DOQ

Een keuzehulp is een middel, geen doel op zich

De inzet van keuzehulpen, als hulpmiddel bij het samen beslissen, neemt een enorme vlucht. Het aantal keuzehulpen groeit, evenals het aantal ziekenhuizen dat het instrument aanbiedt. Directeur en sociaal onderneemster Regina The van ZorgKeuzeLab hoopt op nog meer draagvlak bij artsen. “Onze keuzehulpen bieden geen eenvoudige keuzes tussen a en b.”

Een keuzehulp doet precies wat het woord zegt: patiënten en hun behandelteam helpen bij kiezen. Kiezen tussen behandelingen, maar bijvoorbeeld ook kiezen om even niets te doen. Regina The, oprichtster en directeur van ZorgKeuzeLab, legt graag de nadruk op kwaliteit van zorg. “Met een keuzehulp bouw je een time-out in na het slechtnieuwsgesprek”, stelt ze. En ook: “Een keuzehulp is een middel voor artsen om een proces goed te laten verlopen, geen doel op zich.”

“Een patiënt onthoudt bij een eerste gesprek een kwart van de informatie en een deel vaak ook nog verkeerd”

Directeur en sociaal onderneemster Regina The

Ontwikkeling

The is van oorsprong industrieel ontwerper en kwam in aanraking met dilemma’s rond behandelingen door een eigen ervaring. Samen met haar partner richtte ze ZorgKeuzeLab op. Tien jaar later staat de teller op ruim dertig keuzehulpen met meer dan tachtig keuzes. De onderwerpen oncologie en chronische aandoeningen domineren. “We ontwikkelen ze in samenwerking met wetenschappelijke beroeps- en patiëntenverenigingen en testen ze uitgebreid in ziekenhuizen. We richten ons op de medisch specialistische behandelkeuzes. Ziekenhuizen kunnen een abonnement afnemen als ze de keuzehulpen willen inzetten.”

Drie stappen

De keuzehulpen bieden altijd drie stappen en ondersteunen het samen beslissen. De eerste stap is bij de diagnose, tijdens het gesprek tussen arts en patiënt. De arts gebruikt dan een uitreikvel met informatie en een voorgedrukte tekening en kan die personaliseren om de diagnose en behandelopties uit te leggen. Aan het eind van het gesprek krijgt de patiënt deze mee. The: “We weten dat een patiënt bij een eerste gesprek een kwart van de informatie onthoudt en een deel vaak ook nog verkeerd. Met het uitreikvel geeft de arts informatie en direct een uitnodiging om mee te denken en mee te beslissen.”
Thuis kan de patiënt dan inloggen op de keuzehulp en vragen beantwoorden en reageren op stellingen. “Dan rolt er een overzicht uit van wat de patiënt belangrijk vindt. Dat overzicht noemen we een gespreksstarter voor de volgende afspraak. De derde stap is dan het samen beslissen over het vervolg.”

“Artsen zeggen vaak ‘dat doe ik allang’. Maar is dat zo?”

Samen beslissen

Het onderwerp samen beslissen levert flinke discussies op in de zorg, merkt The. “Artsen zeggen vaak ‘dat doe ik allang’. Maar is dat zo? Vaak gaat het toch meer om ‘informed consent’, artsen geven informatie en vragen toestemming. Bieden ze wel opties? En ook alle opties? Wat doe je bijvoorbeeld als een patiënt een bepaalde behandeling wil, maar jouw ziekenhuis die niet biedt? Of als veel meer patiënten kiezen voor geen behandeling? Dan heb je derving van inkomsten. Dat kán op de achtergrond meespelen, het is heel complex.”
Ondanks de discussies ziet de directeur van ZorgKeuzeLab geen weg terug meer. Patiënten willen kiezen. “Het gaat voor patiënten niet altijd over maximale effectiviteit, maar ook over wat het betekent voor hun kwaliteit van leven. Daar houden we goed rekening mee. Onze keuzehulpen bieden geen eenvoudige keuzes tussen a en b, maar ondersteuning bij complexere keuzes. Er is niet altijd sprake van gelijkwaardige keuzes. Het is echt heel persoonlijk wat je als patiënt kiest.”

