Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
‘Familiaire screening op melanomen moet vaker’
De gedachte is heel logisch: als iemand een melanoom heeft, lopen zijn of haar familieleden een hoger risico om ook melanoom te ontwikkelen dan de algemene bevolking. Dermatoloog Emõke Rácz van het UMC Groningen deed onderzoek dat opnieuw het belang van familiaire screening op deze vorm van huidkanker benadrukt. “Familiaire screening op melanomen kan zelfs preventief werken.”
Rácz werkt sinds 2014 als dermatoloog in het UMC Groningen, na haar opleiding in het Erasmus MC in Rotterdam. Tijdens haar opleiding lag het accent vooral op de dermato-oncologie. Bij haar overstap naar Groningen wilde ze dit aandachtsgebied verder uitbouwen. “Toen ik hier aankwam, zag ik dat het onderwerp ‘familiair melanoom’ al stevig op poten stond. Er was een speciaal spreekuur, een actuele lijst van patiënten die op dit spreekuur kwamen en regelmatig overleg met de klinisch geneticus. Deze werkwijze was ik niet gewend vanuit het Erasmus MC. Tegelijkertijd hadden we weinig zicht op wat deze aanpak precies opleverde.”

“Screenen van familieleden kan melanoom voorkomen of eerder aanpakken”
Dermatoloog Emõke Rácz
Te weinig screening
Familiair onderzoek naar melanomen is belangrijk, legt Rácz uit. “In Nederland screenen we mensen niet routinematig op melanoom. We zien ze meestal pas als ze een melanoom hebben ontwikkeld of een hiervoor verdachte plek hebben. Als er in een familie meerdere mensen met een melanoom zijn, is het belangrijk dat familieleden die nog geen melanoom of verdachte plek hebben, ook worden gezien. Zij lopen namelijk een hoger risico. Het uitvragen van de familieanamnese is daarom belangrijk. Dit staat tegenwoordig ook in de Nederlandse melanomenrichtlijn, maar ik zie dat die niet overal in Nederland goed wordt toegepast. Vandaar dat dit onderzoek nodig is: ik wil er vooral dermatologen nogmaals op wijzen dat screenen van familieleden melanoom kan voorkomen of eerder aanpakken.”
Twee groepen
Familieleden van mensen bij wie een melanoom is gevonden, kunnen zich laten screenen en zo nodig staan zij de rest van hun leven onder controle bij de dermatoloog. “Deze groep is onder te verdelen in twee subgroepen: erfelijk melanoom en familiair melanoom. De eerste groep bestaat uit mensen van wie familieleden drager zijn van een mutatie van een aan melanoom gerelateerd gen, waardoor zij zelf ook risico lopen op het ontwikkelen van melanoom. De tweede groep, van familiair melanoom, zijn mensen zonder genetische mutatie bij wie in de directe nabijheid meerdere eerstegraadsfamilieleden melanoom hebben. Ook zij moeten levenslang worden gecontroleerd door een dermatoloog.”
“Een schokkende uitkomst, maar niet zozeer nieuw”
Controle
Aan de hand van de patiëntlijst van het UMC Groningen wilde Rácz beter begrijpen hoe de familiegeschiedenis samenhangt met het risico op melanoom. Samen met een groep geneeskundestudenten, en later met een promovendus van de afdeling Chirurgische oncologie, zette ze een onderzoek op en zo ontstond een controleprogramma van volwassenen die tussen 1995 en 2017 zijn onderzocht op melanoom. De deelnemers werden volgens de Nederlandse richtlijnen ingedeeld in verschillende risicogroepen op basis van erfelijkheid en familiegeschiedenis. Tijdens de controleperiode keken de onderzoekers hoe vaak melanoom voorkwam, hoe dit risico zich verhoudt tot het risico in de algemene bevolking en hoe de risico’s verschilden tussen de verschillende groepen.
Resultaten
In totaal deden 224 mensen mee aan het onderzoek. De gemiddelde leeftijd was bijna 45 jaar. Ongeveer 57 procent was vrouw. Na gemiddeld 5,6 jaar controle kregen 38 mensen (17 procent) in totaal 61 melanomen. “Het risico op melanoom was veel hoger dan bij de gemiddelde bevolking. Wel 40 tot 110 keer hoger”, vat Rácz de belangrijkste conclusie samen. “Een schokkende uitkomst, maar niet zozeer nieuw. Natuurlijk vind je bij mensen die je screent meer melanomen dan in de algemene bevolking, maar deze resultaten benadrukken nogmaals het belang van het goed uitvragen van familiaire anamnese. Dáár was het mij om te doen.”
Johan van Leipsig
