Dr. Heesen over het Vliegwiel voor digitale innovatie: ‘We moeten echt anders gaan werken in de zorg’

mm
Astrid van den Hoek
Redactioneel,
21 oktober 2020

De zorgsector heeft nog wel wat stappen te maken in het gebruik van digitale middelen in de patiëntenzorg, meent cardioloog dr. Wilfred Heesen (VieCuri Medisch Centrum). Ook in deze coronatijd. “Buiten het ziekenhuis doen mensen alles met hun smartphone, maar in het ziekenhuis is dit nog geen gewoonte.” Als een van de voorzitters van het landelijke initiatief ‘Vliegwiel voor digitale innovatie’ wil Heesen hieraan bijdragen. “In het Vliegwiel zitten veel professionals bij elkaar en is er ondersteuning vanuit de Patiëntenfederatie over hoe elke regio stap voor stap kan opschalen qua digitale zorg.” 

Binnen VieCuri Medisch Centrum is cardioloog dr. Wilfred Heesen actief als programmamanager digitale zorg. Daarnaast is hij betrokken bij het landelijke initiatief ‘Vliegwiel voor digitale innovatie’. In de patiëntenzorg kan nog veel meer gebruik worden gemaakt van digitale middelen, zoals e-consults en thuismeetapparatuur waarmee patiënten zelf thuis hun gezondheid monitoren en invoeren in een digitaal systeem dat door verpleegkundigen en specialisten kan worden ingezien. Dit wordt ook wel netwerkzorg genoemd: de specialist staat centraal, maar krijgt daarnaast een meer superviserende rol in samenwerking met de andere zorgverleners rondom de patiënt.  

Cardioloog dr. Wilfred Heesen

Vastgelopen pilot 

Digitale zorg is en blijft een ‘meerjarenthema’. In de afgelopen jaren zijn er succesvolle initiatieven geweest en stappen gezet. Maar volgens het Vliegwiel voor digitale innovatie is er nog veel werk te verzetten om digitale middelen ook werkelijk volop te benutten in de patiëntenzorg. Het Vliegwiel is een initiatief van Patiëntenfederatie Nederland, die hiervoor samenwerkt met verzekeraars, zorginstellingen, patiëntorganisaties, leveranciers en allerlei andere partners. Cardioloog dr. Wilfred Heesen is als werkgroepvoorzitter procesinnovatie nauw betrokken. “Vijf jaar geleden was ik al bezig met e-health binnen ziekenhuis VieCuri”, zegt hij. “Er zijn best wat projecten van de grond gekomen, maar het gebeurt ook vaak dat het na een succesvolle pilot stokt.”  
“Dat kan door allerlei redenen”, vult Bettine Pluut, programmamanager vanuit de Patiëntenfederatie, hem aan. “Financiering, kennis, privacy, gebrek aan ‘bewijs’ dat de digitale methode werkt, enzovoort. Digitale zorg is een heel breed vraagstuk, dus er is een brede coalitie nodig.” Dat ziet Heesen ook zo. “Als een project vastloopt, zoek je naar verbreding om verder te gaan, maar waar? In het Vliegwiel zitten veel professionals bij elkaar en is er ondersteuning vanuit de Patiëntenfederatie over hoe elke regio stap voor stap kan opschalen qua digitale zorg. Wat dat betreft hebben we in de zorg nog wel wat stappen te maken. Buiten het ziekenhuis doen mensen alles met hun smartphone, maar in het ziekenhuis is dit nog geen gewoonte.” 

“We kijken waar ze tegenaan lopen en wat ze tegenhoudt om in te zetten op digitale zorg” 

Transmurale zorgpaden voor telebegeleiding 

Vanuit de Vliegwiel-coalitie zijn transmurale zorgpaden opgesteld om te helpen stappen te zetten op het gebied van telebegeleiding (stapsgewijs: in het ziekenhuis, in de keten en vergroten van het initiatief bij patiënten). “De focus ligt nu op telebegeleiding bij hartfalen en COPD”, zegt Pluut. “Maar we zetten ons in om telebegeleiding voor alle daarvoor geschikte ziektebeelden mogelijk te maken. We kijken voor elke partij waar ze tegenaan lopen en wat ze tegenhoudt om in te zetten op digitaal. Vervolgens zoeken we naar oplossingen en ondersteuningsmogelijkheden, zodat telebegeleiding een normale manier van zorg wordt.” Heesen stelt het nog scherper: “Je gaat anders werken en dat moet ook wel. Met het oog op de toekomst, maar ook omdat het voor de patiënt beter is.” 

