De grenzen van goedbedoelde zorg
Redactioneel
20 februari 2026
In de zorg mikken we hoog. Bijna automatisch. Klachten moeten verdwijnen, functies hersteld, risico’s geminimaliseerd. Streven naar perfectie voelt nauwelijks nog als een keuze; het is de vanzelfsprekende onderstroom geworden van hoe we naar gezondheid kijken en hoe we zorg organiseren.
Volgens Stefan Haensel, uroloog en opleider in Franciscus Gasthuis in Rotterdam, wringt het juist daar. Niet omdat artsen te weinig betrokken zouden zijn, maar omdat het streven naar perfectie zelden ter discussie staat. “We doen in de zorg bijna alles om mensen zo dicht mogelijk bij hun ideale versie te brengen,” zegt hij. “Terwijl dat ideaalbeeld vaak niet meer past bij de fase van het leven waarin iemand zit.”
“We verbeteren iets dat eigenlijk geen probleem was”
Uroloog en opleider Stefan Haensel
Ideaal dat niet meebeweegt
Haensel ziet hoe hardnekkig dat ideaal kan zijn. Veel mensen voelen zich van binnen nog dezelfde als twintig jaar geleden en verwachten ook lichamelijk te functioneren zoals toen. Als dat niet gebeurt, ontstaat onrust. Of teleurstelling. Soms zelfs boosheid.
Dat speelt niet alleen bij grote diagnoses, maar juist bij kleine veranderingen. Iemand meldt zich omdat hij ’s nachts vaker moet opstaan om te plassen. Niet omdat hij daar ernstig onder lijdt, maar omdat hij zich afvraagt of het wel normaal is. Misschien kent hij iemand met een ernstige aandoening. Misschien heeft hij iets gelezen. De arts stelt gerust: er is geen sprake van ziekte. Maar daarna volgt va
Aanmelden
Meld u gratis aan om toegang te krijgen tot DOQ,
waar zorgprofessionals kennis en visie delen.
Ik heb al een DOQ account
Lees meer over: