DOQ

De zorg bij psoriasis kan zinniger

De zorg voor mensen met psoriasis kan op een aantal punten zinniger, concludeerde het Zorginstituut Nederland. Naar aanleiding daarvan onderzoeken de betrokken partijen nu welke concrete verbeteringen in het zorgtraject nodig en mogelijk zijn. Dermatoloog Ewout Baerveldt, voorzitter van de richtlijncommissie psoriasis van de NVDV, licht alvast een tipje van de sluier op. Met name in de samenwerking tussen eerste en tweede lijn kunnen, wat hem betreft, nog stappen gemaakt worden.

Het Zorginstituut Nederland licht regelmatig onderdelen van het verzekerde pakket systematisch door naar de kwaliteit en doelmatigheid van de geleverde zorg. Dit alles onder het motto van het ZiNL: ‘Van goede zorg verzekerd: niet meer dan nodig en niet minder dan noodzakelijk’. In 2019 was het de beurt aan de dermatologie, wat leidde tot het screeningsrapport Systematische Analyse Ziekten van huid en onderhuid. Ten aanzien van de zorg bij psoriasis constateert het ZiNL in dit rapport dat er verbeteringen mogelijk zijn.  Onder andere in de snelheid van het stellen van de diagnose, de aandacht voor comorbiditeit, de toegang tot de tweedelijnszorg en de ondersteuning tijdens de behandeling. In de (nu lopende) verdiepingsfase gaan alle betrokken partijen op zoek aanpassingen die de zorg (nog) zinniger maken.

Dermatoloog dr. Ewout Baerveldt

Richtlijnen aanpassen

“Eén punt hierbij is de herziening van de NVDV-richtlijn psoriasis”, zegt Baerveldt die voorzitter is van de commissie die deze richtlijn momenteel herziet. “Daarbij zijn we niet alleen bezig de richtlijn aan te passen aan de nieuwe medicijnen die de afgelopen tijd voor psoriasis ter beschikking zijn gekomen. We maken de richtlijn nu ook modulair zodat deze gemakkelijker op onderdelen kan worden aangepast zodra dat nodig is. Bijvoorbeeld bij de komst van een nieuw geneesmiddel. Bovendien vertalen we de aanbevelingen van de richtlijn zodanig in voor patiënten begrijpelijke taal dat deze kan worden opgenomen in de informatie van Thuisarts.nl over psoriasis. Op basis van de NVDV-herziene richtlijn kunnen vervolgens ook de NHG-richtlijn en de richtlijnen en protocollen voor paramedici als huidtherapeuten worden aangepast. Ook dat is hard nodig, want bijvoorbeeld de huidige tekst van de NHG-richtlijn dateert uit 2014.”

“Je moet als huisarts het hele lichaam bekijken om de ernst van de psoriasis goed te kunnen beoordelen”

Sneller opschakelen

In het screeningsrapport noemt ZinNL de snelheid van het stellen van de diagnose als een van de punten waar verbetering mogelijk is. Baerveldt: “Op zich is het voor de huisarts niet lastig de diagnose psoriasis te stellen. Wat in mijn beleving wel beter kan is het juist inschatten van de ernst van de aandoening en het sneller opschakelen naar de optimale therapie. Je moet als huisarts het hele lichaam bekijken om de ernst van de psoriasis goed te kunnen beoordelen. Want patiënten zullen zelf bijvoorbeeld niet snel beginnen over aangedane plekjes op de genitaliën. Ook het bekijken van de nagels hoort erbij om een goed beeld te krijgen, evenals het vragen naar  gewrichts-, spier- en peesklachten.”

