Dr. Moens: ‘Slimme algoritmes kunnen ons mooie werk nóg interessanter maken’

mm
Koen Scheerders
Redactioneel,
17 juni 2020

Reumatoloog dr. Hein Bernelot Moens (66) promoveerde 30 jaar geleden op computergesteunde diagnostiek bij reumatische aandoeningen. Tot zijn afscheid van de kliniek, in april 2020, heeft de toepassing van slimme algoritmes in de reumazorg hem niet losgelatenZe kunnen de zorg verbeteren. Het volle potentieel benutten we nog lang niet. 

Reumatoloog dr. Hein Bernelot Moens promoveerde in 1991 op computergesteunde diagnostiek bij reumatische aandoeningen: kunstmatige intelligentie (artificial intelligence, AI) als hulpmiddel in een vroeg ziektestadium. “De gedachte was dat een slim algoritme patiënten zou kunnen filteren tussen de eerste en tweede lijn”, zegt Moens. “Het zou op voorhand de diagnose kunnen stellen, zodat reumatologen een deel van de patiënten niet zouden hoeven te zien.” Maar hij bleek zijn tijd te ver vooruit te zijn. In de jaren ’90 zat alle patiëntinformatie nog verstopt in stapels papieren dossiers. “Het was onhaalbaar om de informatie te koppelen aan een slim systeem, omdat je dan alles zou moeten overtypen.”  

Reumatoloog dr. Hein Bernelot Moens

Ondersteuning 

Het EPD zou in 1991 nog maar een jaar of vijf op zich laten wachten, memoreert Moens. Dat werd uiteindelijk ruim tien jaar, nadat zijn loopbaan hem had gevoerd langs Reade, het AMC, het VUmc, Medisch Spectrum Twente en tot slot Ziekenhuisgroep Twente. En nu het EPD in heel Nederland is ingevoerd, is volgens Moens de tijd eindelijk rijp om slimme algoritmes in de zorg in te bedden. “Dat potentieel wordt nog lang niet benut. Als ik kijk naar het dagelijkse werk van een reumatoloog, dan bestaat dat uit veel taken waarbij we ons best kunnen laten ondersteunen.” Als voorbeeld noemt hij de dosering van methotrexaat. “Dat is vrij simpel. Als een leverwaarde boven een afkappunt uitvalt, passen we de dosis aan of stoppen we met de behandeling. Maar bij negen van de tien uitslagen doen we niets.” Als een computer die uitslagen zou doornemen, zou dat artsen tijd schelen op dagelijkse basis. “We besteden nu een kwartier per dag aan het beoordelen van die uitslagen. Daar kun je voor veel artsen een stuk van af halen, als je voor dit soort routinecontroles algoritmes inzet.” 

“Als we een deel van de routineklussen laten oplossen door slimme systemen, kunnen we ons inzetten voor de échte vragen waarvoor we zijn opgeleid” 

Een beter gesprek 

Slimme algoritmes kunnen reumatologen ook helpen bij het doorverwijzen van nieuwe patiënten, denkt Moens. “Als wij een nieuwe patiënt zien, bepalen we of er sprake is van een chronische ontstekingsvorm. Maar als dat niet het geval is, bijvoorbeeld bij artrose of fibromyalgie, geven we alleen een uitleg van het ziektebeeld. Daarvoor hoeven we de patiënt niet altijd te zien.” Door patiënten een vragenlijst in te laten vullen in het EPD, kan de arts vooraf een duidelijker beeld vormen en al voor een consult informatie digitaal naar de patiënt sturen. Dan kan de patiënt zich voorbereiden met naar verwachting een beter gesprek. 

“Een patiënt met een zeldzame vorm van reuma moet nu soms 100 kilometer reizen voor een consult van een kwartier. Dat is raar” 

Prognostisch profiel 

Die lijn kun je doortrekken naar individuele patiënten met reumatoïde artritis, zegt Moens. “In de reumatologie stellen we diagnoses op basis van symptomen. Maar de manier waarop reumatologen die diagnoses hanteren, is in de praktijk uiteenlopend. Daardoor hebben we te maken met een heel spectrum aan diagnoses.” Moens pleit daarom voor stellen van diagnoses op basis van alle beschikbare data door slimme algoritmes. “We weten dat er een heel palet aan relevante gegevens beschikbaar is: genomics, proteomics, het exposoom, hormoonspiegels. Als we van een patiënt met beginnende reumaklachten zoveel mogelijk van die data verzamelen, kunnen we een prognostisch profiel opstellen, en op basis daarvan een persoonlijke behandeling toesnijden.” 

