DOQ

Eerder het mes erin is beter bij chronische pancrea­titis

Patiënten met chronische pancreatitis en een gedilateerde ductus pancreaticus zijn op de korte én lange termijn beter af met een vroege chirurgische behandeling dan met chirurgie als laatste redmiddel na pijnmedicatie en endoscopische ingrepen. Dat concluderen Yama Issa, chirurg (fellow) in het LUMC, en collega-onderzoekers op basis van de ESCAPE-studie.

Van oudsher worden patiënten met chronische pancreatitis en een gedilateerde ductus pancreaticus stapsgewijs behandeld. “Die behandeling begint met leefstijlaanpassingen en pijnbestrijding met opiaten”, vertelt Yama Issa. “Levert dat onvoldoende verlichting op, dan kan de MDL-arts middels endoscopie de vernauwing van de ductus verminderen door een stent te plaatsen en eventueel aanwezige galstenen die de ductus blokkeren te verwijderen. Chirurgisch ingrijpen middels een zogeheten pancreaticojejunostomie wordt vanwege de zwaarte van de operatie gezien als laatste redmiddel.”

“Late chirurgie lijkt veel minder effectief in het verminderen van de pijnklachten”

Chirurg (fellow) Yama Issa

Gerandomiseerde studie

Echter, bij de stapsgewijze aanpak belandt na verloop van tijd zo’n driekwart van de patiënten uiteindelijk toch nog op de operatietafel. “Uitkomsten van eerdere studies suggereren dat zo’n late chirurgie veel minder effectief is in het verminderen van de pijnklachten dan het vroegtijdig inzetten van de chirurgische ingreep. De hypothese is dat de langdurige behandeling met hoge doses opioïden en opeenvolgende endoscopische ingrepen dan al heeft geleid tot centrale sensitisatie en hyperalgesie waardoor de chirurgie veel minder verlichting geeft”, verklaart Issa. Het doel van de ESCAPE-studie was in een keurige, gerandomiseerde studie de timing en effectiviteit van de stapsgewijze aanpak en de vroege chirurgische behandeling met elkaar te vergelijken.

“Vroege chirurgie leidde bij meer patiënten tot compleet pijnvrij zijn”

Vroege chirurgie superieur

Zo gezegd, zo gedaan: met financiering van ZonMw en het MDL Fonds startte in 2011 de ESCAPE-studie. Hierin zijn 88 patiënten met een pijnlijke, chronische pancreatitis en een verwijde ductus pancreaticus die maximaal twee maanden opioïden hadden gebruikt gerandomiseerd naar stapsgewijze behandeling of vroege chirurgie. In 2020 kwamen de eerste resultaten beschikbaar. Issa: “Na gemiddeld achttien maanden follow-up meldden de patiënten in de vroege chirurgiegroep statistisch significant minder pijnklachten – gemeten met de zogeheten Izbicki-pijnscore – dan de patiënten die de stapsgewijze behandeling hadden ondergaan. Vroege chirurgie leidde ook bij meer patiënten tot compleet pijnvrij zijn en tot minder vervolgingrepen dan de stapsgewijze aanpak.”

Lange termijn

Een follow-upduur van achttien maanden is bij een ziekte die bekendstaat om de telkens terugkerende pijn (bij de stapsgewijze aanpak) echter niet lang genoeg om voldoende overtuigend bewijs te leveren. Issa: “Daarom hebben we de patiënten langer gevolgd. Bovendien zagen we na achttien maanden dat bij een deel van de patiënten, namelijk patiënten bij wie na de endoscopie de ductus helemaal ‘schoon’ was, een vergelijkbare pijnscore als bij de patiënten bij wie vroege chirurgie was uitgevoerd. We wilden graag weten of dat op de lange termijn zo zou blijven.”

Ook uit de onlangs gepubliceerde langetermijnuitkomsten – na gemiddeld acht jaar follow-up – blijkt dat vroege chirurgie superieur is aan de stapsgewijze aanpak wat betreft het (langdurig) verminderen van de pijnscore en het bereiken van een pijnvrije situatie. Ook ten aanzien van de noodzaak van nieuwe ingrepen scoort de vroege chirurgie nog steeds beter. “Van de groep waarbij de stapsgewijze aanpak werd gehanteerd, had na acht jaar inmiddels 50% ook chirurgie ondergaan. Waarbij het effect van de chirurgie op de afname van de pijnscore minder sterk was dan bij het vroeg toepassen van de chirurgie. En na acht jaar was ook het voordeel verdwenen in de pijnscore bij de patiënten bij wie de ductus na een endoscopische ingreep ‘schoon’ was.”

