DOQ

Dr. De Weger: ‘Besmettingsgraad met SARS-CoV-2 nam toe met een hogere concentratie pollen in de lucht’

Blootstelling aan pollen in de lucht verzwakt de immuunrespons tegen SARS-CoV-2. Wanneer er een hoge concentratie aan pollen in de lucht is, kan de besmettingsgraad van het virus hierdoor nog wat extra oplopen. “Belangrijke bevindingen”, zegt een van de onderzoekers dr. Letty de Weger. “Nu dit bekend is, kan nagedacht worden welke maatregelen dit aanvullende risico op besmetting zullen helpen tegengaan. Een belangrijke stap hierin lijkt mij dat we de mogelijkheid creëren om te kunnen voorspellen wanneer er hoge concentraties pollen in de lucht zijn. Een pollenverwachting”.

Het lag vrij voor de hand dat onderzoeker dr. Letty de Weger gevraagd werd deel te nemen aan de werkgroep COVID-19/POLLEN. De Weger, gepromoveerd bioloog, werkt al jaren bij het LUMC, alwaar zij naast diverse onderzoeken ook de pollentellingen verzorgt.

Bioloog-onderzoeker dr. Letty de Weger

Op het dak

“In Nederland hebben we twee pollenstations, namelijk die hier in Leiden en nog eentje in het Elkerliek ziekenhuis in Helmond”, vertelt De Weger. “Of eigenlijk moet ik zeggen op het ziekenhuis, want de pollensamplers zijn op het dak van de ziekenhuizen bevestigd.” De pollentellingen worden door de Weger gepubliceerd op de website van het LUMC. “Doordat we wekelijks deze tellingen doen, inmiddels al jaren, hebben we natuurlijk behoorlijk wat data verzameld. Hierom vroeg collega Damialis of we met onze dataset mee wilden werken aan het COVID-19/POLLEN onderzoek.”

COVID-besmettingen en pollen

Eerdere onderzoeken met rhinovirus lieten zien dat pollen het aangeboren immuunsysteem verzwakken door de productie van antivirale interferonen te remmen. Het recente onderzoek met onder andere de data van De Weger, bestudeerde of SARS-CoV-2 besmettingen onder de bevolking hand in hand gaan met de blootstelling aan pollen in de lucht. “Dit is een heel groot, wereldwijd onderzoek”, benadrukt de Weger. “De studie bevat data van 130 pollenstations, over 31 landen en verdeeld over 5 continenten.”

“De besmettingen waren gerelateerd aan de pollenconcentraties die vier dagen ervoor waren gemeten”

Pollen en de eerste golf

De studieperiode liep van 1 januari tot 8 april 2020. Tussen 10 en 14 maart 2020 bracht een warmtefront een flinke toename van pollen in de lucht in Europa teweeg, en gelijktijdig werd de eerste grote golf van SARS-CoV-2 besmettingen gezien. Onderzoek naar alle verzamelde data van die periode liet zien dat aanwezige pollen in de lucht, in synergie met de luchtvochtigheid en de buitentemperatuur, verantwoordelijk waren voor 44% van de variabiliteit in de besmettingsgraad van het virus. De besmettingsgraad nam toe naarmate er een hogere concentratie pollen in de lucht was; bij een toename van 100 pollen/m3 zag men 4% toename van het aantal besmettingen. De Weger licht toe: “De besmettingen waren gerelateerd aan de pollenconcentraties die vier dagen ervoor waren gemeten. Het is overigens niet zo dat een toename in besmettingen kan worden toegeschreven aan een toename in het totaal aantal testen, omdat in die periode een zeer strikt testbeleid gold. Mensen met milde verkoudheids- of allergieklachten konden zich in die tijd niet laten testen. In de analyse werd ook gecorrigeerd voor bijvoorbeeld weekenden, omdat in de weekenden mogelijk minder testen werden afgenomen.”

“Er is voor dit onderzoek voor zeer veel confounders gecorrigeerd; dichtheid van de bevolking, buitentemperatuur, luchtvochtigheid, maatregelen zoals wel of geen lockdown…”

Heel zorgvuldig

De Weger benadrukt hoe streng en zorgvuldig het statistisch analyseplan voor dit onderzoek was. “Zo is voor zeer veel confounders gecorrigeerd. Denk hierbij aan de dichtheid van de bevolking rondom het teststation, de buitentemperatuur, de luchtvochtigheid, de maatregelen, zoals wel of geen lockdown, strenge of juist weinig lockdown maatregelen… Ik kan maar één belangrijke confounder bedenken waarvoor niet is gecorrigeerd in dit onderzoek, en dat is luchtverontreiniging. Toch is begrijpelijk dat deze niet is meegenomen in de analyse, want het was praktisch niet haalbaar of uitvoerbaar om op dezelfde locaties als de pollenstations ook data te hebben van diverse parameters van luchtverontreiniging.”

