DOQ

DNA-First: versnelde diagnose en minder onnodige verwijzingen

Een snellere uitslag van het DNA-onderzoek, en mensen bij wie geen erfelijke aanleg voor borstkanker is aangetoond, komen niet onnodig bij de klinisch geneticus. Het zijn voordelen van DNA-First bij patiënten met een mogelijk erfelijke aanleg voor borstkanker, vertelt Edward Leter, klinisch geneticus in het Maastricht UMC+. Alle 22 ziekenhuizen in Zuidoost-Nederland doen er inmiddels aan mee.

Een à twee weken, zoveel tijd kostte voorheen een spoedverwijzing naar de klinisch geneticus voor erfelijkheidsonderzoek bij patiënten met de diagnose borstkanker. Dat is lang voor patiënten bij wie de diagnose borstkanker net gesteld is, en die zo spoedig mogelijk behandeld moeten worden, erkent Edward Leter. “Er zijn ook kwaliteitsnormen die beschrijven binnen welke termijn je met chirurgie of chemotherapie zou behoren te starten. Die termijnen wil je niet overschrijden. Bovendien wil je niet dat de uitslag van erfelijkheidsonderzoek pas daags voor aanvang van de behandeling bekend is. Arts en patiënt hebben dan te weinig tijd om met elkaar alle behandelopties te bespreken.”

Leter geeft een voorbeeld: “Stel, een vrouw blijkt drager van een BRCA1- of BRCA2-mutatie voor borstkanker. Vrouwen met deze mutatie lopen verhoogd risico opnieuw borstkanker te krijgen in dezelfde of de andere borst. Een vrouw kan dan samen met de behandelend arts besluiten om alleen de borst met de tumor te behandelen, of ook preventief de andere ‘schone’ borst. Voor zulke ingrijpende afwegingen heb je tijd nodig. Dan is het prettig als die tijd er ook is.”

“DNA-First levert tijdswinst op, zodat de behandeling eerder gestart kan worden”

Klinisch geneticus Edward Leter

Tijdswinst

Een snellere uitslag van het DNA-onderzoek, dat is de winst van DNA-First. De behandelaar – bijvoorbeeld de chirurg of een verpleegkundig specialist chirurgie – vraagt daarbij op indicatie zelf het DNA-onderzoek aan, zonder tussenkomst van de klinisch geneticus. Leter: “Dat levert tijdswinst op, zodat de behandeling eerder gestart kan worden. Bovendien hoeft de patiënt in eerste instantie niet naar de afdeling Klinische Genetica van een academisch ziekenhuis. Veel van deze patiënten komen uit een algemeen ziekenhuis.”

Reguliere zorg

DNA-First begon in 2018 als zorgvernieuwingsproject, maar sinds 2023 is het reguliere zorg bij alle 22 deelnemende ziekenhuizen in Zuidoost-Nederland, onder coördinatie van het MUMC+ en Radboudumc. De behandelaar doet zelf de aanvraag voor het DNA-onderzoek bij alle patiënten, en laat ook bloed afnemen bij de patiënt. Uitslagen worden in een online multidisciplinair overleg (MDO) besproken met het behandelteam en de klinisch-genetische zorgverlener. Leter: “Pas als blijkt dat er een erfelijke aanleg is, krijgt de patiënt automatisch een snelle oproep voor het spreekuur Klinische Genetica. Patiënten bij wie dat niet het geval is, hoeven geen extra consult. Verder kijken we op basis van de uitslag en familiegeschiedenis of er reden is voor borstcontrole-adviezen aan eerstegraads familieleden zoals een dochter of zus. We sturen de patiënt altijd een brief met ons advies. Die kunnen ze zo nodig met hun familieleden bespreken.”

“De kosten voor DNA-diagnostiek zijn door deze werkwijze niet gestegen”

Positief

Zowel behandelaren, patiënten als klinisch genetici zijn blij met DNA-First. “We hebben hen dat ook gevraagd. Behandelaren vinden het fijn dat ze sneller een uitslag hebben, patiënten hoeven geen extra afspraak in een ander ziekenhuis en wij zien niet langer patiënten die geen erfelijke aanleg hebben voor borstkanker. Deze werkwijze is kortom efficiënter voor alle partijen. Bovendien zijn de kosten voor DNA-diagnostiek door deze werkwijze niet gestegen, en mogelijk zelfs gedaald. We doen weliswaar meer testen dan in de oude situatie, maar de extra kosten daarvan zijn lager dan de kosten die we besparen door het verminderd aantal consulten bij klinisch genetici.”

Gezondheidsvaardigheden

Daar komt nog iets bij, vervolgt Leter. Voorheen werden vooral hoger opgeleide patiënten met borstkanker naar de klinisch geneticus verwezen. “Zij denken eerder aan een mogelijke erfelijke aanleg en bespreken dat met hun huisarts of medisch specialist. Patiënten met beperktere gezondheidsvaardigheden zijn zich minder bewust van een mogelijk genetische component bij borstkanker. Zij zullen dat minder snel bespreken met hun arts. Met DNA-First doen we bij alle patiënten met borstkanker DNA-onderzoek, ongeacht achtergrond en opleiding. Hiermee komt DNA-onderzoek breder en laagdrempeliger beschikbaar voor iedereen die hiervoor in aanmerking komt.”

