DOQ

Dosering complement­remmers kan efficiënter en patiënt­vriendelijker

Efficiënter, patiëntvriendelijker en kosteneffectiever doseren van complementremmers bij twee zeldzame bloedziekten, dat was een van de onderwerpen uit het onderzoek waarop ziekenhuisapotheker Mendy Boersma-ter Avest onlangs promoveerde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. De resultaten van haar onderzoek worden al toegepast in de praktijk. Graag licht ze die toe.

Complementremmers zijn een relatief nieuwe behandeling voor twee zeldzame, levensbedreigende bloedziekten, waarvoor het Radboudumc hét expertisecentrum is: atypisch hemolytisch uremisch syndroom (aHUS) en paroxismale nachtelijke hemoglobinurie (PNH). Bij deze ziekten is het complementsysteem – een onderdeel van het immuunsysteem – ontregeld. “Deze aandoeningen zijn zeer zeldzaam, met een jaarlijkse incidentie van ongeveer één op de miljoen mensen, en kunnen op elke leeftijd ontstaan. Bij aHUS treedt mechanische hemolytische anemie, trombocytopenie en acuut nierfalen op. Deze aandoening ontstaat door overactivatie van het complementsysteem, vaak als gevolg van genetische mutaties in complementeiwitten. PNH kenmerkt zich door hemolytische anemie, cytopenie en trombose. Door een verworven mutatie in het beenmerg ontstaan erytrocyten die zeer gevoelig zijn voor complement-gemedieerde afbraak.”

“De komst van complementremmers heeft de overleving sterk verbeterd”

Ziekenhuisapotheker Mendy Boersma-ter Avest

Verbeterde overleving

Lang was er geen gerichte behandeling voor aHUS en PNH en was de behandeling met name ondersteunend. “Sinds 2007 is de complementremmer eculizumab beschikbaar en dat medicijn heeft de overleving van patiënten sterk verbeterd. Inmiddels zijn er drie complementremmers op de Nederlandse markt, eculizumab, ravulizumab en pegcetacoplan”, vertelt Boersma-ter Avest. In haar promotieonderzoek focuste zij op het efficiënter en patiëntvriendelijker doseren van complementremmers.

PK-PD-studie

Een eerste onderzoek dat de Nijmeegse ziekenhuisapotheker deed was een farmacokinetiek-farmacodynamiek (PK-PD)-studie naar eculizumab bij patiënten met aHUS. “Dit was een deelstudie van de CUREiHUS-studie bij patiënten met aHUS. In deze studie werd aangetoond dat het veilig en kosteneffectief is om eculizumab bij deze patiënten al na drie maanden te stoppen in plaats van dit levenslang te geven, zoals de fabrikant aangeeft. Daarnaast deden we ook een PK-PD-studie bij PNH. We verzamelden bij 48 patiënten met aHUS en 27 patiënten met PNH gegevens over de PK – eculizumabspiegels – en PD – complementactiviteit. Deze data gebruikten we om een PK-PD-model te ontwikkelen voor eculizumab.”

Overbehandeling

De behandeling met eculizumab bestaat uit een oplaadfase waarin eculizumab wekelijks wordt gegeven en een onderhoudsdosering die elke twee weken wordt gegeven. Bij volwassen patiënten wordt zowel bij aHUS als bij PNH een vaste dosering gebruikt voor elke patiënt. “Uit eerdere studies bleek dat de onderhoudsbehandeling die de fabrikant opgeeft, leidt tot overbehandeling: veel patiënten krijgen tijdens de onderhoudsbehandeling meer eculizumab dan nodig is voor een effectieve bloedspiegel. Daarnaast zagen we dat het oplaadschema zoals de fabrikant dat opgeeft, leidt tot een te lage bloedspiegel van eculizumab aan het begin van de behandeling. Maar adequate blokkade van het complementsysteem is juist dán cruciaal om verdere schade te voorkomen.” 

“Een kostenbesparing van 16% op een jaarlijks bedrag van 400.000 euro is aanzienlijk”

Simulatiestudie

Aan de hand van het hierboven genoemde PK-PD-model ontwikkelde Boersma-ter Avest nieuwe doseerregimes voor zowel de onderhoudsdosering als de oplaaddosering: een op gewicht gebaseerde oplaaddosering, na twee weken gevolgd door een onderhoudsdosering waarbij het doseringsinterval wordt aangepast op geleide van de eculizumabspiegel. “In een simulatiestudie bleek dit te leiden tot een effectievere behandeling in de oplaadfase, bij zowel aHUS als PNH. Verder bleek dat bij ongeveer 50% van de patiënten het dosisinterval in de onderhoudsfase kan worden verlengd naar 3 of 4 weken. Een langer doseerinterval is gunstig voor de patiënten: ze hoeven minder vaak naar het ziekenhuis voor een infuus of de thuiszorg hoeft minder vaak langs te komen voor het prikken van het infuus. Dat levert een aanzienlijke tijdsbesparing op voor de patiënten. Daarnaast geeft dit een kostenbesparing van ongeveer 16%. Op een bedrag van 400.000 euro per jaar is dat een aanzienlijke besparing.” 

Hoge oplaaddosis

Boersma-ter Avest onderzocht de nieuw ontwikkelde oplaaddosering bij twee groepen van ongeveer 20 patiënten met aHUS: de ene groep kreeg de standaarddosering van de fabrikant, de andere de op gewicht gebaseerde oplaaddosering. “Wat bleek? Bij de standaard startdosering van de fabrikant had bijna 50% van de patiënten op dag 7 een te lage bloedconcentratie, terwijl dat na een hoge oplaaddosis bij geen van de patiënten het geval was. Op dag 14 en 28 van de behandeling werd geen verschil tussen beide regimes gezien.”

