Financiële aspecten van een praktijkruimte

mm
Frits Stünkel
Redactioneel,
6 november 2019

Voor uw praktijk hebt u praktijkruimte nodig. In dit artikel bespreken we de verschillende financiële aspecten die komen kijken bij een praktijkruimte in een gehuurd pand of in een pand dat u zelf bezit. Maar we bespreken ook de financiële gevolgen van een praktijkruimte in een pand dat u helemaal voor uw eigen praktijk gebruikt, of in een pand waarin u zowel woont als werkt.

Als u uw praktijk in een eigen pand vestigt, moet u bepalen of de bedrijfsruimte tot het ondernemingsvermogen of tot uw privévermogen hoort. Soms kunt u zelf een keus maken. Het kan ook zijn dat u uw pand bouwkundig of administratief moet splitsen in een privégedeelte en een ondernemingsgedeelte. Koopt u een pand voor uw praktijk, dan krijgt u te maken met rechten en verplichtingen voor de inkomstenbelasting, (soms de btw) en de overdrachtsbelasting.

Kosten die u voor de praktijkruimte maakt, kunt u aftrekken van de opbrengsten van de praktijk. Welke kosten aftrekbaar zijn, is afhankelijk van de situatie.

U huurt een pand dat u helemaal voor uw praktijk gebruikt
Als u praktijkruimte huurt, kunt u alle kosten die u voor de praktijkruimte maakt, aftrekken van de opbrengsten van uw praktijk. Tot deze kosten horen onder meer:
– de huur;
– de energiekosten, verzekeringskosten, schoonmaakkosten en dergelijke;
– de inrichtingskosten, zoals vloerbedekking, behang, bureau(s) et cetera (over deze kosten moet u mogelijk afschrijven).

U hebt een huurwoning en u gebruikt een deel ervan voor uw praktijk
Voor de aftrek van kosten van een werkruimte gelden speciale regels. Als u een pand huurt voor bewoning, wilt u misschien een deel ervan voor uw praktijk gaan gebruiken. U richt een klein gedeelte, bijvoorbeeld een kamer, in als praktijkruimte. Of u gaat de garage gebruiken als behandelruimte. Het deel van de woning dat u voor de onderneming gebruikt, is voor de inkomstenbelasting werkruimte. Gebruikt u een werkruimte in uw woning voor uw onderneming? Dan kunt u in een zeer beperkt aantal gevallen in aanmerking komen voor kostenaftrek.

Als het pand waarin de praktijk is gevestigd, uw eigendom is. Is het dan privépand of praktijkpand?
Als u uw praktijk vestigt in een pand dat uw eigendom is, moet u voor de inkomstenbelasting altijd vaststellen of dat pand een privépand of een praktijkpand is. Dat heeft gevolgen voor de lange termijn.

Stel dat het pand tot het vermogen van uw praktijk hoort en dat het in waarde stijgt. Die waardestijging is dan winst van uw onderneming. En over die winst moet u te zijner tijd belasting betalen. De waarde van een pand dat u privé in eigendom hebt, moet u per jaar opgeven als vermogen in Box 3 voor de inkomstenbelasting.
Omgekeerd: onderhouds- en verbouwingskosten zijn aftrekbaar als het pand van uw praktijk is, maar niet als het pand van u privé is.
Van belang is dus: weegt de verwachte waardestijging van het pand op tegen de verwachte kosten? Gebruikt u het pand helemaal voor uw praktijk, dan bent u verplicht het pand in te brengen in uw ondernemingsvermogen. De waarde van het hele pand moet u dan op de balans van uw praktijk zetten.

Afschrijving praktijkpand
Over het deel van een eigen pand dat u voor uw praktijk gebruikt, schrijft u af. Gebruikt u het hele pand voor uw praktijk, dan kunt u dus over het hele pand afschrijven. De afschrijving op gebouwen wijkt af van de afschrijving op andere bedrijfsmiddelen.

