DOQ

‘De verborgen epidemie waar niemand over praat’

Tot wel 80% van de vrouwen krijgt hinderlijke vaginale- of plasklachten tijdens de overgang. Toch komen deze klachten onvoldoende ter sprake bij de dokter. In de spreekkamer hoort uroloog en medisch seksuoloog Melianthe Nicolai (Antoni van Leeuwenhoek) vaak dat vrouwen denken dat de klachten er ‘gewoon’ bij horen en niet te behandelen zijn. “Maar dat is een groot misverstand.”

Vanaf de leeftijd van ongeveer 35 jaar daalt de productie van oestrogeen in de eierstokken. “Door dit natuurlijke proces nemen langzaam de kwaliteit en de dikte van het slijmvlies van de vagina en de blaas af”, vertelt Melianthe Nicolai. “Veel vrouwen merken het al ruim vóór de menopauze: ze worden gevoeliger voor blaasontstekingen, hebben vaker pijn hebben bij het vrijen in de week vóór de menstruatie of voelen hun blaas ‘zitten’. Dit hoort allemaal bij het genito-urinair syndroom van de menopauze, ofwel GSM.”

“Artsen onderschatten de invloed van GSM op intimiteit, relaties en kwaliteit van leven”

Uroloog en medisch seksuoloog Melianthe Nicolai

Grote invloed

GSM, voorheen ‘vulvovaginale atrofie’ genoemd, is een overkoepelende term voor klachten en objectieve veranderingen van de vulva, vagina, urethra en blaas. “De oorzaak is een lage hoeveelheid oestrogeen – vooral estriol – in het lichaam, waardoor het slijmvlies van de vagina en de blaas steeds dunner, droger en minder elastisch wordt”, legt Nicolai uit. “Als gevolg hiervan verandert het microbioom van de vagina: lactobacillen, die de zuurgraad van de vagina laag houden en beschermen tegen infecties, verdwijnen. Dit geeft bij tot wel 80% van de postmenopauzale vrouwenklachten, zoals jeuk, pijn bij het vrijen, een branderig gevoel of pijn bij het plassen, klachten van een overactieve blaas en recidiverende urineweginfecties. Op de lange termijn kan ernstige atrofie zelfs leiden tot verkleving of verdwijning van de kleine schaamlippen en tot vernauwing van de uitmonding van de plasbuis. GSM heeft een grote invloed op intimiteit, relaties en kwaliteit van leven. Veel artsen onderschatten dit.”

Verborgen epidemie

Hoewel GSM een veelvoorkomend probleem is, komen vaginale- en plasklachten onvoldoende aan bod in de spreekkamer, vindt Nicolai. “Veel vrouwen denken dat hun klachten ‘normaal’ zijn of vanzelf overgaan en dat er geen behandeling voor is. Of ze schamen zich. Daarom gaan vrouwen meestal niet spontaan het gesprek hierover aan met hun arts. Omgekeerd vragen de meeste huisartsen en urologen niet standaard naar seksuele klachten. Logisch ook, je kunt niet overal naar vragen. Maar zo blijft GSM ondergerapporteerd en ondergediagnosticeerd. Er is een verborgen epidemie gaande waar niemand over praat.”

“Zoveel vrouwen zijn al in de fuik van antibiotica gelopen: bij elke blaasontsteking weer een recept”

Fuik van antibiotica

Volgens Nicolai kan voorlichting in de publieksmedia en via patiëntenorganisaties vrouwen er meer bewust van maken dat GSM behandelbaar is. “Zoveel vrouwen zijn al in de fuik van antibiotica gelopen: bij elke blaasontsteking krijgen ze weer een receptje voor een kuur. Ondertussen tobben de vrouwen rustig door met hun klachten. Want antibiotica doen niets aan het onderliggende probleem, namelijk de verdunning van het slijmvlies. Helaas leggen de meeste huisartsen en urologen niet meteen het verband tussen recidiverende urineweginfecties en GSM. GSM is namelijk geen vast onderdeel van de opleiding tot uroloog, maar alleen een interessegebied. Nascholingen vanuit de beroepsverenigingen kunnen bijdragen aan vroege herkenning en behandeling van GSM.”

