Highlights op het gebied van MS

mm
Lennard Bonapart
Redactioneel,
10 augustus 2017

Prof. dr. Hintzen is hoogleraar MS, en hoofd van het MS-centrum ErasMS in Rotterdam. Neuroloog en ook Immunoloog. Hintzen was tijdens de EAN, die vorige maand in Amsterdam plaatsvond, voorzitter van een aantal sessies. Waaronder een sessie waarbij hij de ‘highlights’ besprak op het gebied van MS. In een interview met DOQ.nl geeft hij een toelichting.

Er zijn volgens Prof. dr. Hintzen steeds meer medicijnen die de aanvallen bij MS kunnen remmen. Hintzen: “Men weet echter nog steeds niet goed hoe de aftakeling van het zenuwstelsel plaatsvindt. Dat weet men niet bij Alzheimer, niet bij Parkinson en tevens niet bij MS. Bij MS ligt het echter wel het eenvoudigst, omdat de schade voor een groot deel afhankelijk is van de ontsteking die we steeds beter kunnen remmen. Een belangrijke kandidaat daarvoor zijn de peroxisoom-proliferator-geactiveerde receptoren (PPar).”

PPAR –gamma
Hintzen: “De gepresenteerde PPAR –gamma antagonist is een nieuw medicijn dat nog maar in fase II van het klinisch onderzoek zit. Een recente Amerikaanse studie liet daarbij effect zien, bij deze voor MS nieuwe pathway. Het is een broertje van type-2-diabetesgeneesmiddelen met een enorme invloed op het immuunsysteem. In een preliminaire trial, liet het een effect zien op de atrofie bij MS. Het is de eerste studie die op MS gericht is. Het verhaal werd al eerder op de AAN gepresenteerd, dus het is wel een ontwikkeling van dit jaar die kan leiden tot fase III onderzoek. Voor de klinische praktijk van de Nederlandse neuroloog betekent het echter nog niks. Het is niet altijd even noodzakelijk om alle congressen te bezoeken. De hele wereld verandert niet tijdens een congres, dat zou ons vak wel erg onrustig maken, en verwarrend ook voor patiënten.”

Cladribine
Een andere highlight is de introductie en beschikbaarheid van cladribine (Movectro® (in Australië/Rusland) van Merck Serono), een oud middel dat opnieuw op de markt komt. Hintzen: “Ik herinner mij dat ik in 1997 in Vancouver werkte, waar ik naar een congres in San Diego ging. Er was net een cruciale trial verricht voor cladribine bij MS, een middel dat toen zelfs al 10 jaar bestond. Het gaat om een T-celremmer. ADA-deficiëntie, is een zeldzaam immuundeficiëntie syndroom, waarbij kinderen komen te overleiden aan infecties, omdat ze geen T-celsysteem hebben. De slimme mensen van Johnson & Johnson hebben toen de pathway misbruikt, om geneesmiddelen te maken, die specifiek in dat systeem ingrijpen en de T-cellen deficiënt maken.

Je wil geen ADA-deficiëntie bij volwassenen creëren, maar zo heftig gaat het niet. Het remt echter wel de T-cellen en daarmee de ontsteking bij MS. De trial is opnieuw opgezet, omdat wij tegenwoordig beter weten hoe we effecten van geneesmiddelen kunnen meten bij MS. Zo is de inclusie van patiënten en selectie van uitkomst parameters beter dan vroeger. Destijds waren mensen tamelijk teleurgesteld dat het middel de ijskast inging, maar toen in meer detail naar de resultaten werd gekeken, werd gezien dat cladribine wel degelijk een kans had om iets bij MS te doen. Ik heb het als highlight gedaan, omdat het een middel is dat we al 20 jaar kennen, maar dat nu door de EMA goedgekeurd is. We mogen het voorschrijven in Europa. Het is tricky, want de historie leert, en ook onze kennis over de immunologie, dat immuun beïnvloeding in het algemeen hoger risico geeft op infectie en op termijn ook iets meer kans op kanker. Biologisch gesproken is dat logisch, want ons immuunsysteem is nu eenmaal ontworpen om dit soort complicaties tegen te gaan. Waar het om gaat is dat de risico’s binnen de perken blijven, zodat nadelen niet opwegen tegen voordelen. Op het congres werd gepresenteerd dat de huidige beschikbare gegevens laten zien dat er niet significant meer kankergevallen werden gezien onder cladribine.”

Neurofilament als marker
Hintzen: “Nog een highlight gaat over ‘neurofilament light’, een eiwit dat in axonen zit in hersenen en ruggenmerg. We konden het al in de liquor meten, maar nu dus ook in het bloed. Dus via een bloedtest is het wat minder invasief vast te stellen. De komende tien jaar zullen we meer over dergelijke markers horen. De marker correleert robuust met de parameters die we willen bekijken als neuroloog. We zijn al 20 jaar op zoek naar biomarkers, maar nu hebben we dus voor het eerst een hoopvolle biomarker. Dat komt voor een groot deel door de technologische ontwikkelingen. Het betreffen veelal testen die hoge laboratorium expertise vereisen. Maar ze zullen zeker geperfectioneerd gaan worden, en waar nodig versimpeld. Ik vond het veelbelovend!”

Tot slot
Er was tot slot nog een interessante sessie over ‘exosomen’. Hintzen: “Dat zijn kleine blaasjes die de cellen uitscheiden, en daar zitten potentiële biomarkers in. Dat is voor verschillende neurologische ziekten zoals ALS, MS en Alzheimer een interessante ontwikkeling. Deze exosomen kunnen veel informatie bevatten zoals micro-RNAs, die soms correleren met een ziekte, of de ziekteactiviteit. Daar is nog verschrikkelijk veel werk aan te doen. Het is een wereld apart, maar daar gaan we de komende 10 jaar meer over horen!”

Hintzen: “Los van het congres verwachten we voor dit jaar nog de resultaten van het International MS Genetics Consortium (IMSGC), waar Nederland ook in participeert. Er zijn heel veel nieuwe genen gevonden die het risico op MS verhogen. Maar daar vertel ik in een volgend interview meer over.”

Meer informatie: www.erasmusmc.nl

Auteur: Lennard Bonapart, Medisch Journalist

 

,
Deel dit artikel