Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Consult kinderarts na electieve sectio is meer felicitatiedienst
Als anios kindergeneeskunde in het St. Antonius Ziekenhuis merkte Demi Kruimer, nu aios interne geneeskunde in Gelre ziekenhuizen, dat de consulten door kinderartsen of arts-assistenten kindergeneeskunde uren na een electieve sectio caesarea meer een felicitatiedienst waren dan een medische noodzaak. Eigen onderzoek bevestigde deze observatie. “Doe een consult als dat medisch noodzakelijk is, anders niet.”
Binnen Nederland bestaat veel praktijkvariatie in de beoordeling van pasgeborenen die geboren zijn via een electieve sectio caesarea, vertelt Demi Kruimer. “In sommige ziekenhuizen is bij iedere electieve sectio een arts-assistent van de kindergeneeskunde betrokken. In andere ziekenhuizen, waar dit niet het geval is, wordt een neonaat soms pas uren na de geboorte gezien. Daarbij wordt vrijwel nooit een medisch probleem vastgesteld. Zodoende ontstond bij mij de vraag of deze beoordeling wel medisch noodzakelijk is.”
Dit consult door een kinderarts of arts-assistent komt voort uit eerder onderzoek, waaruit bleek dat het risico op complicaties na een keizersnede hoger is dan na een vaginale bevalling. “Hoewel vroeggeboren kinderen inderdaad een verhoogd risico op luchtwegklachten hebben, is de vraag of dit risico ook verhoogd is voor kinderen die aterm geboren zijn.”

“Als je uren later nog gaat kijken bij het kind, ben je niks anders dan een gezonde baby aan het nakijken”
Aios interne geneeskunde Demi Kruimer
Vroeg of laat aterm
Het onderzoek van Kruimer bestond uit twee componenten: een literatuuronderzoek en een cohortstudie. “Hierbij hebben we ervoor gekozen om onderscheid te maken tussen geboortes na 37 weken (vroeg aterm) of 38 weken en later (laat aterm).” In het literatuuronderzoek werd gekeken naar het verschil in risico op respiratoire complicaties na een keizersnede of vaginale bevalling bij minstens 37 weken zwangerschap. “Hierin vonden wij geen verschil tussen deze twee groepen”, vertelt Kruimer. “Maar we zagen wel dat het risico op respiratoire complicaties hoger was bij een vroeg aterme geboorte dan bij een laat aterme geboorte. Belangrijk om te vermelden is dat dit verschil zowel bij keizersnede als vaginale bevalling werd gezien.”
Felicitatiedienst
Het retrospectieve cohortonderzoek vond plaats in het St. Antonius Ziekenhuis, waarbij de onderzoekers alle electieve sectio’s in 2021 in beschouwing namen. “We hebben binnen het cohort gekeken naar het percentage pasgeborenen dat respiratoire klachten ontwikkelde. Daarbij keken we onder andere naar na hoeveel weken de kinderen geboren werden, hoeveel uur na de bevalling het consult door de kinderarts plaatsvond en welke onderliggende ziektebeelden we tegenkwamen.”
Hieruit bleek dat respiratoire problemen in alle gevallen direct na de geboorte optraden, en de risico op deze klachten – in overeenstemming met de literatuur – groter was bij een vroeg dan laat aterme geboorte. “Een consult door een kinderarts uren na de geboorte blijkt inderdaad een felicitatiedienst, mits kinderen direct na de geboorte geen problemen hebben. Bij vroeg aterme consulten is het vanwege het verhoogde risico op respiratoire klachten mogelijk wel nuttig, maar alleen als het direct na de geboorte gebeurt. Als je uren later nog gaat kijken bij het kind, ben je niks anders dan een gezonde baby aan het nakijken. Wellicht is dat nuttig als leerervaring voor de jonge arts, maar het is medisch gezien niet zinvol voor de patiënt in kwestie.”
“Het wordt steeds essentiëler om zorgpersoneel zo effectief mogelijk in te zetten”
Zinvolle geboortezorg
Gezien de groeiende druk op de zorg en de focus op doelmatige zorg, is het de vraag of het wenselijk is om dit soort medisch niet bijdragende consulten uit te blijven voeren. “De pasgeborenen moeten hoe dan ook beoordeeld worden, maar de vraag is of een kindergeneeskundige dat moet doen, of dat een gynaecoloog of verloskundige deze taak kan overnemen, zoals bij een thuisbevalling gebeurt. Maar dat vergt een nieuwe werkwijze binnen het ziekenhuis, waarbij ook het kostenplaatje en de financiering van de consulten in acht moet worden genomen.”
“Het wordt steeds essentiëler om zorgpersoneel zo effectief mogelijk in te zetten. We moeten een transitie maken van productiegerichte zorg naar evidence-based zorg. Door kritisch te kijken naar dit soort werkprocessen, kunnen we wellicht minder werkdruk creëren, en de zorg zinniger, goedkoper én houdbaarder maken.”


