DOQ

Digitale inhalator kan therapietrouw en astma­controle verbeteren

Het gebruiken van een digitale inhalator kan de therapietrouw en astmacontrole verbeteren bij patiënten met licht astma, zo blijkt uit de ACCEPTANCE-studie. “Zij hadden een drie keer hogere kans hun astma onder controle te krijgen met een digitale inhalator dan zonder”, zegt hoogleraar Huisartsgeneeskunde Niels Chavannes van het LUMC. Hij ziet een grotere rol voor digitale inhalatoren weggelegd in de astmazorg.

Therapietrouw blijft een groot probleem bij patiënten met astma, vooral in de eerste lijn, zegt Chavannes. “Het is een van de belangrijkste redenen voor instabiel astma en het onnodig hebben van klachten”, vertelt hij. “Psychologisch is het goed te begrijpen. Bij licht astma zijn de klachten vaak wisselend, met periodes waarin patiënten helemaal geen last hebben. Dan is het best een uitdaging om de medicatie consequent te blijven gebruiken.” Sinds een aantal jaar bieden digitale inhalatoren, die bijvoorbeeld kunnen meten wanneer en hoe een inhalator is gebruikt, een mogelijke oplossing om de therapietrouw te verbeteren.

“We hebben enorm moeten trekken om genoeg patiënten te includeren”

Hoogleraar Huisartsgeneeskunde Niels Chavannes

Geen extra inhalatietechniektraining

In de ACCEPTANCE-studie, die is uitgevoerd in het LUMC en het UMC Groningen, onderzochten Chavannes en collega’s wat het effect is van een digitale inhalator op de therapietrouw en klinische uitkomsten van patiënten met licht, ongecontroleerd astma. “We wilden zo dicht mogelijk bij de dagelijkse praktijk blijven. Daarom hebben we gekozen voor clusterrandomisatie op huisartsenpraktijkniveau, een methode die omstandigheden in het echte leven benadert. Patiënten kregen geen extra inhalatietechniektrainingen, maar dezelfde begeleiding als gebruikelijk.” Een ander belangrijk element van de studie was dat patiënten gedurende een jaar gevolgd zijn. “Juist omdat astma seizoensgebonden klachten kan geven, konden we met een jaar follow-up een compleet beeld krijgen van de impact van een digitale inhalator.”

Kort na de start van de studie brak echter de coronapandemie uit, wat de reguliere zorg ernstig verstoorde en de inclusie van deelnemers bemoeilijkte. Chavannes: “We hebben enorm moeten trekken om genoeg patiënten te kunnen includeren.” Uiteindelijk deden er 164 mensen mee, verdeeld over een interventiegroep (met een digitaal inhalatieprogramma, waarmee patiënten via hun telefoon reminders en feedback kregen) en een controlegroep.

“Er zijn verstorende factoren waardoor mensen de digitale inhalator soms niet optimaal gebruikten”

Lerend effect

De resultaten van de ‘intention-to-treat’-analyse lieten zien dat in de eerste weken van de studie de therapietrouw significant beter was in de interventiegroep dan in de controlegroep, vertelt Chavannes. Dit effect nam na verloop van tijd af en na zes maanden was het niet langer significant. “Mogelijk heeft dit te maken met het feit dat we minder patiënten konden includeren dan gehoopt.” In de ‘per-protocol’-analyse bleef het verschil in therapietrouw wél over de gehele studieperiode bestaan. “Dat wijst erop dat de interventie werkt en dat er verstorende factoren zijn waardoor patiënten de digitale inhalator soms niet optimaal gebruikten, zoals een niet-geïnstalleerde update of een lege batterij.”

Een andere belangrijke uitkomst was dat de astmacontrole significant beter was in de interventiegroep dan in de controlegroep, ook aan het eind van de studie. “Waarschijnlijk is er toch een lerend effect uitgegaan van het krijgen van digitale feedback”, denkt Chavannes. “De kans op goede astmacontrole was drie keer zo groot bij gebruikers van een digitale inhalator. Dat vind ik als huisarts heel elegant: zonder enorme inspanning – slechts door het gebruik van een digitale inhalator – verbetert de astmacontrole.”

