Dermatoloog dr. Krekels: ‘Het ene plaveiselcelcarcinoom is het andere niet; herziening richtlijn helpt beter onderscheid maken’

mm
Lennard Bonapart
Redactioneel,
21 november 2018

De richtlijn Plaveiselcelcarcinoom (PCC) is herzien. De classificatie is hierin aangepast, waardoor het voor dermatologen makkelijker is om het PCC goed in te delen en zo het vervolg(behandel)beleid te bepalen. Dermatoloog en Mohs chirurg dr. Gertruud Krekels*, tevens voorzitter van de multidisciplinaire richtlijnwerkgroep, licht de wijzigingen toe. Haar boodschap aan dermatologen: “Het ene plaveiselcelcarcinoom is het andere niet. Met de aangepaste richtlijn pakken we veel beter op welke carcinomen gevaarlijk zijn en weten we beter welke mensen we kunnen geruststellen.

De indeling van de richtlijn Plaveiselcelcarcinoom (PCC) is veranderd.Er zijn nu twee risicofactoren over die in stadiëring meegenomen moeten worden, namelijk dieptegroei van de tumor van 6 millimeter (in de vorige richtlijn was dit 4 millimeter) en groei langs de huidzenuwen (ook wel perineurale invasie genoemd). De aanpassingen in de classificatie maakt het voor dermatologen makkelijker om het PCC goed in te delen en zo het vervolgbeleid te bepalen.

dermatoloog dr gertruud krekels_PCC

Gerichter selecteren

Dermatoloog en Mohs’ chirurg dr. Gertruud Krekels is als richtlijnvoorzitter betrokken bij de herziening en vertelt over de belangrijkste wijzigingen. “Met de aanpassingen in classificatie proberen we een goed beeld te krijgen van welke plaveiselcelcarcinomen ongevaarlijk zijn. Door het bijstellen van de stadiëring kunnen we gerichter patiënten selecteren die risico hebben op uitzaaiing. Een kleine PCC op de onderarm is minder gevaarlijk dan een grotere op het oor of de onderlip. We kunnen dan zien welke mensen we vaker moeten controleren en welke mensen minder risico lopen. Ook mensen die een orgaantransplantatie hebben ondergaan en medicijnen krijgen, kunnen we zo beter monitoren.”

Risicogroepen

Het PCC is ná het basaalcelcarcinoom de meest voorkomende vorm van huidkanker. “Dermatologen in Nederland zien jaarlijks zo’n 250 duizend non-melanoma huidkankers, waarvan zo’n tachtig procent basaalcelcarcinoom is en vijftien tot twintig procent plaveiselcelcarcinoom.” Mensen met een licht huidtype lopen het meeste risico op PCC. “Het is vaak een combi van genetische predispositie en UV-blootstelling of medicatie waardoor mensen PCC krijgen”, zegt Krekels. “Een verhoogde blootstelling aan zonlicht of zonnebank en orgaantransplantaties vergroten het risico op PCC.”

Chirurgie eerste keus

Chirurgie is eerste keuze bij de behandeling van PCC. “Chirurgie heeft de voorkeur omdat je kunt onderzoeken of het weefsel volledig verwijderd is”, zegt Krekels. “In Nederland zijn we echter terughoudend met Mohs chirurgie. Met name voor kleinere PCC op cosmetisch vervelende plekken, bijvoorbeeld neus of ooglid, is Mohs de voorkeursbehandeling. Je bent beter in staat om alle snijvlakken te checken. Normaliter heb je 5 millimeter marge, wat nogal veel is op een neus of lip. Een PCC is met de Mohs chirurgie veel sparender te opereren. In Nederland hadden we een paar jaar terug nog niet genoeg specialisten die Mohs chirurgie konden uitvoeren, dat is inmiddels aan het verbeteren. In het gezicht kan soms radiotherapie een eerste keus zijn.”

Secundaire preventie

“De belangrijkste nieuwe ontwikkeling is dat er een medicijn komt voor PCC met uitzaaiingen, die straks in de richtlijn kan”, blikt Krekels vooruit. Graag zou ze ook willen dat de secundaire preventie verbetert bij mensen die eerder PCC hebben gehad. “Dat zou nog beter in de richtlijn mogen”, zegt ze. “Want mensen die een keer een PCC hebben gehad, zullen er meer krijgen in de toekomst. Ook moeten we beter uitzoeken hoe we met geriatrisch patiënten met PCC werken; wat is de minst belastende behandeling.”

* Dr. Gertruud Krekels werkt in zelfstandig behandelcentrum Mohsa. Daarnaast werkt ze af en toe in het Radboudumc om aios te onderwijzen over dermatochirurgie en dermato-oncologie.

, , , , , , , ,
Deel dit artikel