Volgens Boersma-ter Avest toont dit onderzoek aan dat bij veel patiënten die eculizumab gebruiken de dosering omlaag kan. “Maar sommige patiënten hebben juist baat bij een hogere dosering: zwangere patiënten en patiënten met proteïnurie. Zwangere patiënten hebben een versnelde klaring en een groter verdelingsvolume. Bij ernstige proteïnurie is er sprake van nierschade waardoor eculizumab, dat normaliter niet via de nieren wordt uitgescheiden, nu wel door de nieren kan worden uitgescheiden. De uitscheiding is dus versneld en een hogere dosering is nodig.” 

Staande praktijk

De door Boersma-ter Avest voorgestelde doseringsaanpassing voor eculizumab wordt inmiddels al in de praktijk toegepast bij patiënten met aHUS in het Radboudumc. “Ons voorgestelde oplaadschema wordt in Nederland tegenwoordig standaard gebruikt. Tijdens de onderhoudsbehandeling bepalen we op reguliere basis eculizumabspiegels. Aan de hand daarvan beslissen we dan of het dosisinterval aangepast kan worden”, zo besluit Boersma-ter Avest.

Referentie: Bouwmeester RN, Duineveld C, Wijnsma KL et al. Early Eculizumab Withdrawal in Patients With Atypical Hemolytic Uremic Syndrome in Native Kidneys Is Safe and Cost-Effective: Results of the CUREiHUS Study. Kidney Int Rep. 2022 Oct 18;8(1):91-102.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘We kunnen in de reguliere zorg veel leren van de asielzoekerszorg’

Huisarts Floris Braat draait spreekuur in diverse asielzoekerscentra in de regio Utrecht en in Ter Apel. Hij heeft een grote affiniteit met de doelgroep. "Ik wilde iets doen met vluchtelingen, me bezighouden met verschillende culturen die ieder hun eigen gezondheidsvraagstukken kennen."

‘Preventie is geen nice to know, maar need to know’

Een projectteam van het UMC Utrecht heeft een routekaart gemaakt naar toekomstbestendig onderwijs waarin preventie structureel is ingebed. Aan het hoofd van dit project stond senior docent Anna Kersten. Zij licht de routekaart toe.

De IC overleefd, maar met welke kwaliteit van leven?

Na een IC-opname kan iemand nog langdurig klachten hebben. Deze klachten hebben een grote impact op diens kwaliteit van leven. Arts in opleiding tot anesthesioloog Lucy Porter (Radboudumc) onderzocht of kan worden voorspeld wat de kwaliteit van leven na de IC is.

Casus: man met erectieproblemen na radicale prostatectomie

Een 58-jarige man heeft negen maanden geleden een radicale prostatectomie ondergaan vanwege een gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Sindsdien heet hij ernstige erectieproblemen, waardoor hij gefrustreerd is en vermijdingsgedrag vertoont in de relatie met zijn vrouw. Wat is uw beleid?

Hoe dramaseries artsen kunnen helpen bij morele keuzes

Drie afleveringen van House M.D. of Dexter op een avond kijken, puur voor de ontspanning? Voor zorgprofessionals kan het ook leerzaam zijn. Mediawetenschapper Merel van Ommen onderzocht hoe dramaseries artsen kunnen helpen om beter om te gaan met moreel ingewikkelde situaties.

Onderliggend denkpatroon stuurt voorschrijver bij geneesmiddel­keuze

Het voorschrijven van geneesmiddelen is een afweging tussen richtlijnen, ervaring en patiëntkenmerken. Indeling in vier voorschrijversprofielen geeft inzicht in de eigen afwegingen. “En het helpt te begrijpen waarom een collega een andere beslissing neemt.” aldus Mariëlle Hartjes.

‘Medicatiebeleid in de laatste levensfase kan beter’

6 op de 10 patiënten in de palliatieve fase krijgt door de huisarts medicatie voorgeschreven die niet langer passend is. Dat blijkt uit een onlangs verschenen factsheet van Nivel en PZNL. “We moeten voorschrijfgewoonten kritisch onder de loep nemen”, zegt Yvonne de Man, senior onderzoeker bij Nivel.

Casus: vrouw met pijnlijke oorschelp

Een 55-jarige vrouw heeft een hoed in haar hand als ze uw spreekkamer binnenkomt. Sinds een maand heeft zij ’s nachts last van pijn aan het linkeroor. Op de oorrand ziet u een nodulus die bij druk zeer pijnlijk is. Wat is uw diagnose?

‘Live well, die well’: rol van vrijwilligers in de laatste levensfase

Vrijwilligers aan het sterfbed in het ziekenhuis maken een groot verschil, stelt Anne Goossensen. Ze luisteren, troosten en verlichten de werkdruk van zorgverleners. “Ze bieden een luisterend oor en zijn aanwezig, zonder haast of medische agenda.”

Waarom melden vrouwen vaker bijwerkingen van medicijnen?

Vrouwen blijken vaker bijwerkingen van medicijnen te melden dan mannen. Onderzoeker Sieta de Vries van het UMC Groningen probeert te achterhalen hoe dit komt. En dat blijkt complexer dan het lijkt.