DOQ

Dr. Van Lanen over COVID-nazorgpoli: ‘Komt er niks uit de onderzoeken, maar blijft iemand beroerd? Dat kán echt, we zien het vaker’

Steeds meer ziekenhuizen starten een nazorgpoli voor mensen die besmet raakten met COVID-19. Zo ook het Reinier de Graaf Ziekenhuis. Longarts dr. Marc van Lanen ziet een grote meerwaarde van een dergelijke poli: We weten natuurlijk nog weinig over het beloop, maar dankzij de poli krijg je wel steeds meer expertise. 

Sinds de oprichting van de COVID-19-nazorgpoli (begin juni) zijn er al ruim 250 patiënten gezien, zowel vanuit de thuissituatie of na een opname in het ziekenhuis. “Van al die mensen die na ontslag naar huis of een revalidatiecentrum gingen, hadden we geen idee hoe ze zouden opknappen en of er restschade zou blijven. We wilden die groep mensen goed in de gaten houden en nazorg bieden”, vertelt longarts dr. Marc van Lanen van het Reinier de Graaf Ziekenhuis in Delft. “Maar ook kregen we veel vragen van huisartsen uit de regio die patiënten troffen met blijvende klachten: benauwdheid, vermoeidheid, reuk- en smaakverlies. Veel huisartsen vroegen spontaan longfuncties aan, maar wisten eigenlijk niet wat ze moesten. Dus ook voor hen is de nazorgpoli een plek om naartoe te verwijzen.” 

Longarts dr. Marc van Lanen

“Veel huisartsen vroegen spontaan longfuncties aan, maar wisten eigenlijk niet wat ze moesten” 

Enorme variatie 

Wat Van Lanen opvalt bij de patiënten die de poli bezoeken, is de enorme variatie in klachten die ze aangeven en hoe snel of goed ze herstellen. “Je zou verwachten dat mensen die op de IC hebben gelegen na zes weken minder goed hersteld zijn dan mensen die thuis milde klachten hebben doorgemaakt, maar daar is geen pijl op te trekken. Er zijn patiënten die drie maanden na de IC nog een behoorlijk beperkte inspanningstolerantie hebben, veel dyspneuklachten ervaren en afwijkende longfoto’s hebben. Maar er zijn ook mensen die na drie maanden weer normaal functioneren, zonder aantoonbare afwijkingen of klachten.” 

“Je zou verwachten dat mensen die op de IC hebben gelegen minder goed herstellen dan mensen die thuis milde klachten hebben doorgemaakt” 

Haarverlies 

Tegelijkertijd treft Van Lanen ook patiënten die thuis milde klachten hebben gehad, maar al maanden last hebben van spierklachten, concentratieverlies, pijn op de borst of benauwdheid. “En sommige patiënten rapporteren haarverlies, zowel mannen als vrouwen. Deze week zag ik iemand op de reguliere longpoli die een paar maanden aspecifieke klachten heeft én klaagt over haaruitval. Doordat ik dit bij meerdere COVID-19-patiënten had gehoord, moest ik daar ook aan denken en deze vrouw bleek inderdaad sterk positieve COVID-antistoffen te hebben. Of ik zie op de nazorgpoli een patiënt waarvan ik nu meteen denk: dat is geen corona geweest, maar bijvoorbeeld niet-gediagnosticeerde astma. We krijgen het beeld beter in de vingers doordat je op de nazorgpoli alle patiënten geclusterd hebt.” 

“Een aantal patiënten blijkt na corona flink tachycard in rust en we zien ook andere ECG-afwijkingen” 

Long- en hartonderzoek 

Bij patiënten die corona in de thuissituatie hebben doorgemaakt, merkt Van Lanen vooral dat zij op veel onbegrip stuiten. “Van artsen, naasten en werkgevers: als iemand milde klachten heeft gehad en er goed uitziet, lijkt het vreemd dat ze amper een voet voor de ander kunnen zetten. Neem deze klachten serieus”, adviseert de longarts. “In dat licht wil ik aan huisartsen meegeven: als je een spirometrie aanvraagt bij verdenking op COVID-19 of bij vastgestelde antistoffen, vraag dan ook een diffusiemeting aan. We zien dat vooral de longblaasjes ziek zijn bij corona. Een hartfilmpje vind ik ook geen overbodige luxe: een aantal patiënten blijkt na corona flink tachycard in rust en we zien ook andere ECG-afwijkingen. Opvallend is bovendien dat we hoestklachten, die je zou verwachten na een virale luchtweginfectie, bij mensen met COVID-19 veel minder zien dan bij griep. Komt er niks uit de onderzoeken die je aanvraagt, maar blijft iemand beroerd? Dat kán echt, we zien het vaker.” 

