Dr. Blankestijn: ‘Met de data van de grote industrie kan nu elke nefroloog naar zijn eigen centrum kijken en met duurzaamheid stappen maken’

mm
Leendert Douma
Redactioneel,
17 juli 2020

Stel je voor. Per nierdialysebehandeling is 380 liter water nodig, dat daarvoor tot 37 graden moet worden verwarmd. Hiervan wordt ongeveer 120 liter echt gebruikt, de rest wordt weer weggegooid. Het moge duidelijk zijn dat er binnen de nefrologie op milieugebied een wereld valt te winnen en daarmee kan het een voorbeeld zijn voor andere specialismen. Internist-nefroloog dr. Peter Blankestijn maakt zich hard voor ‘groene geneeskunde’, zowel top-down via de Europese nefrologenvereniging ERA-EDTA als bottom-up via het netwerk Groene Zorgprofessionals binnen UMC Utrecht.  

Het voorbeeld van de nierdialysebehandelingen toont aan hoe inefficiënt er soms in de zorg gewerkt wordt. “Dat moet anders”, zo concludeerde Blankestijn en de Europese nefrologen. Zij kondigden ruim twee jaar geleden aan de duurzaamheidsmaatregelen volgens ‘The Lancet Countdown’-rapport te gaan implementeren. Maar dat konden zij niet alleen. “Dit is een gezamenlijk technisch probleem”, legt Blankestijn uit.

Internist-nefroloog Peter Blankestijn

“Het is mogelijk om terug te gaan naar 200 liter per nierdialysebehandeling, bijvoorbeeld door hergebruik” 

“Dat moeten we samen met de grote industrie oplossen. Het mooie is: die is op veel gebieden al veel verder dan wij.” Dat bleek in maart vorig jaar, tijdens een grote bijeenkomst op Schiphol. “De eerste gezamenlijke stap was het in kaart brengen van het probleem, door zo veel mogelijk data boven water te krijgen om te delen. Die is er nu. Zo leverde de industrie de benchmark op voor drie indicatoren: energieverbruik in kWh per behandeling, waterverbruik in aantal liter per behandeling en afvalproductie in kilogram per behandeling. Daarmee kan nu elke nefroloog naar zijn of haar eigen centrum kijken en dan kunnen we stappen maken.” 

“Als eerste hebben we ervoor gekozen om te kijken wat er praktisch te halen valt in de OK-complexen. Dat is nogal wat!” 

Minder achteloos 

Technisch zijn er wel oplossingen om water- en warmteverspilling terug te dringen, legt Blankestijn uit. “Het is mogelijk om terug te gaan naar 200 liter per behandeling, bijvoorbeeld door hergebruik. Daarnaast moeten we kijken hoe we restwater nuttig kunnen aanwenden, bijvoorbeeld door in toiletten te gebruiken of voor tuinirrigatie. Het is schoon water, dus dat kan goed. Het is alleen niet geschikt als drinkwater. Op het gebied van energie is veel winst te halen door de het warme water van 37 graden te circuleren.” Op het vlak van afval draait het om beter scheiden en minder achteloos weggooien, zegt Peter Blankestijn.  

“Een werkgroep kijkt nu naar het gebruik van disposables, anesthesiegassen in de lucht en energieconsumptie” 

Prioriteit in primaire proces 

“Dit is zoeken naar laaghangend fruit, hoe kunnen we bestaande zorgprocessen verbeteren. Daarnaast moeten we vooral ook kijken naar de milieuwinst op langere termijn”, zegt de internist-nefroloog. Dat was begin juni dan ook het onderwerp van de online ERA-EDTA-conferentie ‘Preparing nefrology for the future, towards sustainable nephrology care’. Het gaat dan om duurzaamheid prioriteit geven in het primaire proces, legt Blankestijn uit, in de zorg, onderzoek en het onderwijs. Het initiatief daarvoor ligt niet alleen bij de Raden van Bestuur maar vooral ook bij artsen en verpleegkundigen. “Juist deze mensen zien de effecten van klimaatveranderingen op nierziekten.” En dan is het misschien wel aan zorgprofessionals in het rijke Noord-Europa om daarin leidend te zijn, zegt Blankestijn. “Dat wordt in bijvoorbeeld Duitsland en Zweden wel opgepakt.” 

“De coronacrisis heeft ons heel bewust gemaakt van het belang van duurzaamheid en ons laten zien hoe we dat praktisch kunnen vormgeven.  

Groene Zorgprofessionals 

En ook Nederland pakt zijn rol. Peter Blankestijn was in januari betrokken bij de oprichting van het netwerk Groene Zorgprofessionals in het UMC Utrecht. “Het is een club van ongeveer 35 ambassadeurs die concreet invulling geeft aan het begrip duurzaamheid op de werkvloer. Dat doen we op drie manieren. Als eerste hebben we ervoor gekozen om te kijken wat er praktisch te halen valt in de OK-complexen. Dat is nogal wat! Een werkgroep kijkt nu naar het gebruik van disposables, anesthesiegassen in de lucht en energieconsumptie. Dit onderwerp is ook in de andere UMC’s opgepakt. Koplopers zijn naast het UMCU, ook Radboudumc, LUMC en Amsterdam UMC locatie AMC.” 

“Consulten op afstand bij chronische aandoeningen door beeldbellen; het was even wennen, maar bleek heel uitvoerbaar

Bewustzijn door coronatijd 

“Daarnaast kijkt netwerk Groene Zorgprofessionals hoe we duurzaamheid een prominente plaats geven in het onderwijs, door het in te passen in het medisch curriculum”, vervolgt Blankestijn. “Als laatste proberen we zoveel mogelijk awareness te creëren in de brede zin van het woord – door concrete vorderingen, slimme toepassingen en snelle successen voor het voetlicht te brengen.” Door de coronatijd verlopen de activiteiten van het netwerk Groene Zorgprofessionals wat trager dan aanvankelijk verwacht, er waren andere prioriteiten. Blankestijn: “Tegelijkertijd heeft de coronacrisis ons heel bewust gemaakt van het belang van duurzaamheid en ons laten zien hoe we dat praktisch kunnen vormgeven. Denk maar aan consulten op afstand bij chronische aandoeningen door middel van beeldbellen of videobellen. Het was even wennen, maar het bleek heel uitvoerbaar.” 

,
Deel dit artikel