“Je moet mij als specialist pas gebruiken als mijn expertise echt nodig is” 

Netwerkzorg 

Het uiteindelijke doel van het Vliegwiel is het creëren van netwerkzorg. Heesen schetst een situatie waarin de relatie tussen zorgprofessional en patiënt de kern blijft en ziekenhuizen het centrum van zorg blijven, maar waarin een patiënt minder vaak per jaar fysiek contact heeft met een specialist. In het geval van hartfalen bijvoorbeeld nog maar 1 tot 2 keer in plaats van 4 tot 6 keer per jaar. In plaats daarvan vindt constante monitoring plaats door de patiënt zelf, die gegevens digitaal (bijvoorbeeld via het programma Hartfalencoach) en telefonisch deelt met een specialistische poli (zoals de hartfalenpoli) of aangewezen verpleegkundigen. Op basis van de data kan bijvoorbeeld snel de medicatie worden aangepast om een klacht te verhelpen zonder dat de patiënt daarvoor naar het ziekenhuis hoeft te komen. “Dat is al heel fijn, zeker in coronatijd, maar er zijn zelfs aanwijzingen dat patiënten die zo intensief begeleid worden minder vaak opgenomen hoeven te worden”, stelt Heesen. “Je moet mij als specialist pas gebruiken als mijn expertise echt nodig is. De specialist krijgt zo een meer superviserende rol. Belangrijk hierbij is wel dat je het vertrouwen tussen arts en patiënt behoudt, ook als je elkaar minder ziet. Maar als een patiënt weet dat ik eindverantwoordelijke ben, een vast lijntje op de achtergrond, en er verder een heel team tot zijn beschikking is die hem/haar goed in de gaten houdt dan stelt dat de patiënt gerust.” 

Niet meer steeds één-op-één 

De hartpatiënten krijgen in het hartfalen-project de beschikking over een digitale weegschaal en bloeddrukmeter. Dergelijke gecertificeerde apparatuur beschikbaar stellen kost geld. Dat beseft ook Heesen. Maar uiteindelijk gaat het volgens hem niet om gadgets en tools, maar om een organisatieverandering. “Het gaat om een andere manier van werken, niet meer steeds één-op-één met een patiënt. We zijn in de zorg (terecht) vaak wat behoudend en voorzichtig, en daarom is er aarzeling om zo anders te gaan werken. Maar we zullen wel moeten. De huidige zorg vraagt om slimmere en efficiëntere manieren van werken. Daar kan de inzet van digitale middelen bij helpen. En het gaat wat mij betreft om integratie van beide manieren van zorg, niet het complete zorgtraject moet digitaal.”  

“Ook komende jaren kan digitale zorg uitkomst bieden om goede chronische zorg te blijven verlenen” 

Versnelling bij starters  

De corona-uitbraak heeft wel geholpen om open te staan voor dergelijke veranderingen, denkt Pluut. “Ziekenhuizen die nog helemaal niets deden, zijn niet ineens door corona in drie weken in staat telebegeleiding te leveren, maar we zien wel een versnelling bij starters en opschalers.” Heesen vertelt dat het ministerie van Volksgezondheid recent in een brief zelfs stelde dat telebegeleiding zichzelf al heeft bewezen. “Dat is nogal een stelling. In hoeverre corona daaraan bijgedragen heeft, weet ik niet. De pandemie heeft ons wel laten beseffen dat we anders moeten gaan werken en meer op afstand om vooral kwetsbare ouderen te beschermen. Het is belangrijk dat we deze tendens vasthouden en breder kijken dan enkel deze situatie. De komende jaren zal er een nog groter tekort aan verpleegkundigen ontstaan. Ook dan kan digitale zorg een uitkomst bieden om goede chronische zorg te kunnen blijven verlenen ondanks alle financiële en personele uitdagingen die op ons afkomen.”  


Meer informatie via: www.vliegwielcoalitie.nl 

, ,
Deel dit artikel