“Het is belangrijk alle patiënten te bespreken in een multidisciplinair overleg”

Multidisciplinair overleg

Kortom, volgens Issa zouden patiënten met chronische pancreatitis vanaf nu in principe in aanmerking moeten kunnen komen voor vroege chirurgie. “Het is belangrijk alle patiënten met chronische pancreatitis te bespreken in een multidisciplinair overleg met chirurgen, MDL-artsen, radiologen en pijnspecialisten en – indien ze in aanmerking komen voor vroege chirurgie – hen door te sturen naar een centrum dat gespecialiseerd is in deze operatie.”

Referenties:

1. Issa Y, Kempeneers MA, Bruno MJ, et al. Effect of early surgery vs endoscopy-first approach on pain in patients with chronic pancreatitis: the ESCAPE randomized clinical trial. JAMA. 2020; 323: 237-247.
2. Van Veldhuisen CL, Kempeneers MA, De Rijk FEM, et al. Long-term outcomes of early surgery vs endoscopy first in chronic pancreatitis. Follow-up analysis of the ESCAPE randomized clinical trial. JAMA Surg. 2024: e245182.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: oudere dame met opvallende moedervlek

Een 75-jarige dame komt op uw spreekuur om een nieuw ontstane, opvallende moedervlek op het bovenbeen te laten onderzoeken. Ze heeft er geen last van, maar vraagt zich af of het kwaad kan. Wat is uw diagnose?

Morele stress te lijf gaan door in actie te komen

In haar boek De dappere dokter behandelt huisarts, coach en auteur Marga Gooren morele en emotionele stress in het dokterschap. Ze biedt ook handvatten en oefeningen om daar iets aan te doen. “Mijn boodschap is dat je wél in actie kunt komen.”

Veilige zorg begint met begrijpelijke communicatie

Voor passende zorg is het overbruggen van taalbarrières essentieel. Hoe je dat doet, is te vinden in de nieuwe richtlijn ‘Omgaan met taalbarrières in de zorg en het sociaal domein’. Jako Burgers: “Als communicatie hapert, kan de zorg onveilig worden.”

‘We kunnen in de reguliere zorg veel leren van de asielzoekerszorg’

Huisarts Floris Braat draait spreekuur in diverse asielzoekerscentra in de regio Utrecht en in Ter Apel. Hij heeft een grote affiniteit met de doelgroep. "Ik wilde iets doen met vluchtelingen, me bezighouden met verschillende culturen die ieder hun eigen gezondheidsvraagstukken kennen."

‘Preventie is geen nice to know, maar need to know’

Een projectteam van het UMC Utrecht heeft een routekaart gemaakt naar toekomstbestendig onderwijs waarin preventie structureel is ingebed. Aan het hoofd van dit project stond senior docent Anna Kersten. Zij licht de routekaart toe.

De IC overleefd, maar met welke kwaliteit van leven?

Na een IC-opname kan iemand nog langdurig klachten hebben. Deze klachten hebben een grote impact op diens kwaliteit van leven. Arts in opleiding tot anesthesioloog Lucy Porter (Radboudumc) onderzocht of kan worden voorspeld wat de kwaliteit van leven na de IC is.

Casus: man met erectieproblemen na radicale prostatectomie

Een 58-jarige man heeft negen maanden geleden een radicale prostatectomie ondergaan vanwege een gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Sindsdien heet hij ernstige erectieproblemen, waardoor hij gefrustreerd is en vermijdingsgedrag vertoont in de relatie met zijn vrouw. Wat is uw beleid?

Hoe dramaseries artsen kunnen helpen bij morele keuzes

Drie afleveringen van House M.D. of Dexter op een avond kijken, puur voor de ontspanning? Voor zorgprofessionals kan het ook leerzaam zijn. Mediawetenschapper Merel van Ommen onderzocht hoe dramaseries artsen kunnen helpen om beter om te gaan met moreel ingewikkelde situaties.

Onderliggend denkpatroon stuurt voorschrijver bij geneesmiddel­keuze

Het voorschrijven van geneesmiddelen is een afweging tussen richtlijnen, ervaring en patiëntkenmerken. Indeling in vier voorschrijversprofielen geeft inzicht in de eigen afwegingen. “En het helpt te begrijpen waarom een collega een andere beslissing neemt.” aldus Mariëlle Hartjes.

‘Medicatiebeleid in de laatste levensfase kan beter’

6 op de 10 patiënten in de palliatieve fase krijgt door de huisarts medicatie voorgeschreven die niet langer passend is. Dat blijkt uit een onlangs verschenen factsheet van Nivel en PZNL. “We moeten voorschrijfgewoonten kritisch onder de loep nemen”, zegt Yvonne de Man, senior onderzoeker bij Nivel.