DOQ

DNA-analyse van darmpoliepen kan zorgpad verfijnen

Mensen met veel darmpoliepen lopen een verhoogd risico op het ontwikkelen van darmkanker. DNA-analyse van het bloed geeft daarbij meer inzicht. Onderzoekers van het Radboudumc en internationale partners laten nu zien dat DNA-analyse van darmpoliepen zelf extra informatie oplevert. Informatie die kan bijdragen aan betere voorlichting over de erfelijkheid en aan verfijning van het zorgpad, zo menen onderzoekers Richarda de Voer en Iris te Paske.

Bij circa 5-10% van alle gevallen van darmkanker speelt erfelijkheid een rol. Daarbij geldt: hoe jonger, des te hoger de kans op erfelijkheid. Er zijn inmiddels ongeveer vijftien genen bekend die hierbij betrokken kunnen zijn. Het hebben van een groot aantal darmpoliepen, oftewel polyposis – minstens tien bij mensen jonger dan 60 en meer dan twintig bij mensen jonger dan 70 – is ook een mogelijk voorteken van erfelijk bepaalde darmkanker. Deze mensen kunnen daarom deelnemen aan erfelijkheidsonderzoek, via een DNA-analyse van het bloed.

“Het belang daarvan is tweeledig”, legt Richarda de Voer, biomedisch onderzoeker aan de afdeling Humane Genetica van het Radboudumc, uit. “Om te beginnen bepaalt de precieze genetische afwijking welke frequentie van colonoscopieën zinvol is. Bij die colonoscopieën worden de poliepen verwijderd voordat ze kanker worden. Ook weten we dat sommige DNA-afwijkingen bij polyposis geassocieerd zijn met een verhoogde kans op andere vormen van kanker. Ten slotte is die kennis belangrijk om te bepalen of het nodig is ook familieleden te adviseren zich te laten screenen.”

“De precieze genetische afwijking bepaalt welke frequentie van colonoscopieën zinvol is”

Onderzoeker Richarda de Voer

Geen DNA-afwijking in het bloed

Bij de DNA-analyse op basis van bloed wordt bij ongeveer een kwart van de mensen met polyposis daadwerkelijk een genetische oorzaak voor het ontstaan van de poliepen gevonden. “Bij de meerderheid vinden we dus geen kenmerkende DNA-afwijkingen in het bloed”, vertelt Iris te Paske, die dit onderzoek deed in het kader van haar promotietraject in het Radboudumc. “Toch doet het klinisch beeld, soms aangevuld met de familiegeschiedenis, vermoeden dat er erfelijkheid in het spel is. We weten echter niet zeker of die poliepen zich op eenzelfde manier gedragen als poliepen waarbij er wel DNA-afwijkingen in het bloed aanwezig zijn. Groeien ze ook uit tot kanker en zijn frequentere colonoscopieën nodig, of zijn er minder controles nodig?”

Poliepen onderzoeken

Om meer zicht te krijgen in het ontstaan en de kenmerken van deze poliepen besloot het Solve-RD consortium, een groep internationale onderzoekers waarvan De Voer en Te Paske deel uitmaken, ook het DNA van de poliepen zelf eens te gaan onderzoeken. Om precies te zijn: het DNA van 333 darmtumoren (voornamelijk poliepen) van 180 mensen met polyposis (en geen DNA-afwijkingen in het bloed) uit heel Europa. De resultaten van het onderzoek zijn onlangs gepubliceerd.

“Darmpoliepen kun je morfologisch onderverdelen in adenomateuze poliepen en serrated poliepen”, vertelt Te Paske. “En bij sommige mensen vind je poliepen die kenmerken vertonen van beide typen. Bij 20% van de mensen met adenomateuze poliepen zonder DNA-afwijkingen in het bloed vonden we in de poliep een afwijking in het APC-gen, een afwijking die we ook vaak vinden in het bloed bij mensen met adenomateuze polyposis. Bij deze mensen was de afwijking in het APC-gen dus alleen aanwezig in de poliepen zelf. Dat wijst erop dat de mutatie pas in het ontwikkelingsproces van de darm is ontstaan en in de meeste gevallen niet erfelijk is.” 

“Poliepen uit de tussengroep blijken vaak een afwijking in het APC-gen te vertonen”

Onderzoeker Iris te Paske

Mutatie in BRAF-gen

“In de serrated poliepen van mensen zonder DNA-afwijking in het bloed vonden we in bijna alle gevallen een mutatie in het BRAF-gen”, vult De Voer aan. “Voor de rest lijken deze poliepen genetisch gezien veel meer op normale darmcellen. Dat strookt met de klinische ervaring dat er bij mensen met serrated poliepen zelden genetische aanwijzingen zijn voor een erfelijke aanleg voor darmkanker. In verder onderzoek willen we nu nagaan hoe deze serrated poliepen precies ontstaan en wat hun potentie is om uit te groeien tot darmkanker. En, indien dat laatste wel het geval is, hoe snel ze ontwikkelen tot kanker. Met die kennis kunnen we de frequentie voor colonoscopieën voor deze populatie optimaliseren.”

