DOQ

‘De draad is de achilles­hiel van de pacemaker’

Onderzoekers in het Amsterdam UMC hebben meegewerkt aan de ontwikkeling van een dubbele draadloze pacemaker die geschikt is voor alle patiënten met een traag hartritme. Voor een grote groep patiënten betekent dat minder complicaties, minder infecties en een betere kwaliteit van leven. Bovendien leidt de draadloze pacemaker op termijn mogelijk tot lagere kosten voor de gezondheidszorg, legt Karel Breeman uit, een van de onderzoekers.

Jaarlijks worden er wereldwijd zo’n anderhalf miljoen pacemakers geïmplanteerd. In de meeste gevallen zijn dat traditionele pacemakers bestaande uit een onderhuids geplaatst kastje met een draad naar het hart. Die draad is de achilleshiel van de pacemaker, aldus Karel Breeman. “Het kan bij implantatie leiden tot complicaties zoals een klaplong, het kan perforaties geven, de draad kan loslaten of breken en het kan infecties geven. Dat zijn ernstige complicaties waarvoor veelal een reoperatie nodig is. En hoe langer de draden in het hart zitten, hoe risicovoller zo’n reoperatie is voor de patiënt.”

“Het is ons gelukt de pacemakers met elkaar te laten communiceren via impulsjes in het bloed laten”

Onderzoeker Karel Breeman

Vitaminepil

Tien jaar geleden hielpen onderzoekers van het Amsterdam UMC al mee aan de ontwikkeling van de eerste draadloze minipacemaker, met de grootte van een vitaminepil. “Dat was destijds een enorme innovatie. Deze minipacemaker kon tot nu toe echter alleen in de hartkamer geplaatst worden. Voor een deel van de patiënten is dat voldoende. Twintig procent van alle patiënten komt daar momenteel voor in aanmerking. Maar de meeste patiënten hebben voor een optimale fysiologische samentrekking van het hart een pacemaker nodig die zowel in boezem als hartkamer werkt.”   

Zo’n dubbele minipacemaker was lange tijd niet mogelijk, omdat het ingewikkeld is om twee pacemakers draadloos met elkaar te laten communiceren. Die communicatie is nodig om het hart te laten samentrekken. “Na jarenlang onderzoek is het ons echter gelukt om de pacemakers met elkaar te laten communiceren, via impulsjes in het bloed. Het is voor het eerst dat communicatie tussen implantaten in het lichaam daarmee mogelijk is.”

“Draadloze pacemakers geven minder infecties, en geen complicaties gerelateerd aan de draad”

Gunstige uitkomsten

De onderzoekers implanteerden de draadloze minipacemakers bij driehonderd patiënten. Zij werden vervolgens drie maanden lang gevolgd. “We keken daarbij naar veiligheid, effectiviteit en communicatie. Op alle drie die gebieden blijken de pacemakers het goed te doen. Die gunstige uitkomsten hebben we dit voorjaar gepubliceerd in de New England Journal of Medicine.”

De patiënten worden de komende tijd verder gevolgd, om veiligheid en effectiviteit ook op de langere termijn te monitoren. “De uitkomsten daarvan kennen we nog niet, maar we weten uit ervaring dat de meeste complicaties bij pacemakers zich voordoen aan het begin, tijdens of vlak na implantatie. We mogen dus hopen op gunstige langetermijnuitkomsten.” In ieder geval lijken de driemaandsuitkomsten gunstig genoeg voor toelating op de Amerikaanse markt. “De Verenigde Staten gaat vermoedelijk dit jaar al over tot toelating. Europa volgt waarschijnlijk in 2024, nadat onze zesmaandsresultaten bekend zijn. De dubbele draadloze pacemaker komt dan commercieel beschikbaar.” 

Geselecteerde groep patiënten

Dat betekent niet dat alle patiënten met een laag hartritme vanaf volgend jaar een dubbele draadloze pacemaker kunnen krijgen. “De kosten zullen aanvankelijk hoger liggen dan die van een bedrade pacemaker. Ik verwacht daarom dat eerst een geselecteerde groep patiënten hiervoor in aanmerking gaat komen. Denk aan patiënten met een verhoogd risico op infecties of patiënten bij wie een bedrade pacemaker tot complicaties leidt. Voor hen betekent dit gezondheidswinst, omdat draadloze pacemakers minder infecties geven, en geen complicaties gerelateerd aan de draad of het onderhuidse kastje. Er zullen dan ook minder dure reoperaties nodig zijn.”

“Er vindt nu onderzoek plaats naar draadloze pacemakers die gevoed worden met de kinetische energie van de hartslag.”