“Veel patiënten zijn bang dat ze hun longen beschadigen als ze beginnen met bewegen en zich benauwd gaan voelen” 

Conditie-opbouw 

Omdat er nog geen medicamenteuze behandeling is die bewezen zinvol is in het bevorderen van hersel na een COVID-infectie, zet Van Lanen samen met zijn collega’s op de nazorgpoli vooral in op erkenning, voorlichting en het aansporen tot conditie-opbouw. “Erkennen dat de klachten bestaan, is het begin van herstel. Trainen, liefst onder begeleiding van een fysiotherapeut, heeft ook aantoonbaar effect. Veel patiënten zijn bang dat ze hun longen beschadigen als ze beginnen met bewegen en zich bijvoorbeeld benauwd gaan voelen. Dat is niet zo, maar het is natuurlijk wel een begrijpelijke angst. Een fysiotherapeut kan patiënten helpen hun individuele grenzen op te zoeken en zo de conditie weer te verbeteren. Als arts op de nazorgpoli doe ik wat de fysiotherapeuten ook doen: mensen motiveren en vertrouwen geven in hun herstel.” 

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: oudere dame met opvallende moedervlek

Een 75-jarige dame komt op uw spreekuur om een nieuw ontstane, opvallende moedervlek op het bovenbeen te laten onderzoeken. Ze heeft er geen last van, maar vraagt zich af of het kwaad kan. Wat is uw diagnose?

Morele stress te lijf gaan door in actie te komen

In haar boek De dappere dokter behandelt huisarts, coach en auteur Marga Gooren morele en emotionele stress in het dokterschap. Ze biedt ook handvatten en oefeningen om daar iets aan te doen. “Mijn boodschap is dat je wél in actie kunt komen.”

Veilige zorg begint met begrijpelijke communicatie

Voor passende zorg is het overbruggen van taalbarrières essentieel. Hoe je dat doet, is te vinden in de nieuwe richtlijn ‘Omgaan met taalbarrières in de zorg en het sociaal domein’. Jako Burgers: “Als communicatie hapert, kan de zorg onveilig worden.”

‘We kunnen in de reguliere zorg veel leren van de asielzoekerszorg’

Huisarts Floris Braat draait spreekuur in diverse asielzoekerscentra in de regio Utrecht en in Ter Apel. Hij heeft een grote affiniteit met de doelgroep. "Ik wilde iets doen met vluchtelingen, me bezighouden met verschillende culturen die ieder hun eigen gezondheidsvraagstukken kennen."

‘Preventie is geen nice to know, maar need to know’

Een projectteam van het UMC Utrecht heeft een routekaart gemaakt naar toekomstbestendig onderwijs waarin preventie structureel is ingebed. Aan het hoofd van dit project stond senior docent Anna Kersten. Zij licht de routekaart toe.

De IC overleefd, maar met welke kwaliteit van leven?

Na een IC-opname kan iemand nog langdurig klachten hebben. Deze klachten hebben een grote impact op diens kwaliteit van leven. Arts in opleiding tot anesthesioloog Lucy Porter (Radboudumc) onderzocht of kan worden voorspeld wat de kwaliteit van leven na de IC is.

Casus: man met erectieproblemen na radicale prostatectomie

Een 58-jarige man heeft negen maanden geleden een radicale prostatectomie ondergaan vanwege een gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Sindsdien heet hij ernstige erectieproblemen, waardoor hij gefrustreerd is en vermijdingsgedrag vertoont in de relatie met zijn vrouw. Wat is uw beleid?

Hoe dramaseries artsen kunnen helpen bij morele keuzes

Drie afleveringen van House M.D. of Dexter op een avond kijken, puur voor de ontspanning? Voor zorgprofessionals kan het ook leerzaam zijn. Mediawetenschapper Merel van Ommen onderzocht hoe dramaseries artsen kunnen helpen om beter om te gaan met moreel ingewikkelde situaties.

Onderliggend denkpatroon stuurt voorschrijver bij geneesmiddel­keuze

Het voorschrijven van geneesmiddelen is een afweging tussen richtlijnen, ervaring en patiëntkenmerken. Indeling in vier voorschrijversprofielen geeft inzicht in de eigen afwegingen. “En het helpt te begrijpen waarom een collega een andere beslissing neemt.” aldus Mariëlle Hartjes.

‘Medicatiebeleid in de laatste levensfase kan beter’

6 op de 10 patiënten in de palliatieve fase krijgt door de huisarts medicatie voorgeschreven die niet langer passend is. Dat blijkt uit een onlangs verschenen factsheet van Nivel en PZNL. “We moeten voorschrijfgewoonten kritisch onder de loep nemen”, zegt Yvonne de Man, senior onderzoeker bij Nivel.