DOQ

Evolocumab effectief bij kinderen met heterozygote familiaire hypercholesterolemie

Het toevoegen van de PCSK9-remmer evolocumab aan de standaardtherapie resulteert in een aanvullende verlaging van het LDL-cholesterolgehalte en van andere lipidenvariabelen bij pediatrische patiënten met heterozygote familiaire hypercholesterolemie (FH). Deze resultaten van de HAUSER-RCT verschenen in NEJM.

FH is een genetische aandoening waarbij vanaf de geboorte het LDL-cholesterolgehalte verhoogd is, wat resulteert in een toegenomen risico op vroegtijdige atherosclerose hart- en vaatziekten (HVZ). De prevalentie van heterozygote FH is naar schatting één op de 250 personen in de algemene bevolking. Daarmee is heterozygote FH de meest voorkomende monogene aandoening en een belangrijke erfelijke oorzaak van atherosclerotische HVZ.

(bron foto iStock)

Veroorzakende mutaties

FH wordt veroorzaakt door mutaties in genen die coderen voor eiwitten die betrokken zijn bij de klaring van LDL-deeltjes. Bij > 90% van de patiënten met genetisch bevestigde FH zijn mutaties in het gen dat codeert voor de LDL-receptor (LDLR) aanwezig. Daarnaast kan FH veroorzaakt worden door mutaties in genen die coderen voor apolipoproteïne B (APOB), proproteïne convertase subtilisine-kexine type 9 (PCSK9) of LDL-receptoradapterproteïne 1 (LDLRAP1).

Daarentegen hebben mensen met natuurlijk voorkomende PCSK9-varianten met functieverlies vanaf hun geboorte lage LDL-cholesterolwaarden en als volwassene minder kans op atherosclerotische HVZ.

Behandeling van FH

Er is steeds meer bewijs dat bij FH-patiënten de atherosclerotische veranderingen vroeg in het leven beginnen en dat het voor de preventie van atherosclerotische HVZ belangrijk kan zijn om reeds in de kindertijd te starten met een cholesterolverlagende behandeling.

Statines zijn de standaardbehandeling bij pediatrische patiënten met FH. Daaraan kan ezetimibe toegevoegd worden. In de richtlijnen wordt geadviseerd om de behandeling van heterozygote FH op de leeftijd van 8-10 jaar te beginnen. Ondanks een adequate behandeling bereiken sommige FH-patiënten niet de door de richtlijn aanbevolen LDL-cholesterolwaarden.

PCSK9-remming

Evolocumab, een volledig menselijk monoklonaal antilichaam gericht tegen PCSK9, voorkómt dat de LDL-receptor wordt gedegradeerd door PCSK9. Daardoor neemt de beschikbaarheid van de LDL-receptor toe en dientengevolge neemt het LDL-cholesterolgehalte bij volwassenen tot 60% af. 

Evolocumab is aanvankelijk goedgekeurd om bij volwassenen met hyperlipidemie, waaronder FH, het LDL-cholesterolgehate te verminderen en vervolgens om het risico op hartinfarcten, beroertes en revascularisaties bij volwassenen met atherosclerotische HVZ te verminderen. De effecten bij pediatrische patiënten met heterozygote FH zijn niet bekend.

HAUSER-RCT

In de gerandomiseerde placebogecontroleerde fase III HAUSER-RCT zijn de werkzaamheid en veiligheid van evolocumab beoordeeld als aanvulling een adequate statinebehandeling met of zonder ezetimibe bij 157 pediatrische patiënten (10-17 jaar) met heterozygote FH bij wie de streefwaarde voor het LDL-cholesterolgehalte niet bereikt werd. Ze hadden gedurende ≥ 4 weken voorafgaand aan screening een stabiele lipidenverlagende behandeling gekregen en hadden in die periode een LDL-cholesterolgehalte van ≥ 3,4 mmol/l en een triglyceridengehalte van ≤ 4,5 mmol/l. Ze kregen willekeurig maandelijkse subcutane injecties van evolocumab (420 mg) of placebo. 