Kinetische energie

Breeman voorziet ondertussen een verdere ontwikkeling van de draadloze pacemakers. “De batterij van draadloze pacemakers moet, net als bij bedrade pacemakers, om de zoveel jaar vervangen worden. Zo’n vervanging, een reoperatie via de lies, is nooit zonder risico. Er vindt daarom nu onderzoek plaats, ook het Amsterdam UMC is daarbij betrokken, naar draadloze pacemakers die gevoed worden met de kinetische energie van de hartslag. Net zoals een Zwitsers horloge de kinetische energie gebruikt van de polsslag. Een batterijwissel is dan niet langer nodig. Ik weet zeker dat dit er gaat komen, maar wanneer, dat durf ik niet te voorspellen. Over vijf jaar, dat zou prachtig zijn.”

Referentie: Knops R, Reddy V, Ip J, et al. A Dual-Chamber Leadless Pacemaker. N Engl J Med. 2023; 388:2360-2370. doi: 10.1056/NEJMoa2300080

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Tegenwicht bieden zonder te schreeuwen

Veel adviezen over keel, neus en oren worden al generaties lang doorgegeven, vaak zonder dat ze kloppen. KNO-arts Veronique van den Heuvel maakt korte uitlegvideo’s op social media. Niet om met het vingertje te wijzen, maar om houvast te bieden bij alledaagse klachten.

Casus: vrouw met pijn bij vrijen na de overgang

Een 52-jarige, postmenopauzale vrouw ervaart sinds anderhalf jaar pijn bij het vrijen. Ook heeft ze afnemende seksuele verlangens, wat leidt tot spanningen in de relatie met haar man. Ze heeft nog steeds behoefte aan intimiteit. Wat is uw beleid?

Het vak is prachtig, de randvoorwaarden knellen

De bevlogenheid onder artsen is groot, blijkt uit de Loopbaanmonitor Medisch Specialisten 2024. Tegelijkertijd neemt de ontevredenheid over werkdruk toe. Volgens Kirsten Dabekaussen, voorzitter van De Jonge Specialist, is dat geen tegenstelling, maar een spanningsveld.

Tactvol medicatieadvies geven bij laag­geletterdheid

Moeite met lezen en schrijven leidt geregeld tot verkeerd medicijngebruik, zegt Laura Vlijmincx. Met extra uitleg en eenvoudiger etiketteksten probeert zij dit probleem in de apotheek te verkleinen. “Er heerst een taboe op, dus mensen melden het niet spontaan.”

Jeugdige en brede denktank werkt aan oplossingen voor de zorg

In de Denktank Gezond Verstand werken studenten uit verschillende studierichtingen samen aan oplossingen voor vraagstukken van ziekenhuizen. “Zij leren zo wat nodig is om samen verandering in gang te zetten”, vertelt initiatiefnemer Daantje Gratama.

Farmacogenetica kan bijwerkingen en therapiefalen voorkomen

Onverklaarbare bijwerkingen of het uitblijven van een effect zijn voor apotheker Peter Mourad redenen om farmacogenetisch onderzoek te doen. “Door tijdig rekening te houden met iemand genetische profiel, kan veel onnodige schade worden voorkomen.”

Casus: oudere man met algehele malaise

Een 84-jarige man presenteert zich op de spoedeisende hulp met sinds een week algehele malaise. Daarbij heeft patiënt zeurende pijn in de linkerflank, met uitstraling naar de rug, en last van polyurie. Wat is uw diagnose?

Zorgen voor en over AI bij zorgverleners

De beloftes van AI in de gezondheidszorg zijn groot. Maar AI kent ook nadelen en potentiële gevaren. Met haar theaterstuk ‘Zorgen voor AI’ wil Roanne van Voorst de discussie hierover stimuleren op de werkvloer. “In de praktijk valt de bespaarde tijd meestal tegen.”

Gelijke behandeling betekent niet altijd hetzelfde behandelen

Kinderarts Charlie Obihara schreef samen met zijn vrouw, psycholoog Dorian Maarse, het boek ‘Naar een inclusieve opleiding in de zorg’. “Als de opleiding niet meebeweegt met een steeds diverser wordende samenleving, loop je het risico dat je zorg tekortschiet.”

Aanvrager echo doet vaak geen lichamelijk onderzoek

In meer dan de helft van de gevallen hebben aanvragers van echografie vooraf geen lichamelijk onderzoek verricht. Andreea Pavel: “Wanneer het beschreven lichamelijk onderzoek bij meerdere polibezoeken identiek is, vraag je je af of het wel écht heeft plaatsgevonden.”


Lees ook: Hartdokters: cardiologen in de eerste lijn

Naar dit artikel »