Uitgangspunten voor het bepalen van de afschrijving:
− De hoogte van de afschrijving hangt af van de gebruiksduur van het pand. Meestal is de gebruiksduur van een pand 30 tot 50 jaar;
− U moet rekening houden met een restwaarde van het pand. Dit is de waarde die het pand heeft aan het einde van de gebruiksduur;
− U mag niet afschrijven over grond;

U schrijft af over de aanschafwaarde van het pand. Dit is de koopsom inclusief de aankoopkosten van het pand. De aankoopkosten zijn bijvoorbeeld: notariskosten, makelaarskosten en overdrachtsbelasting.

Hoogte van de afschrijving berekenen
De hoogte van de afschrijving berekent u als volgt. De aanschafwaarde van (het ondernemingsgedeelte van) het pand (= A) vermindert u met (een evenredig deel van) de waarde van de grond, die bij het pand hoort (= G). Verder houdt u rekening met de restwaarde van het pand (= R) en de gebruiksduur (stel: 50 jaar).

De hoogte van de afschrijving per jaar is A – R – G x 2%. De toepassing van de jaarlijkse afschrijving op het pand is alleen mogelijk als:
− de boekwaarde van het pand hoger is dan 50% van de WOZ-waarde (= bodemwaarde);
− de jaarlijkse afschrijving over uw pand niet groter is dan het verschil tussen de boekwaarde en bodemwaarde.

Wat is de bodemwaarde?
U mag niet meer afschrijven wanneer de bodemwaarde van het pand is bereikt. Het begrip bodemwaarde is een fiscaal begrip. Het heeft niets te maken met de waarde van de grond. Het is ook niet hetzelfde als de restwaarde. Voor gebouwen die u verhuurt), geldt de WOZ-waarde als bodemwaarde.Voor gebouwen in eigen gebruik is de bodemwaarde 50% van de WOZ-waarde. Voor het juist berekenen van de afschrijving hebt u dus nodig: de aanschafwaarde, de restwaarde, de boekwaarde en de bodemwaarde.

U hebt een praktijkpand in eigendom en u gebruikt het uitsluitend voor uw praktijk
Als u een eigen pand hebt dat u helemaal voor uw praktijk gebruikt, dan bent u verplicht het pand in het ondernemingsvermogen in te brengen. De waarde van het hele pand moet dan op de balans van uw praktijk komen te staan. Over het pand schrijft u af. Daarbij gelden de uitgangspunten die hiervoor zijn behandeld.

Kostenaftrek:
Kosten van een eigen pand dat u geheel als praktijkruimte gebruikt, kunt u aftrekken van de opbrengsten van uw praktijk. Tot deze kosten horen onder meer:
– de energiekosten, verzekeringskosten, schoonmaakkosten en dergelijke
– de inrichtingskosten, zoals vloerbedekking, behang, bureau(s) en etc. (over deze kosten moet u mogelijk afschrijven)


Tip!
Investeringsaftrek: De aankoop van praktijkruimte is een investering. Daarom hebt u mogelijk recht op investeringsaftrek als u een pand koopt om er uw praktijk in onder te brengen. Koopt u een pand en brengt u maar een deel ervan in uw ondernemingsvermogen in, dan hebt u alleen voor dat deel recht op investeringsaftrek. Voor de grond waar het pand op staat, hebt u nooit recht op investeringsaftrek. Woonhuizen zijn uitgesloten van investeringsaftrek.

Zie ook: https://www.doq.nl/zorgondernemers-investeringsaftrek/


van helder accountancy voor de zorg

Van helder accountancy, belastingadvies en consultancy voor de zorg heeft de uiterste zorg besteed aan de totstandkoming van deze uitgave. Voor informatie die nochtans onvolledig of onjuist is opgenomen, aanvaardt Van helder geen enkele aansprakelijkheid. Voor eventuele verbeteringen van de opgenomen gegevens houdt zij zich aanbevolen.

,
Deel dit artikel