“Het is alsof er iemand zachtjes goede adviezen in je oor fluistert”

Uitgebreide sensormogelijkheden

Volgens Chavannes is dit de eerste studie die een verband aantoont tussen een digitale inhalator en klinisch relevante uitkomsten. “Dat is goed nieuws, al is bevestiging in vervolgstudies nodig.” Als hoogleraar met een leerstoel digitale zorg ziet hij ook een bredere toekomst voor de digitale inhalatoren, vooral bij het automatiseren van voorspelbare, eenvoudige routinecontroles. “Ik kijk uit naar het moment dat we de uitgebreidere sensormogelijkheden van digitale inhalatoren kunnen benutten. Ze kunnen de inhalatietechniek beoordelen, bijvoorbeeld of iemand hard of lang genoeg heeft geïnhaleerd, of de luchtvochtigheid detecteren. Als iemand net na het douchen in de badkamer inhaleert, komt de medicatie door de hoge luchtvochtigheid minder goed in de longen terecht.

Met realtimefeedback op hun telefoon kun je die patiënten direct helpen.” De techniek hiervoor bestaat al wel, maar is voor gebruik in de praktijk nog niet genoeg onderzocht en gevalideerd. Maar Chavannes kijkt nog verder: “In de toekomst krijgen we sensoren die niet alleen meten, maar ook coachen. Het is alsof er iemand zachtjes goede adviezen in je oor fluistert. Dát wordt pas echt leuk, en deze studie is wat mij betreft een eerste stap.”

Referentie: Van de Hei SJ, et al. Long-term effectiveness of a digital inhaler on medication adherence and clinical outcomes in adult asthma patients in primary care: the cluster randomized controlled ACCEPTANCE trial. J Allergy Clin Immunol Pract. 2025;13:1693-704.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Zorgverleners slaan handen ineen tegen handel in recept­medicatie

Een nieuw protocol helpt voorschrijvers om handel van receptmedicatie bij kwetsbare groepen tegen te gaan. Marleen Horsting en Lennart Wasmoeth lichten de achtergrond hiervan toe. “Op straat wordt pregabaline ook wel ‘madame courage’ genoemd.”

‘Er is zoveel ervarings­kennis onder genees­kunde­student­en, zonde om die niet te gebruiken’

Geneeskundestudenten met een chronische ziekte hebben ervaring als patiënt en weten hoe het is om met een aandoening te leven. Het programma ‘Medische dubbeltalenten’ zet die ervaringskennis in het onderwijs in. Dubbeltalent Soete Meertens vertelt.

Chronische pijn anders bekeken

Oud-huisarts Henk van der Veen stelt dat chronische pijn niet onverklaarbaar is, maar verkeerd wordt beoordeeld. “Patiënten kunnen hun pijn meestal heel precies aanwijzen. Maar artsen doen daar te weinig mee.”

Casus: vrouw met aanhoudende benauwd­heid ondanks inhalatie­medicatie

Een 32-jarige vrouw met astma vanaf de kinderleeftijd wordt verwezen naar de longarts vanwege persisterende benauwdheid en een drukkend gevoel op de borst, ondanks stapsgewijze ophoging van de inhalatiemedicatie. Wat is uw diagnose?

‘In Bloesem werken onderzoekers uit de wijk en van de universiteit nauw samen’

Onderzoek in aandachtswijken is vaak complex, mede doordat bewoners amper worden bereikt. In project Bloesem in de Haagse wijk Moerwijk doen ze het anders, vertelt Nienke Slagboom. “Hier maken bewoners zelf deel uit van het onderzoeksteam.”

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?

Als de arts nep blijkt: medische misleiding met deepfakes

Steeds vaker duiken deepfakevideo’s op waarin artsen medicijnen aanprijzen. Leonie Hulstein noemt dit een zorgwekkende ontwikkeling. “Dit gaat over gezondheid. Dat maakt het gevaarlijker dan andere vormen van nepcontent.”

Medicatie belangrijke oorzaak van bezoek aan de spoedeisende hulp

Bij 17% van de SEH-bezoeken zonder opname speelt medicatie een rol, en meer dan een derde daarvan is vermijdbaar, zo vertelt Rehana Rahman. “De herkenning van deze bezoeken zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken op de SEH.”

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?

‘Leren reanimeren doe je altijd voor een ander, nooit voor jezelf’

Burgerhulpverleners starten in Nederland het merendeel van de reanimaties bij een hartstilstand, maar hun aantal is nog onvoldoende. Leonie van der Leest: “Zorgverleners kunnen mensen hierop attenderen: leer reanimeren, je redt er mensenlevens mee.”