In week 24 was de gemiddelde procentuele verandering ten opzichte van baseline in LDL-cholesterol -44,5% in de evolocumab-groep en -6,2% in de placebogroep (p < 0,001). De absolute verandering in het LDL-cholesterolgehalte was -2,0 mmol/l in de evolocumab-groep en -0,2 mmol/l in de placebogroep (p < 0,001).

Secundaire eindpunten en bijwerkingen

De belangrijkste secundaire eindpunten waren de gemiddelde procentuele verandering in LDL-cholesterolgehalte vanaf baseline tot week 22 en 24 en de absolute verandering in LDL-cholesterolniveau vanaf baseline tot week 24. De resultaten voor al deze lipidenvariabelen waren significant beter bij behandeling met evolocumab dan met placebo.

De incidentie van adverse events die optraden tijdens de behandelperiode, was vergelijkbaar in de evolocumab- en placebogroep.

Aanvullende LDL-reductie

Deze trial toonde dat een 24 weken durende maandelijkse behandeling met evolocumab resulteert in een substantiële LDL-cholesterolverlaging bij pediatrische patiënten met heterozygote FH.


Referentie: Santos RD, Ruzza A, Hovingh GK, et al. Evolocumab in Pediatric Heterozygous Familial Hypercholesterolemia. N Engl J Med 2020; 383:1317-1327. DOI: 10.1056/NEJMoa2019910. 

https://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMoa2019910?query=featured_home

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘In Bloesem werken onderzoekers uit de wijk en van de universiteit nauw samen’

Onderzoek in aandachtswijken is vaak complex, mede doordat bewoners amper worden bereikt. In project Bloesem in de Haagse wijk Moerwijk doen ze het anders, vertelt Nienke Slagboom. “Hier maken bewoners zelf deel uit van het onderzoeksteam.”

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?

Als de arts nep blijkt: medische misleiding met deepfakes

Steeds vaker duiken deepfakevideo’s op waarin artsen medicijnen aanprijzen. Leonie Hulstein noemt dit een zorgwekkende ontwikkeling. “Dit gaat over gezondheid. Dat maakt het gevaarlijker dan andere vormen van nepcontent.”

Medicatie belangrijke oorzaak van bezoek aan de spoedeisende hulp

Bij 17% van de SEH-bezoeken zonder opname speelt medicatie een rol, en meer dan een derde daarvan is vermijdbaar, zo vertelt Rehana Rahman. “De herkenning van deze bezoeken zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken op de SEH.”

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?

‘Leren reanimeren doe je altijd voor een ander, nooit voor jezelf’

Burgerhulpverleners starten in Nederland het merendeel van de reanimaties bij een hartstilstand, maar hun aantal is nog onvoldoende. Leonie van der Leest: “Zorgverleners kunnen mensen hierop attenderen: leer reanimeren, je redt er mensenlevens mee.”

Rechtvaardigheid als kompas voor medisch onderzoek

Wie profiteert van medische innovaties? Wie kan meedoen aan onderzoek en wie blijft buiten beeld? Rieke van der Graaf onderzoekt hoe medisch onderzoek zo kan worden ingericht dat het niet alleen vooruitgang oplevert, maar ook rechtvaardig is.

‘Houd het gesprek over cannabis­gebruik bij medische klachten open’

Veel patiënten gebruiken cannabis bij medische klachten, maar halen dit niet via de apotheek. Pieter Oomen vertelt over de barrières die ervaren worden en doet enkele aanbevelingen. “Een van de barrières is het stigma dat bij artsen vaak nog leeft rond cannabis.”

Wanneer klachten eigenlijk een zingeving­svraag zijn

Huisarts Richard Hoofs ziet in zijn praktijk regelmatig mensen bij wie medische verklaringen ontbreken, maar het lijden duidelijk aanwezig is. Volgens hem ligt onder die klachten vaak een vraag die in de spreekkamer nog weinig gesteld wordt: waar leef je eigenlijk voor?

AI-model voor SEH werkt goed, maar wordt niet gebruikt

AI kan op de SEH goed voorspellen welke patiënten een hoog sterfterisico hebben. Toch ondervonden Paul van Dam en William van Doorn dat artsen de voorspelling nauwelijks gebruiken. “We moeten leren om AI-modellen te ontwerpen die beter zijn afgestemd op de gebruikers.”