Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Corticofobie onder zorgverleners leidt tot suboptimale behandeling
Corticofobie onder zorgverleners van kinderen met constitutioneel eczeem komt met name voor bij huisartsen en apothekers(assistenten). En hoe hoger de mate van corticofobie, des te terughoudender ze zijn in het gebruik van zalven met corticosteroïden, concludeert arts-onderzoeker Aviël Ragamin van het Erasmus MC op basis van vragenlijstonderzoek. “Een suboptimale behandeling ligt op de loer.”
Constitutioneel eczeem is een complexe huidziekte die meestal goed te behandelen is met basiszalven en zalven met corticosteroïden. Het behandelsucces hangt af van de gezamenlijke inspanning van arts en patiënt, weet Ragamin. “De arts wordt geacht een corticosteroïd uit de juiste sterkteklasse voor te schrijven en duidelijke uitleg te geven. De patiënt moet op zijn beurt genoeg zalf smeren en de zalf correct aanbrengen.” Maar in de praktijk merkt Ragamin dat zalven met corticosteroïden vaak onjuist worden gebruikt en dat de therapietrouw laag is. “Belangrijke oorzaken hiervan zijn tegenstrijdige smeerinstructies en corticofobie.”

“Patiënten weten vaak niet goed welke informatie wel en niet betrouwbaar is en worden hierdoor onzeker”
Aios dermatologie Aviël Ragamin
Bekend fenomeen
Corticofobie is een overmatige, irreële angst voor het gebruik van zalven met corticosteroïden vanwege (vermeende) bijwerkingen. Voor Ragamin is het een bekend fenomeen in de spreekkamer. “Het merendeel van de patiënten met constitutioneel eczeem is in meer of mindere mate bang voor bijwerkingen, zoals het dunner worden van de huid. Deze angst wordt mede gevoed door spookverhalen die rondgaan op social media of in de sociale omgeving. Patiënten weten vaak niet goed welke informatie wel en niet betrouwbaar is en worden hierdoor onzeker. Het gevolg is dat zij hun zalven verkeerd gebruiken of niet ophalen bij de apotheek of zelfs stoppen met de behandeling.”
Suboptimale behandeling
Niet alleen bij patiënten kan sprake zijn van corticofobie, maar ook onder zorgverleners. En dat kan grote gevolgen hebben, waarschuwt Ragamin. “Uit angst voor bijwerkingen kunnen artsen terughoudend zijn in het voorschrijven van zalven met corticosteroïden. Ze schrijven bijvoorbeeld minder zalf voor of een zalf uit een te lage sterkteklasse. Dit leidt tot een suboptimale behandeling, waardoor het eczeem mogelijk opvlamt of erger wordt. Daarnaast kan onvoldoende of niet behandeld eczeem een negatieve invloed hebben op de psychosociale ontwikkeling van het kind door schaamte, een negatief zelfbeeld, pestgedrag en sociale angsten.”
“Hoe hoger de mate van corticofobie, des te zwakker de voorgeschreven zalf”
Vragenlijstonderzoek
Ragamin en collega-onderzoekers zochten uit hoe vaak corticofobie voorkomt onder zorgverleners van kinderen met constitutioneel eczeem en in hoeverre corticofobie hun voorschrijfgedrag beïnvloedt. “In ons onderzoek vulden apothekers(assistenten), dermatologen, jeugdartsen, huisartsen en kinderartsen uit de regio Rotterdam een vragenlijst in. Eerst kregen zij twee casussen voorgelegd, waarbij we onder andere vroegen naar welke behandeling en instructies zij zouden geven. Uiteraard hielden we rekening met de richtlijnen die gelden voor de betreffende beroepsgroep. Vervolgens bepaalden we de mate van corticofobie.” Wat bleek? Dermatologen zijn het minst corticofoob, huisartsen en apothekersassistenten het meest. “En hoe hoger de mate van corticofobie, des te zwakker de voorgeschreven zalf en de voorgeschreven hoeveelheid zalf”, licht Ragamin toe. “Opvallend is dat zorgverleners die meer corticofoob zijn, vaker adviseren om de zalf dun te smeren en voor een korte periode te gebruiken. Ook overschatten zij hoe lang patiënten met één tube zalf kunnen doen.”
“We zijn op de goede weg om corticofobie onder zorgverleners te verminderen”
Goede nascholing, eenduidige informatie
Volgens Ragamin komt corticofobie onder zorgverleners voor een groot deel door een gebrek aan kennis. Hij noemt twee manieren om het probleem bij de wortel aan te pakken: goede nascholing en eenduidige patiënteninformatie. “In meerdere projecten staan die zaken al centraal. Vanuit het Nationaal Constitutioneel Eczeem Project (NCEP) zijn geaccrediteerde e-learnings en voorlichtingsmaterialen ontwikkeld, waaronder animaties, een game voor kinderen, uitlegkaarten, smeerwijzers en afbouwschema’s. Sinds kort zijn de e-learnings en voorlichtingsmaterialen te vinden op www.eczeemwijzer.nl. In het kader van het OKEE-project is een toolkit samengesteld, die apotheekmedewerkers steunt in de begeleiding van ouders met een kind met constitutioneel eczeem. Hierdoor voelen apotheekmedewerkers zich zekerder om het kind goed te helpen en neemt hun corticofobie af. We zijn op de goede weg om corticofobie onder zorgverleners te verminderen en zo de zorg voor kinderen met eczeem te verbeteren. Daar ben ik van overtuigd.”
Meer informatie? www.eczeemwijzer.nl en het OKEE-project.
Referentie: Ragamin A, van Halewijn KF, Schappin R, et al. Management strategies and corticophobia among healthcare professionals involved in the care for atopic dermatitis: a dutch survey. Dermatology. 2025;241:101-12.
Niels Elbert
