosten en verlichten de werkdruk van zorgverleners. “Ze bieden een luisterend oor en zijn aanwezig, zonder haast of medische agenda.”

Waarom melden vrouwen vaker bijwerkingen van medicijnen?

Vrouwen blijken vaker bijwerkingen van medicijnen te melden dan mannen. Onderzoeker Sieta de Vries van het UMC Groningen probeert te achterhalen hoe dit komt. En dat blijkt complexer dan het lijkt.