“Als er veel pollen in de lucht zijn, kan het aantal besmettingen net wat hoger liggen”

Duwtje

De Weger geeft het belang aan van nuancering bij de interpretatie van de onderzoeksresultaten. “We zien dat de aanwezigheid van pollen in de lucht een effect heeft op de besmettingsgraad van SARS-CoV-2, maar je moet je wel realiseren dat pollen slechts één modulerende factor zijn, zelfs een van de velen. Uiteindelijk wordt de besmettingsgraad gestuurd door het virus in de gelegenheid te stellen over te dragen van mens op mens, dus door sociaal contact. De hoeveelheid pollen in de lucht duwt die besmettingsgraad nog een klein beetje extra. Dat zagen we ook in Zwitserland, waar in drie plaatsen de pollenconcentraties werden gemeten. Deze steden hadden dezelfde bevolkingsdichtheid, klimaat en lockdown-maatregelen, maar bij de plaats met het hoogste pollengehalte was de besmettingsgraad net wat hoger. En zo moet je het zien, als er veel pollen in de lucht zijn kan het aantal besmettingen net wat hoger liggen.”

“Het is nu echt hoog tijd voor een pollenverwachting, nu we weten dat het SARS-CoV-2 virus extra de kop op kan steken tijdens dagen van hoge pollenexpositie”

Pollen-weerbericht

De Weger realiseert zich dat nu bekend is dat pollen in de lucht een relatie hebben met het aantal positieve testen, er ook maatregelen getroffen kunnen worden om dit extra risico terug te dringen. “Ik denk dat het aan de overheid is om te beslissen of dit in de vorm moet van extra beschermingsmaatregelen bij kwetsbare groepen tijdens het pollenseizoen, maar allereerst lijkt me dat we goed moeten kunnen voorspellen wanneer er hoge pollenconcentraties in de lucht zullen zijn. We hebben weliswaar een weerbericht en een luchtverontreinigingsbericht, die verwachtingen over het weer en luchtkwaliteit uitspreken, maar het is mijns inziens nu echt hoog tijd voor een pollenverwachting. Die behoefte was er al langer, voor hooikoortspatiënten, maar krijgt nu meer urgentie hoop ik, nu we weten dat het SARS-CoV-2 virus extra de kop op kan steken tijdens dagen van hoge pollenexpositie.”


Referentie: Damialis A, Gilles S, Sofiev M et al. Higher airborne pollen concentrations correlated with increased SARS-CoV-2 infection rates, as evidenced from 31 countries across the globe. PNAS 2021 Mar 23;118(12):e2019034118 https://doi.org/10.1073/pnas.2019034118

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?

Als de arts nep blijkt: medische misleiding met deepfakes

Steeds vaker duiken deepfakevideo’s op waarin artsen medicijnen aanprijzen. Leonie Hulstein noemt dit een zorgwekkende ontwikkeling. “Dit gaat over gezondheid. Dat maakt het gevaarlijker dan andere vormen van nepcontent.”

Medicatie belangrijke oorzaak van bezoek aan de spoedeisende hulp

Bij 17% van de SEH-bezoeken zonder opname speelt medicatie een rol, en meer dan een derde daarvan is vermijdbaar, zo vertelt Rehana Rahman. “De herkenning van deze bezoeken zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken op de SEH.”

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?

‘Leren reanimeren doe je altijd voor een ander, nooit voor jezelf’

Burgerhulpverleners starten in Nederland het merendeel van de reanimaties bij een hartstilstand, maar hun aantal is nog onvoldoende. Leonie van der Leest: “Zorgverleners kunnen mensen hierop attenderen: leer reanimeren, je redt er mensenlevens mee.”

Rechtvaardigheid als kompas voor medisch onderzoek

Wie profiteert van medische innovaties? Wie kan meedoen aan onderzoek en wie blijft buiten beeld? Rieke van der Graaf onderzoekt hoe medisch onderzoek zo kan worden ingericht dat het niet alleen vooruitgang oplevert, maar ook rechtvaardig is.

‘Houd het gesprek over cannabis­gebruik bij medische klachten open’

Veel patiënten gebruiken cannabis bij medische klachten, maar halen dit niet via de apotheek. Pieter Oomen vertelt over de barrières die ervaren worden en doet enkele aanbevelingen. “Een van de barrières is het stigma dat bij artsen vaak nog leeft rond cannabis.”

Wanneer klachten eigenlijk een zingeving­svraag zijn

Huisarts Richard Hoofs ziet in zijn praktijk regelmatig mensen bij wie medische verklaringen ontbreken, maar het lijden duidelijk aanwezig is. Volgens hem ligt onder die klachten vaak een vraag die in de spreekkamer nog weinig gesteld wordt: waar leef je eigenlijk voor?

AI-model voor SEH werkt goed, maar wordt niet gebruikt

AI kan op de SEH goed voorspellen welke patiënten een hoog sterfterisico hebben. Toch ondervonden Paul van Dam en William van Doorn dat artsen de voorspelling nauwelijks gebruiken. “We moeten leren om AI-modellen te ontwerpen die beter zijn afgestemd op de gebruikers.”

‘Sta eens vaker stil en reflecteer’

Veel artsen lopen vast op vragen over werkdruk, keuzes en werk-privébalans. Shirin Bemelmans-Lalezari pleit daarom voor meer reflectie en open gesprekken over twijfels in de medische loopbaan. “Juist de eigenschappen die veel artsen delen, kunnen later in de weg gaan zitten.”