Vaginale oestrogenen

Systemische hormoontherapie helpt vaak onvoldoende tegen GSM, aldus Nicolai. “Systemische oestrogenen werken goed tegen opvliegers en andere menopauzale klachten, maar ze bereiken niet of onvoldoende het vagina- en blaasweefsel. Daarvoor moeten oestrogenen vaginaal worden toegediend. Vaginale oestrogenen, zoals estriol en estradiol, verbeteren de elasticiteit en de doorbloeding van het slijmvlies en zorgen er zo voor dat de lactobacillen weer terugkomen. Maar liefst 90% van de vrouwen ervaart binnen drie tot vier weken een duidelijke verbetering van de klachten. In het verleden zijn vaginale oestrogenen gelinkt aan een verhoogd risico op borstkanker en trombose. Om die reden zijn artsen altijd wat terughoudend geweest met het voorschrijven van vaginale oestrogenen. Maar dat is absoluut niet nodig. De behandeling is veilig, zelfs bij levenslang gebruik.”

“Regelmatig vaginale moisturizers aanbrengen en irriterende producten vermijden, kan helpen”

Zelf doen

Wat kunnen vrouwen zelf doen aan hun klachten? “Regelmatig vaginale moisturizers aanbrengen en irriterende producten, zoals zeep en parfums, vermijden”, antwoordt Nicolai. “Verschillende stoffen hebben een positief effect op GSM, zoals duindoorn, hyaluronzuur en omega 3-vetzuren. Duindoorn bevat fyto-oestrogenen, die vaginale droogheid kan tegengaan. Hyaluronzuur verbetert de kwaliteit van het vaginale slijmvlies. Omega 3-vetzuren kunnen ook bijdragen aan de vochtigheid van de vagina en hebben een ontstekingsremmend effect. Daarnaast kan bekkenfysiotherapie zinvol zijn voor vrouwen met een overactieve bekkenbodem bij wie pijn bij het vrijen een probleem blijft door een te gespannen bekkenbodem.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘In Bloesem werken onderzoekers uit de wijk en van de universiteit nauw samen’

Onderzoek in aandachtswijken is vaak complex, mede doordat bewoners amper worden bereikt. In project Bloesem in de Haagse wijk Moerwijk doen ze het anders, vertelt Nienke Slagboom. “Hier maken bewoners zelf deel uit van het onderzoeksteam.”

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?

Als de arts nep blijkt: medische misleiding met deepfakes

Steeds vaker duiken deepfakevideo’s op waarin artsen medicijnen aanprijzen. Leonie Hulstein noemt dit een zorgwekkende ontwikkeling. “Dit gaat over gezondheid. Dat maakt het gevaarlijker dan andere vormen van nepcontent.”

Medicatie belangrijke oorzaak van bezoek aan de spoedeisende hulp

Bij 17% van de SEH-bezoeken zonder opname speelt medicatie een rol, en meer dan een derde daarvan is vermijdbaar, zo vertelt Rehana Rahman. “De herkenning van deze bezoeken zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken op de SEH.”

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?

‘Leren reanimeren doe je altijd voor een ander, nooit voor jezelf’

Burgerhulpverleners starten in Nederland het merendeel van de reanimaties bij een hartstilstand, maar hun aantal is nog onvoldoende. Leonie van der Leest: “Zorgverleners kunnen mensen hierop attenderen: leer reanimeren, je redt er mensenlevens mee.”

Rechtvaardigheid als kompas voor medisch onderzoek

Wie profiteert van medische innovaties? Wie kan meedoen aan onderzoek en wie blijft buiten beeld? Rieke van der Graaf onderzoekt hoe medisch onderzoek zo kan worden ingericht dat het niet alleen vooruitgang oplevert, maar ook rechtvaardig is.

‘Houd het gesprek over cannabis­gebruik bij medische klachten open’

Veel patiënten gebruiken cannabis bij medische klachten, maar halen dit niet via de apotheek. Pieter Oomen vertelt over de barrières die ervaren worden en doet enkele aanbevelingen. “Een van de barrières is het stigma dat bij artsen vaak nog leeft rond cannabis.”

Wanneer klachten eigenlijk een zingeving­svraag zijn

Huisarts Richard Hoofs ziet in zijn praktijk regelmatig mensen bij wie medische verklaringen ontbreken, maar het lijden duidelijk aanwezig is. Volgens hem ligt onder die klachten vaak een vraag die in de spreekkamer nog weinig gesteld wordt: waar leef je eigenlijk voor?

AI-model voor SEH werkt goed, maar wordt niet gebruikt

AI kan op de SEH goed voorspellen welke patiënten een hoog sterfterisico hebben. Toch ondervonden Paul van Dam en William van Doorn dat artsen de voorspelling nauwelijks gebruiken. “We moeten leren om AI-modellen te ontwerpen die beter zijn afgestemd op de gebruikers.”