Echte vragen 

Slimme algoritmes kunnen de zorg verbeteren, zegt Moens. “Ze besparen tijd. Misschien niet direct voor de dokter, maar in elk geval voor de patiënt. Als die niet op de poli hoeft te komen, heeft die reis- en wachttijd bespaard.” Maar ook voor de arts zijn er voordelen. “Als we een deel van de routineklussen laten oplossen door slimme systemen, kunnen we ons inzetten voor de échte vragen waarvoor we zijn opgeleid. Ik denk dat er zo een verschuiving komt naar meer oplossend bezig zijn, en stel me voor dat dat dokters meer energie geeft dan spreekuren vol met routinecontroles. Ons mooie werk kan zo nóg interessanter worden.” 

“Ik pleit er niet voor dat alles in de zorg zonder persoonlijk contact kan. Maar ondersteund door algoritmes zouden we een deel van onze zorg op deze manier kunnen doen.” 

Samenwerken 

Zo’n verbetering is pas mogelijk als de hele zorg uniforme definities hanteert voor de data die slimme algoritmes nodig hebben, zegt hij. Dat kan door over de ziekenhuismuren heen samen te werken in beroepsverenigingen, nationaal en internationaal. “We moeten samen gestructureerd de benodigde data verzamelen, zodat we daarna samen het EPD kunnen uniformeren.” Hij spreekt daarbij ook ICT-aanbieders en -afdelingen binnen het ziekenhuis aan. “Samenwerken is voor hen vaak een obstakel, want dat kan pas met uniforme datadefinities. Maar een algoritme hoef je maar één keer te bouwen om het hele land te plezieren.” 

Kennis over zeldzame reumavormen 

Hoewel Moens zijn doktersjas aan de wilgen hangt, blijft hij voorlopig als voorzitter betrokken bij stichting ARCH, gesteund door ReumaNederland. “Een patiënt met een zeldzame vorm van reuma moet nu soms 100 kilometer reizen voor een consult van een kwartier. Dat is raar. Met ARCH willen we de expertise op het gebied van zeldzame reumavormen toegankelijk maken in regionale netwerken.” ARCH werkt daarvoor aan een app, waarmee patiënten en behandelend specialisten in een perifeer ziekenhuis toegang krijgen tot kennis en ervaring van alle experts op het gebied van zo’n zeldzame aandoening. “Je kan je patiënt aanmelden voor een MDO, waar de verzamelde expertise uit je regio samenkomt, en waar je via teleconferencing aan kan deelnemen. De patiënt kan ook meekijken.” 

“We moeten nu werken aan de volgende stap om de medicatie persoonlijker, beter en slimmer toe te dienen” 

Persoonlijk contact 

Net voor zijn afscheid kon Moens – dankzij de coronacrisis – een voorschot nemen op zijn gedroomde toekomstbeeld. Zijn twee laatste nieuwe patiënten werden op afstand behandeld en hebben voor het eerste consult een vragenlijst beantwoord over pijnklachten, gebaseerd op het destijds ontwikkelde systeem. “Ik heb ze op afstand gesproken, en ze voor het consult informatie gestuurd. Maar ze konden thuisblijven.” Hij bood ze nog wel een fysiek consult aan. “Ik pleit er niet voor dat alles in de zorg zonder persoonlijk contact kan. Maar ondersteund door algoritmes zouden we een deel van onze zorg op deze manier kunnen doen.” 

Trial and error 

Moens heeft naar eigen zeggen ‘de gouden tijd’ van de reumatologie meegemaakt en hoopt op een nieuwe bloeiperiode. “Er is veel verbetering gekomen met de biologicals, maar nog steeds kunnen we amper voorspellen welk geneesmiddel bij een individuele patiënt gaat werken. Hoe mooi de resultaten ook zijn, we beginnen bij nieuwe reumapatiënten nog steeds met methotrexaat. De behandeling is eigenlijk een vorm van trial and error.” Daarom blijft hij dromen van slimme algoritmes en personalised medicine: welk middel heeft per patiënt de grootste kans op succes? “Het is prachtig dat we zulke goede geneesmiddelen hebben ontwikkeld, maar we moeten nu werken aan de volgende stap om die medicatie persoonlijker, beter en slimmer toe te dienen. Want ondanks alle mogelijkheden blijf ik denken: dat moet beter kunnen.” 

, ,
Deel dit artikel