Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Coronaire functietest: hoe eerder hoe beter
Een vroegtijdige coronaire functietest (CFT) leidt bij patiënten met angina zonder obstructieve coronaire hartziekte (ANOCA) tot minder hartklachten en een betere kwaliteit van leven. Dit blijkt uit de Nederlandse ILIAS ANOCA-studie. Tim van de Hoef, onderzoeksleider en interventiecardioloog in UMC Utrecht, bespreekt de klinische implicaties van deze bevindingen.
Pijn op de borst, druk op de schouderbladen en kortademigheid: lange tijd was de diagnostiek bij deze klachten gericht op het opsporen en behandelen van vernauwingen in de kransslagaders. Als vervolgens bij hartkatheterisatie deze vernauwingen niet konden worden aangetoond, gingen patiënten naar huis met de boodschap ‘gefeliciteerd, uw klachten komen niet van het hart’.
Maar patiënten waren hiermee niet geholpen, erkent Tim van de Hoef. “De klachten bleven, vaak met veel impact op hun kwaliteit van leven. En het betreft een grote groep, want bij ruim 50% van de patiënten die een hartkatheterisatie krijgen vanwege pijn op de borst of kortademigheid, vinden we geen vernauwingen in de kransslagaders.”

“Voor de ILIAS ANOCA-studie was onze aanname dat je CFT het beste vroegtijdig kunt doen”
Onderzoeksleider en interventiecardioloog Tim van de Hoef
Aanvullende hartdiagnoses
Jan Piek, emeritus hoogleraar Klinische cardiologie, was in Nederland de eerste die de CFT bij een kleine groep patiënten inzette. Van de Hoef: “Je kijkt daarmee niet alleen naar vernauwingen, je kijkt ook of zich coronaire spasmen voordoen. Daarnaast wil je weten of er sprake is van coronaire microvasculaire disfunctie (CMD).”
Piek zag dat CFT leidt tot hartdiagnoses die bij katheterisatie alléén gemist worden. “In 2018 toonde de Schotse CORM-ICA-studie vervolgens aan dat bijna 90% van deze patiënten een vorm van coronair spasme of CMD had, en dat behandeling deze klachten duidelijk verbeterde. Inmiddels bieden negentien hartcentra in Nederland CFT als aanvulling op reguliere hartkatheterisatie bij patiënten met ANOCA.”
Veel vrijheid
Voor patiënten is dat uiteraard winst. De vraag bleef echter: wanneer kun je het CFT het beste inzetten? “De richtlijn uit 2024 zegt dat je CFT moet aanbieden aan patiënten met hartklachten zonder vernauwingen in de kransslagaderen, die klachten blijven houden ondanks behandeling met medicatie. Dat is ook de huidige praktijk, waarbij een CFT tijdens een tweede of derde hartkatheterisatie wordt verricht. Dat betekent dat het vaak lang duurt voordat deze patiënten een diagnose, en dus gerichte behandeling krijgen. Voor de ILIAS ANOCA-studie was onze aanname dat je CFT het beste vroegtijdig kunt doen. En wel op het eerste moment dat patiënten langskomen voor een hartkatheterisatie.”
In de ILIAS ANOCA-studie, met 153 geïncludeerde patiënten met ANOCA verdeeld over 77 patiënten in de interventie-arm en 76 patiënten in de controle-arm, ondergingen alle patiënten een CFT als bij de standaard hartkatheterisatie geen vernauwingen werden gevonden. De patiënten in de interventiearm kregen te horen welke diagnose er werd gesteld bij de CFT. Daarnaast kreeg de verwijzend cardioloog een voorstel hoe hij patiënten uit deze behandelgroep medicamenteus kon behandelen, volgens een door de onderzoeksgroep vastgelegd medicatieprotocol. De patiënten uit de controlegroep en hun verwijzend cardioloog kregen de uitslag van de CFT niet te horen. Zij kregen standaardzorg naar eigen inzicht van de cardioloog.
“We zagen na behandeling een belangrijke verbetering over het gehele klachtenspectrum”
Geen complicaties
De onderzoeksgroep keek vervolgens bij 6 en 12 maanden na de interventie naar de effecten van de behandeling. “Bij 78% van de patiënten vonden we een behandelbare diagnose. Dat waren patiënten die voorheen met lege handen naar huis gingen. Bovendien zagen we dat de CFT geen complicaties geeft. De gezondheidsrisico’s zitten vooral in de hartkatheterisatie. De aanvullende testen die tijdens de CFT worden gedaan, bleken – zoals ook al in eerder onderzoek was aangetoond – veilig. Daarnaast zagen we na behandeling een belangrijke verbetering over het gehele klachtenspectrum. Patiënten hebben duidelijk minder hartklachten als ze gericht worden behandeld voor de diagnose die bij CFT wordt gesteld. Verder zien we bij hen een duidelijke verbetering van hun kwaliteit van leven.”
“Patiënten gaan niet meer naar huis zonder diagnose”
Kookboek
De conclusie van de onderzoeksgroep is daarom: er is een belangrijke rol voor vroegtijdige CFT. En het is logisch om dit direct te doen als patiënten bij een eerste hartkatheterisatie geen vernauwingen in de kransslagaderen blijken te hebben. “Dat heeft meerdere voordelen. De patiënt is toch al in de hartkatheterisatiekamer, dus het belangrijkste risico van de hartkatheterisatie heeft de patiënt al ondergaan. Bovendien gaan patiënten dan niet meer naar huis zonder diagnose. Je kunt ze vroegtijdig behandelen en daarmee de kwaliteit van leven belangrijk beïnvloeden.”
Betekent dit nu dat ieder cardiologisch centrum dit behandelprotocol standaard moet invoeren? “Dat zouden we wel willen, maar zover zijn we nog niet. Eerst willen we het behandelprotocol voor patiënten met ANOCA goed met elkaar afstemmen. Zodat we zeker weten dat iedere cardioloog toegang heeft tot dezelfde kennis – zeg maar het ‘kookboek’ voor de behandeling van ANOCA – om patiënten goed te behandelen.”
Michel van Dijk