“In navolging van de behandeling van reumatoïde artritis, streven we bij het behandelen van psoriasis tegenwoordig ook naar het behalen van een bepaald ‘doel’”

Totdat het doel is bereikt

Daarnaast kan bij de behandeling sneller – en in de eerste lijn ook verder – worden opgeschakeld, vindt Baerveldt. “In navolging van de behandeling van reumatoïde artritis, streven we bij het behandelen van psoriasis tegenwoordig ook naar het behalen van een bepaald ‘doel’. Waarbij je de therapie net zolang versterkt totdat het doel is bereikt. Waarbij de afgelopen tijd het doel echter steeds ambitieuzer is geworden. Was vroeger het behalen van PASI60 [60% afname van de ernst van de klachten, red.] een mooi resultaat; inmiddels proberen we PASI90 te halen. De komst van nieuwe soorten medicijnen maakt dat mogelijk. Deze kennis is echter nog niet tot alle huisartsen doorgedrongen, mede door de verouderde NHG-richtlijn. Dat, samen met het onderschatten van de ernst van de psoriasis, leidt er in de praktijk toe dat het lang kan duren voordat de patiënt de optimale behandeling krijgt. Op basis van cijfers uit het vanuit het Radboudumc aangestuurde BIOCAPTURE netwerk duurt het gemiddeld 15 jaar voordat de patiënt met een biologic wordt behandeld.”

“In het ziekenhuis waar ik werk laten we tegenwoordig huisartsen in opleiding drie maanden stage lopen op onze afdeling dermatologie. Zo weten ze straks wat de tweede lijn te bieden heeft.”

Samenwerking versterken

Dit soort medicijnen is het werkterrein van de dermatologen, de tweedelijnszorg dus. “Huisartsen zijn vanuit hun poortwachtersfunctie terecht terughoudend in het verwijzen naar de tweede lijn. We willen daarom vanuit de NVDV de samenhang en samenwerking tussen eerste en tweede lijn verbeteren. Onder andere door onze kennis en kunde beter te delen met de eerste lijn. Zoals uitleg over de noodzaak van het uitgebreid onderzoeken van de huid en  over het tijdig opschalen van de behandeling. Maar ook over het nut van rotatietherapie en/of leefstijladviezen. In het ziekenhuis waar ik zelf werk, het IJsselland, laten we tegenwoordig huisartsen in opleiding drie maanden stage lopen op onze afdeling dermatologie. Zodat ze straks weten wat de tweede lijn te bieden heeft. En, vice versa, de dermatologen zeker zijn van het kennisniveau van de huisarts. Want uiteindelijk is het – binnen het streven naar zo zinnig mogelijke zorg – zaak om de patiënt zo kort mogelijk in de tweede lijn houden. Als dermatoloog moet je dan kunnen vertrouwen op de kennis in de eerste lijn.”

Zelfde verhaal vertellen

Een andere vorm van kennisuitwisseling zijn de digitale meekijkconsulten. “Daarbij bekijken en bespreken we de patiënt samen. De huisarts kan zo zien wat we in de tweede lijn doen en waarom. Daar leert de huisarts meer van dan uit een brief na een doorverwijzing. Op eenzelfde manier willen we ook de huisartsassistenten, huidtherapeuten, apothekers en apothekersassistenten laten delen in onze kennis en werkwijze. Zodat we tegen de patiënt allemaal hetzelfde verhaal vertellen en de patiënt geen tegenstrijdige adviezen krijgt. Bijvoorbeeld over de maximale duur van een behandeling met corticosteroïden. Ook de recent ontwikkelde Nederlandse keuzehulp voor patiënten en zorgverleners kan bijdragen aan meer samenhang tussen de verschillende betrokkenen. En dus aan meer zinnige zorg bij psoriasis.”

“Vooral bij de nieuwe, dure medicijnen kan tijdig afbouwen de kosten van de zorg flink drukken. En de zorg dus zinniger maken”

Apps

Tot slot ziet Baerveldt ook een rol weggelegd voor apps die het mogelijk maken de patiënt op afstand te monitoren. “Daarmee kun je het aantal bezoeken van de patiënt aan het ziekenhuis verminderen, wat scheelt in de kosten. Zowel voor de zorg als voor de patiënt zelf. Dergelijke apps maken het ook mogelijk nauwkeurig bij te houden of het doel van de behandeling bereikt is en de medicatie kan worden afgebouwd. Vooral bij de nieuwe, dure medicijnen kan tijdig afbouwen de kosten van de zorg flink drukken. En de zorg dus zinniger maken.”



Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Tegenwicht bieden zonder te schreeuwen

Veel adviezen over keel, neus en oren worden al generaties lang doorgegeven, vaak zonder dat ze kloppen. KNO-arts Veronique van den Heuvel maakt korte uitlegvideo’s op social media. Niet om met het vingertje te wijzen, maar om houvast te bieden bij alledaagse klachten.

Casus: vrouw met pijn bij vrijen na de overgang

Een 52-jarige, postmenopauzale vrouw ervaart sinds anderhalf jaar pijn bij het vrijen. Ook heeft ze afnemende seksuele verlangens, wat leidt tot spanningen in de relatie met haar man. Ze heeft nog steeds behoefte aan intimiteit. Wat is uw beleid?

Het vak is prachtig, de randvoorwaarden knellen

De bevlogenheid onder artsen is groot, blijkt uit de Loopbaanmonitor Medisch Specialisten 2024. Tegelijkertijd neemt de ontevredenheid over werkdruk toe. Volgens Kirsten Dabekaussen, voorzitter van De Jonge Specialist, is dat geen tegenstelling, maar een spanningsveld.

Tactvol medicatieadvies geven bij laag­geletterdheid

Moeite met lezen en schrijven leidt geregeld tot verkeerd medicijngebruik, zegt Laura Vlijmincx. Met extra uitleg en eenvoudiger etiketteksten probeert zij dit probleem in de apotheek te verkleinen. “Er heerst een taboe op, dus mensen melden het niet spontaan.”

Jeugdige en brede denktank werkt aan oplossingen voor de zorg

In de Denktank Gezond Verstand werken studenten uit verschillende studierichtingen samen aan oplossingen voor vraagstukken van ziekenhuizen. “Zij leren zo wat nodig is om samen verandering in gang te zetten”, vertelt initiatiefnemer Daantje Gratama.

Farmacogenetica kan bijwerkingen en therapiefalen voorkomen

Onverklaarbare bijwerkingen of het uitblijven van een effect zijn voor apotheker Peter Mourad redenen om farmacogenetisch onderzoek te doen. “Door tijdig rekening te houden met iemand genetische profiel, kan veel onnodige schade worden voorkomen.”

Casus: oudere man met algehele malaise

Een 84-jarige man presenteert zich op de spoedeisende hulp met sinds een week algehele malaise. Daarbij heeft patiënt zeurende pijn in de linkerflank, met uitstraling naar de rug, en last van polyurie. Wat is uw diagnose?

Zorgen voor en over AI bij zorgverleners

De beloftes van AI in de gezondheidszorg zijn groot. Maar AI kent ook nadelen en potentiële gevaren. Met haar theaterstuk ‘Zorgen voor AI’ wil Roanne van Voorst de discussie hierover stimuleren op de werkvloer. “In de praktijk valt de bespaarde tijd meestal tegen.”

Gelijke behandeling betekent niet altijd hetzelfde behandelen

Kinderarts Charlie Obihara schreef samen met zijn vrouw, psycholoog Dorian Maarse, het boek ‘Naar een inclusieve opleiding in de zorg’. “Als de opleiding niet meebeweegt met een steeds diverser wordende samenleving, loop je het risico dat je zorg tekortschiet.”

Aanvrager echo doet vaak geen lichamelijk onderzoek

In meer dan de helft van de gevallen hebben aanvragers van echografie vooraf geen lichamelijk onderzoek verricht. Andreea Pavel: “Wanneer het beschreven lichamelijk onderzoek bij meerdere polibezoeken identiek is, vraag je je af of het wel écht heeft plaatsgevonden.”