Erg of niet? Huisarts behandelt man anders dan vrouw, ondanks gelijke klachten

mm
Frank van Wijck
Redactioneel,
26 november 2021

Aranka Ballering onderzocht recent of mannen bij de huisarts andere behandelingen en onderzoeken krijgen dan vrouwen bij veelvoorkomende gezondheidsklachten. Die verschillen bestaan inderdaad. Maar de vraag of dat een probleem is, laat zich niet eenvoudig beantwoorden. “Vrouwen krijgen minder vaak een lichamelijk onderzoek dan mannen, worden minder vaak verwezen naar het ziekenhuis en krijgen juist vaker een laboratoriumonderzoek.”

In haar promotieonderzoek (UMC Groningen) keek Aranka Ballering niet alleen naar de biologische verschillen tussen mannen en vrouwen en hoe die verband houden met lichamelijke klachten. Ze keek ook naar de sociale verschillen tussen mannen en vrouwen, naar gender dus. “Ik wilde een zuivere vraagstelling”, vertelt ze, “namelijk: is er verschil en als dat er is, wat betekent dat dan? Geen waardeoordeel dus, want die verschillen kunnen ook terecht zijn.”

Onderzoeker Aranka Ballering

Behandeling door huisarts

Ballerings onderzoek werd deels mogelijk gemaakt doordat ze kon beschikken over de data uit het FaMe-net registratienetwerk van huisartsen, waarin geanonimiseerd alle registratiegegevens opgeslagen liggen van meer dan 32 duizend patiënten. De data geven een exact beeld van de klachten waarmee mannen en vrouwen zich bij de huisarts melden en de behandeling die ze daarvoor krijgen. “De data laten duidelijke verschillen zien”, vertelt Ballering. “Vrouwen krijgen minder vaak een lichamelijk onderzoek dan mannen. Ze worden minder vaak verwezen naar het ziekenhuis en krijgen juist vaker een laboratoriumonderzoek. Deze verschillen dragen bij aan het feit dat de klachten van vrouwen minder vaak verklaard worden.”

“Mannen melden zich minder vaak en snel bij de huisarts dan vrouwen. Waardoor de huisarts bij een vrouw kan voorstellen het nog even aan te kijken en bij een man om meteen iets te doen”

Geen goed of fout

Inderdaad duidelijke verschillen dus, maar de vraag hoe die moeten worden geïnterpreteerd vindt Ballering moeilijk te beantwoorden. “Het is niet zomaar te zeggen of die verschillen wel of niet terecht zijn”, zegt ze. “We zien ook als een huisarts een diagnostische interventie doet bij vrouwen, dat daar minder vaak iets uitkomt dan bij mannen. Op basis daarvan kun je dus stellen dat het begrijpelijk is als een huisarts op grond van zijn ervaring op dit gebied bij vrouwen minder vaak voor een diagnostische interventie kiest. Je kunt dan niet zomaar zeggen dat dit een slechte keuze is of dat vrouwen hiermee worden benadeeld. De huisarts kent de patiënt en diens leefomstandigheden, daarmee kan hij in zijn advies en behandeling ook rekening houden. Verder hebben de verschillen wellicht te maken met het feit dat mannen zich minder vaak en snel melden bij de huisarts dan vrouwen. Dat kan ook een reden zijn waarom de huisarts bij de vrouw voorstelt het nog even aan te kijken en bij de man om meteen iets te doen.”

“Misschien worden mannen nu wel overgediagnosticeerd en vrouwen juist niet”

Vrouw-sensitieve interventies

De stelling dat het bestaan van man-vrouwverschillen in de huisartspraktijk bij veel voorkomende gezondheidsklachten de schuld van de huisarts is, gaat dus niet op. “Vergeet hierbij niet dat de huisarts is opgeleid in een systeem waarin het vrouwelijk lichaam veel minder op de voorgrond staat”, zegt ze. “Dit geldt niet alleen in het curriculum, maar ook in wetenschappelijk onderzoek. Maar het juiste antwoord hierop is niet zomaar meer diagnostische interventies doen bij vrouwen of meer vrouwen naar het ziekenhuis verwijzen. Misschien worden mannen nu wel overgediagnosticeerd. Diagnostische interventies meer vrouw-sensitief maken zou wel een interessante optie kunnen zijn. Vervolgonderzoek naar de vraag of diagnostisch onderzoek nu wel voldoende vrouw-sensitief is, is dan interessant. Uiteindelijk moet diagnostisch onderzoek voor zowel mannen als vrouwen adequaat zijn.”

Bewustwording

De vraag wat huisartsen nu al kunnen met de bevindingen uit Ballerings onderzoek, vindt zij lastig te beantwoorden. “Ik ben onderzoeker, ik behandel geen patiënten”, zegt ze. “Ik voel me dus niet bekwaam hier iets over te zeggen. De resultaten uit mijn onderzoek zouden in mijn optiek vooral moeten leiden tot meer bewustwording over man-vrouwverschillen in de zorg. Dit sluit ook aan bij de toch al groeiende specifieke aandacht voor het vrouwenlichaam van bijvoorbeeld cardiologen Angela Maas en Janneke Wittekoek. Maar het wordt al snel politiek gemaakt. Er wordt snel uitgegaan van ongelijkheid, terwijl er ook gewoon sprake kan zijn van verschillen. Dat is natuurlijk niet hetzelfde.”

“Je zal de geconstateerde verschillen wel hebben gevonden omdat je zelf vrouw bent”

Sexy, maar beladen

Het onderzoek heeft Ballering aardig wat media-aandacht opgeleverd. “Het is een beladen maar ook wel sexy onderwerp”, zegt ze, “iedereen is hierin geïnteresseerd. Weerstand heb ik eigenlijk nog niet ondervonden. Hooguit een enkele keer de opmerking dat ik de geconstateerde verschillen wel zal hebben gevonden omdat ik zelf vrouw ben. Als ik dan aan zo iemand vraag of diegene mijn onderzoeksopzet in twijfel trek, is het snel stil.”

Interesse in de tweede lijn

Ballering blijft de komende twee jaar onderzoek doen naar man-vrouwverschillen in veel voorkomende gezondheidsklachten. “Ik wil graag onderzoeken of ik de verschillen die ik in de eerstelijns zorg heb vastgesteld zich ook voordoen in de tweedelijns zorg”, zegt ze. “Maar dit idee moet nog wel in een vorm worden gegoten. Ik weet wel dat er data zijn van de academische ziekenhuizen, maar ik weet nog niet of die net zo rijk zijn als de data van de huisartsen waarover ik kon beschikken.”

, , ,
Deel dit artikel