“DNA-First is ook goed inzetbaar voor andere ziekte-indicaties”

Uitbreiding van DNA-First

Elders in het land zijn soortgelijke initiatieven als DNA-First, benadrukt Leter. “We doen het allemaal net een beetje anders, ook omdat zaken regionaal soms anders zijn georganiseerd, maar we werken landelijk wél samen. Maaike Haadsma, collega-klinisch geneticus in het Radboudumc, is voorzitter van de landelijke werkgroep Mainstreaming in de onco-genetica. Hierin worden ervaringen uitgewisseld zodat we van elkaar kunnen leren. Ook Angela van Remortele, coördinator van DNA-First, levert een belangrijke bijdrage aan deze landelijke samenwerking.”

Tot slot, zijn stip op de horizon? “DNA-First is bedoeld voor borstkankerpatiënten. Maar ik verwacht dat deze werkwijze ook goed inzetbaar is voor andere ziekte-indicaties, binnen en buiten de onco-genetica. Denk aan de inzet van DNA-First bij cardiomyopathie, want ook daarbij kan erfelijke aanleg een rol spelen. Om dat verder te onderzoeken zijn we 1 september jl. een pilot Cardiomyopathie gestart in Zuidoost-Nederland.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘We kunnen in de reguliere zorg veel leren van de asielzoekerszorg’

Huisarts Floris Braat draait spreekuur in diverse asielzoekerscentra in de regio Utrecht en in Ter Apel. Hij heeft een grote affiniteit met de doelgroep. "Ik wilde iets doen met vluchtelingen, me bezighouden met verschillende culturen die ieder hun eigen gezondheidsvraagstukken kennen."

‘Preventie is geen nice to know, maar need to know’

Een projectteam van het UMC Utrecht heeft een routekaart gemaakt naar toekomstbestendig onderwijs waarin preventie structureel is ingebed. Aan het hoofd van dit project stond senior docent Anna Kersten. Zij licht de routekaart toe.

De IC overleefd, maar met welke kwaliteit van leven?

Na een IC-opname kan iemand nog langdurig klachten hebben. Deze klachten hebben een grote impact op diens kwaliteit van leven. Arts in opleiding tot anesthesioloog Lucy Porter (Radboudumc) onderzocht of kan worden voorspeld wat de kwaliteit van leven na de IC is.

Casus: man met erectieproblemen na radicale prostatectomie

Een 58-jarige man heeft negen maanden geleden een radicale prostatectomie ondergaan vanwege een gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Sindsdien heet hij ernstige erectieproblemen, waardoor hij gefrustreerd is en vermijdingsgedrag vertoont in de relatie met zijn vrouw. Wat is uw beleid?

Hoe dramaseries artsen kunnen helpen bij morele keuzes

Drie afleveringen van House M.D. of Dexter op een avond kijken, puur voor de ontspanning? Voor zorgprofessionals kan het ook leerzaam zijn. Mediawetenschapper Merel van Ommen onderzocht hoe dramaseries artsen kunnen helpen om beter om te gaan met moreel ingewikkelde situaties.

Onderliggend denkpatroon stuurt voorschrijver bij geneesmiddel­keuze

Het voorschrijven van geneesmiddelen is een afweging tussen richtlijnen, ervaring en patiëntkenmerken. Indeling in vier voorschrijversprofielen geeft inzicht in de eigen afwegingen. “En het helpt te begrijpen waarom een collega een andere beslissing neemt.” aldus Mariëlle Hartjes.

‘Medicatiebeleid in de laatste levensfase kan beter’

6 op de 10 patiënten in de palliatieve fase krijgt door de huisarts medicatie voorgeschreven die niet langer passend is. Dat blijkt uit een onlangs verschenen factsheet van Nivel en PZNL. “We moeten voorschrijfgewoonten kritisch onder de loep nemen”, zegt Yvonne de Man, senior onderzoeker bij Nivel.

Casus: vrouw met pijnlijke oorschelp

Een 55-jarige vrouw heeft een hoed in haar hand als ze uw spreekkamer binnenkomt. Sinds een maand heeft zij ’s nachts last van pijn aan het linkeroor. Op de oorrand ziet u een nodulus die bij druk zeer pijnlijk is. Wat is uw diagnose?

‘Live well, die well’: rol van vrijwilligers in de laatste levensfase

Vrijwilligers aan het sterfbed in het ziekenhuis maken een groot verschil, stelt Anne Goossensen. Ze luisteren, troosten en verlichten de werkdruk van zorgverleners. “Ze bieden een luisterend oor en zijn aanwezig, zonder haast of medische agenda.”

Waarom melden vrouwen vaker bijwerkingen van medicijnen?

Vrouwen blijken vaker bijwerkingen van medicijnen te melden dan mannen. Onderzoeker Sieta de Vries van het UMC Groningen probeert te achterhalen hoe dit komt. En dat blijkt complexer dan het lijkt.