Dr. Van Lanen over COVID-nazorgpoli: ‘Komt er niks uit de onderzoeken, maar blijft iemand beroerd? Dat kán echt, we zien het vaker’

mm
Brenda Kluijver
Redactioneel,
24 augustus 2020

Steeds meer ziekenhuizen starten een nazorgpoli voor mensen die besmet raakten met COVID-19. Zo ook het Reinier de Graaf Ziekenhuis. Longarts dr. Marc van Lanen ziet een grote meerwaarde van een dergelijke poli: We weten natuurlijk nog weinig over het beloop, maar dankzij de poli krijg je wel steeds meer expertise. 

Sinds de oprichting van de COVID-19-nazorgpoli (begin juni) zijn er al ruim 250 patiënten gezien, zowel vanuit de thuissituatie of na een opname in het ziekenhuis. “Van al die mensen die na ontslag naar huis of een revalidatiecentrum gingen, hadden we geen idee hoe ze zouden opknappen en of er restschade zou blijven. We wilden die groep mensen goed in de gaten houden en nazorg bieden”, vertelt longarts dr. Marc van Lanen van het Reinier de Graaf Ziekenhuis in Delft. “Maar ook kregen we veel vragen van huisartsen uit de regio die patiënten troffen met blijvende klachten: benauwdheid, vermoeidheid, reuk- en smaakverlies. Veel huisartsen vroegen spontaan longfuncties aan, maar wisten eigenlijk niet wat ze moesten. Dus ook voor hen is de nazorgpoli een plek om naartoe te verwijzen.” 

Longarts dr. Marc van Lanen

“Veel huisartsen vroegen spontaan longfuncties aan, maar wisten eigenlijk niet wat ze moesten” 

Enorme variatie 

Wat Van Lanen opvalt bij de patiënten die de poli bezoeken, is de enorme variatie in klachten die ze aangeven en hoe snel of goed ze herstellen. “Je zou verwachten dat mensen die op de IC hebben gelegen na zes weken minder goed hersteld zijn dan mensen die thuis milde klachten hebben doorgemaakt, maar daar is geen pijl op te trekken. Er zijn patiënten die drie maanden na de IC nog een behoorlijk beperkte inspanningstolerantie hebben, veel dyspneuklachten ervaren en afwijkende longfoto’s hebben. Maar er zijn ook mensen die na drie maanden weer normaal functioneren, zonder aantoonbare afwijkingen of klachten.” 

“Je zou verwachten dat mensen die op de IC hebben gelegen minder goed herstellen dan mensen die thuis milde klachten hebben doorgemaakt” 

Haarverlies 

Tegelijkertijd treft Van Lanen ook patiënten die thuis milde klachten hebben gehad, maar al maanden last hebben van spierklachten, concentratieverlies, pijn op de borst of benauwdheid. “En sommige patiënten rapporteren haarverlies, zowel mannen als vrouwen. Deze week zag ik iemand op de reguliere longpoli die een paar maanden aspecifieke klachten heeft én klaagt over haaruitval. Doordat ik dit bij meerdere COVID-19-patiënten had gehoord, moest ik daar ook aan denken en deze vrouw bleek inderdaad sterk positieve COVID-antistoffen te hebben. Of ik zie op de nazorgpoli een patiënt waarvan ik nu meteen denk: dat is geen corona geweest, maar bijvoorbeeld niet-gediagnosticeerde astma. We krijgen het beeld beter in de vingers doordat je op de nazorgpoli alle patiënten geclusterd hebt.” 

“Een aantal patiënten blijkt na corona flink tachycard in rust en we zien ook andere ECG-afwijkingen” 

Long- en hartonderzoek 

Bij patiënten die corona in de thuissituatie hebben doorgemaakt, merkt Van Lanen vooral dat zij op veel onbegrip stuiten. “Van artsen, naasten en werkgevers: als iemand milde klachten heeft gehad en er goed uitziet, lijkt het vreemd dat ze amper een voet voor de ander kunnen zetten. Neem deze klachten serieus”, adviseert de longarts. “In dat licht wil ik aan huisartsen meegeven: als je een spirometrie aanvraagt bij verdenking op COVID-19 of bij vastgestelde antistoffen, vraag dan ook een diffusiemeting aan. We zien dat vooral de longblaasjes ziek zijn bij corona. Een hartfilmpje vind ik ook geen overbodige luxe: een aantal patiënten blijkt na corona flink tachycard in rust en we zien ook andere ECG-afwijkingen. Opvallend is bovendien dat we hoestklachten, die je zou verwachten na een virale luchtweginfectie, bij mensen met COVID-19 veel minder zien dan bij griep. Komt er niks uit de onderzoeken die je aanvraagt, maar blijft iemand beroerd? Dat kán echt, we zien het vaker.” 

“Veel patiënten zijn bang dat ze hun longen beschadigen als ze beginnen met bewegen en zich benauwd gaan voelen” 

Conditie-opbouw 

Omdat er nog geen medicamenteuze behandeling is die bewezen zinvol is in het bevorderen van hersel na een COVID-infectie, zet Van Lanen samen met zijn collega’s op de nazorgpoli vooral in op erkenning, voorlichting en het aansporen tot conditie-opbouw. “Erkennen dat de klachten bestaan, is het begin van herstel. Trainen, liefst onder begeleiding van een fysiotherapeut, heeft ook aantoonbaar effect. Veel patiënten zijn bang dat ze hun longen beschadigen als ze beginnen met bewegen en zich bijvoorbeeld benauwd gaan voelen. Dat is niet zo, maar het is natuurlijk wel een begrijpelijke angst. Een fysiotherapeut kan patiënten helpen hun individuele grenzen op te zoeken en zo de conditie weer te verbeteren. Als arts op de nazorgpoli doe ik wat de fysiotherapeuten ook doen: mensen motiveren en vertrouwen geven in hun herstel.” 

, , ,
Deel dit artikel