Afwijking in het APC-gen

Een derde bevinding in het onderzoek, betreft het genetisch profiel van de poliepen uit de tussengroep. Dit zijn poliepen die kenmerken vertonen van zowel adenomateuze als serrated poliepen. “Deze poliepen blijken vaak een afwijking in het APC-gen te vertonen”, vertelt Te Paske. “Dat suggereert dat ze meer lijken op adenomateuze poliepen, maar de aantallen in deze studie zijn te klein om daar nu al iets over te kunnen zeggen. Dit gaan we nu verder uitzoeken om ook het advies voor mensen met dergelijke poliepen verder te kunnen finetunen.”

“Het is bij mensen die voldoen aan de criteria belangrijk een DNA-analyse uit te voeren op de poliepen zelf”

Wat betekent dit?

Het is bij mensen die voldoen aan de klinische criteria voor mogelijk erfelijke aanleg op polyposis of darmkanker en bij wie de routinematige DNA-analyse van het bloed geen afwijkingen oplevert, belangrijk een DNA-analyse uit te voeren op de poliepen zelf, besluiten De Voer en Te Paske. “Want in circa 20% van de adenomateuze poliepen vind je dan toch een DNA-afwijking. In Nederland gebeurt dit onderzoek meestal wel, maar in tal van andere Europese landen is dit nog geen routine.”

Referentie: Sommer AK, Te Paske IBAW, Jansen EAM, et al. Mutational landscape of colorectal tumors from individuals with unexplained adenomatous or serrated colorectal polyposis. Gastroenterology. 2026 Jan12. Online ahead of print.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Morfine als post­opera­tief alter­natief voor oxycodon: helpt dat eigenlijk?

Apotheker Eward Melis onderzocht of morfine na een operatie veiliger is dan oxycodon als het gaat om langdurig opioïdgebruik, zoals de laatste jaren steeds vaker wordt gesuggereerd. “Ik had dit niet verwacht.”

Carrièresabotage: ‘Het is niet eerlijk en het kan ook jou overkomen’

Jamiu Busari onderzocht het fenomeen carrièresabotage in de medische en academische wereld. Veel respondenten herkenden het direct. Waarom blijft dit soort onrecht vaak onbesproken? “Dit fenomeen raakt ons allemaal.”

Casus: vrouw met steeds meer episodes van draaiduizeligheid

Een 52-jarige vrouw, die als tiener menstruele migraine heeft gehad, komt op uw spreekuur vanwege episodes van draaiduizeligheid. Een episodes duurt meestal 30-60 minuten. Er zijn geen duidelijke triggers, zoals hoofdbewegingen. Wat is uw diagnose?

Bewegingsgerichte zorg stimuleert zelfredzaamheid van patiënten

Bewegingsgerichte zorg kan helpen functieverlies tijdens ziekenhuisopname te beperken, vertellen Selma Kok en Fabienne van der Meulen. Dit leidt tot onder andere kortere opnames. Samen vertellen ze over het belang van bewegingsgerichte zorg.

Zorgverleners slaan handen ineen tegen handel in recept­medicatie

Een nieuw protocol helpt voorschrijvers om handel van receptmedicatie bij kwetsbare groepen tegen te gaan. Marleen Horsting en Lennart Wasmoeth lichten de achtergrond hiervan toe. “Op straat wordt pregabaline ook wel ‘madame courage’ genoemd.”

‘Er is zoveel ervarings­kennis onder genees­kunde­student­en, zonde om die niet te gebruiken’

Geneeskundestudenten met een chronische ziekte hebben ervaring als patiënt en weten hoe het is om met een aandoening te leven. Het programma ‘Medische dubbeltalenten’ zet die ervaringskennis in het onderwijs in. Dubbeltalent Soete Meertens vertelt.

Chronische pijn anders bekeken

Oud-huisarts Henk van der Veen stelt dat chronische pijn niet onverklaarbaar is, maar verkeerd wordt beoordeeld. “Patiënten kunnen hun pijn meestal heel precies aanwijzen. Maar artsen doen daar te weinig mee.”

Casus: aanhoudende benauwd­heid ondanks inhalatie­medicatie

Een 32-jarige vrouw met astma vanaf de kinderleeftijd wordt verwezen naar de longarts vanwege persisterende benauwdheid en een drukkend gevoel op de borst, ondanks stapsgewijze ophoging van de inhalatiemedicatie. Wat is uw diagnose?

‘In Bloesem werken onderzoekers uit de wijk en van de universiteit nauw samen’

Onderzoek in aandachtswijken is vaak complex, mede doordat bewoners amper worden bereikt. In project Bloesem in de Haagse wijk Moerwijk doen ze het anders, vertelt Nienke Slagboom. “Hier maken bewoners zelf deel uit van het onderzoeksteam.”

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?