Cultuuromslag

De cultuuromslag naar meer samen beslissen zal zich doorzetten, voorspelt Regina The. “Patiënten zullen steeds meer vragen om andere opties. En vertellen wat zij zelf belangrijk vinden, bijvoorbeeld in de palliatieve fase. Ook ziekenhuizen zien de meerwaarde daarvan in. Vijf tot acht jaar geleden moesten we er nog hard aan trekken om in een ziekenhuis een implementatieonderzoek voor een nieuwe keuzehulp te doen. Dat is nu anders.”
Toch heeft The nog wel wensen. “Wij willen meer draagvlak creëren bij een brede groep artsen. Door onze ervaringen kan ik zeggen dat een keuzehulp uiteindelijk geen extra tijd kost. In het begin is het wel een investering, maar gaandeweg bij het kiezen en tijdens de behandeling levert het tijd op.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

De zorgverlener als verwonderaar

Steeds meer resultaten wijzen uit dat een goed contact tussen de zorgverlener, het kind en de ouders, veel leed kan voorkomen. Piet Leroy zet zich in voor pijn- en traumavrije zorg bij kinderen. “Ik spreek nooit over lastige ouders, wel over kwetsbare ouders.”

Aandacht voor sterven

Rozemarijn van Bruchem-Visser pleit voor meer aandacht voor het stervensproces van de patiënt vanuit de zorgverlener. “Het ontbreekt vaak aan kennis over de praktische aspecten. Dat maakt het lastig om het gesprek te openen voor veel zorgverleners.”

Taalbarrière en geen tolk? Geen passende zorg

“Sinds het ministerie van VWS in 2012 de subsidie voor landelijke tolkendiensten stopte zien we veel onwenselijke situaties. Zo kunnen we geen passende zorg bieden”, vertelt jeugdarts Petra de Jong. Ze zet zich in voor de campagne ‘Tolken terug in de zorg, alstublieft’.

Casus: man met veranderd defatiepatroon, krampen en borborygmi

Een man wordt gestuurd in verband met een veranderd defecatiepatroon, met krampen en borborygmi. Er is geen bloedverlies. De eetlust is normaal en er is geen gewichtsverlies. Wat is uw diagnose?

Een dokter is geen monteur

Pieter Barnhoorn pleit voor bezielde en bezielende zorg, waarbij contact met de patiënt centraal staat. Zijn visie overstijgt het traditionele biomedische model: “Waarom moet alles efficiënt en onpersoonlijk? Dat is toch niet de reden waarom mensen de zorg in gaan?”

Casus: patiënt met veel jeuk

U ziet een zestienjarige patiënte met veel jeuk en een blanco voorgeschiedenis. Patiënte krijgt een corticosteroïd van de huisarts, maar dat helpt niet. Wat is uw diagnose?

Voer een open gesprek na diagnose dementie

Judith Meijers wil standaard een open gesprek over wensen en grenzen met mensen die net de diagnose dementie hebben gekregen. “Zorgprofessionals die deze gesprekken voeren, vertelden dat ze meer voldoening uit hun werk halen.”

Casus: man met bloedverlies per anum

Een man van 67 jaar komt omdat hij helder rood bloedverlies per anum heeft. Er zijn geen andere klachten, de eetlust is goed, hij is niet afgevallen. De familie anamnese is niet bijdragend. Wat is uw diagnose?

Familie­gesprekken op de IC: zo kan het morgen beter

Artsen kunnen familieleden van IC-patiënten beter betrekken als ze inspelen op hun wensen, concludeerde Aranka Akkermans. Hiervoor geeft ze concrete handvatten. “Artsen vullen intuïtief zelf in hoe de naasten betrokken willen worden.”

‘Practice what you preach’

Huisarts Chris Otten geeft praktische tips om leefstijl en preventie meer aandacht in de spreekkamer te geven. Wat werkt en wat beslist niet? “Ik máák tijd voor een leefstijlgesprek. Desnoods laat ik er mijn spreekuur voor uitlopen.”