Frustraties in je werk als arts? De shit uit je verleden is de mest voor je toekomst

mm
redactie
Redactioneel,
30 april 2021

Artsen kunnen juíst door te kijken naar wat hen in het verleden heeft gefrustreerd of waardoor ze zijn geraakt, inzicht krijgen in wat voor hen van belang is. Als je als arts emotioneel betrokken bent, vraag je dan af wat dat betekent en waar je behoefte aan hebt, om op die manier voor jezelf te zorgen.

Voorheen vond ik het soms lastig om in gesprek te gaan met het type veeleisende betweterige patiënt die zelf al heeft bedacht wat er moet gebeuren. Een dergelijke patiënt weet bijvoorbeeld zeker dat er per se zo spoedig mogelijk operatie X of Y moet worden verricht omdat alle klachten dan als sneeuw voor de zon zullen verdwijnen. Omdat ik dan zelf geen ruimte in het gesprek krijg en niet altijd van hetzelfde overtuigd was, raakte ik gefrustreerd. Niet de patiënt, maar ikzelf had dus een probleem!

Kun jij een situatie bedenken waarin jij gefrustreerd raakt? Waar heb jij je mateloos aan geërgerd afgelopen maand? En wat zegt dat over jou? Door jezelf deze vragen te stellen kun je ontdekken wat voor jou van waarde is. In mijn geval kwam ik erachter dat ik die situatie lastig vind, omdat ik geen ruimte ervaar om uit te leggen hoe ik denk dat de klachten veroorzaakt worden, en wat er eventueel aan gedaan kan worden.

Auteur van het boek ‘Zelfzorg voor de jonge dokter‘: dr. Froukje Verdam – KNO-arts, coach en
eigenaar van het bedrijf ‘Zorg voor de dokter’

Meegaan met de patiënt

Tijdens een intervisie speelden we deze situatie in een rollenspel. ‘De patiënt’ had een uitgeprint boekwerk met bewijsmateriaal bij zich en was niet voor rede vatbaar. Ik merkte dat ik heel graag ook gehoord wilde worden in het gesprek, en de behoefte had om zaken duidelijk uit te leggen. De eerste keer dat we het gesprek oefenden, ging ik me gaandeweg steeds kleiner voelen. De patiënt was aan het woord, ik kreeg er geen speld tussen. Ik had niet het gevoel dat ik iets bijdroeg.

Na tips van de intervisiegroep volgde een tweede poging. Ik leerde meer meegaan met de patiënt, door te vragen wat er volgens hem aan de hand was, en wat de oplossing zou moeten zijn. Ik probeerde zijn logica te volgen. Ook kreeg ik de tip om hem te complimenteren met zijn grondige speurwerk en het boekwerk dat hij had meegebracht. De patiënt voelde zich nu gehoord en gezien en langzaam maar zeker ontdooide hij. En ik kreeg ruimte om mijn visie op zijn klachten toe te lichten.

Door te beseffen wat het met mij deed, door de tips en door te focussen op wat voor mij van waarde was – namelijk dat ik graag een bijdrage wilde leveren, gehoord wilde worden en zaken duidelijk aan hem uit wilde leggen – kon ik veel beter met de situatie omgaan. Door mijn houding aan te passen, voelde ik ook geen frustratie meer. Sindsdien ben ik heel blij als ik een dergelijk gesprek tot een gezamenlijk ervaren goed einde weet te brengen.

Frustratie als bron voor verandering

Wat vind jij lastig of vervelend? Of als je nog groter denkt: wat ondermijnt jouw werkgeluk, wat frustreert jou? Frustratie is een bron, een aanleiding om iets aan te pakken of te veranderen. Stel, je ergert je aan je collega die voortdurend aan het kletsen is. Jij wil graag geconcentreerd kunnen werken en je houdt van mensen die kort en bondig zijn. Of stel dat jij geen fijne dag hebt als iemand geen oog heeft voor wie jij bent en je niet aankijkt. Je weet dat je veel vrolijker naar huis gaat als je die dag echt contact hebt gemaakt met mensen. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat jij graag in een team werkt waarin je ‘gezien’ wordt. Kortom, wat lokt bij jou frustratie, woede of verdriet uit? Door er bij stil te staan, herken je eerder wat jou ergert. En daar ligt meteen de sleutel voor de oplossing.

De poli loopt uit

Ik heb er een hekel aan als mijn poli uitloopt, dat geeft me het gevoel dat ik me moet haasten. Door dat gejaagde gevoel adem en praat ik sneller, trek ik mijn schouders op, en kijk ik vaker op de klok (alsof dat helpt). Dat heeft ook nog eens een averechts effect: ik maak me er druk over of mijn patiënten mijn haast misschien aanvoelen. Dus in tegenstelling tot vroeger, toen ik zo snel mogelijk door probeerde te werken, doe ik tegenwoordig even kort het tegenovergestelde. Zodra ik opmerk dat ik me gehaast voel, sta ik op om even uit te zoomen. Ik haal wat te drinken, adem even rustig en diep en laat mijn schouders bewust hangen. Dan accepteer ik dat ik nu eenmaal graag op tijd wil werken, en haastige spoed zelden goed is. Voor mij is van waarde dat ik de tijd voor mensen neem; dat is belangrijker dan stipt op tijd werken. Daar herinner ik mezelf aan en daarna ga ik weer verder. Door even dat kleine moment te nemen, zorg ik voor mezelf en heb ik wat meer reserve. Daarna roep ik mensen met een glimlach de spreekkamer binnen, bied mijn excuus aan dat ik uitloop, en benoem dat ik helaas niet sneller kan omdat ik iedereen graag voldoende aandacht wil geven. Door er anders mee om te gaan en mijn patiënten erbij te betrekken, voelt het prettiger.

Als we goed voor onszelf zorgen, kunnen we beter zorg dragen voor een ander. Dan voelen we ons lichter en hebben we meer ruimte. Voor complimenten, kritiek en humor bijvoorbeeld.

Logischerwijs gaat niet altijd alles zoals je zou willen. Maar al die momenten zijn kansen om iets te leren. Frustratie, woede, verlies, teleurstelling, het ontdekken van je grenzen – het zijn stuk voor stuk kansen. Het zijn situaties die je uitnodigen om te onderzoeken waarom ze je raken, en hoe je het wel zou willen.

Interne dialoog

Het helpt als je met jezelf intern een dialoog aan kunt gaan over gevoelens die in eerste instantie negatief lijken. Die gevoelens wijzen je namelijk de weg naar wat je wél graag zou willen, wat je jezelf gunt! En dat is een kwestie van vallen en opstaan. De ene keer reageer je primair en word je boos of ongeduldig. Een volgende keer ben je je bewust van je gedachten en gevoelens, begrijp je wat eronder verscholen zit, en kun je ervoor kiezen om anders te reageren.

Inspirerend persoon

Stel, je zou soms wat milder willen reageren, dan kan het je helpen om iemand in gedachten te nemen die je in dat opzicht bewondert. Voor mij is dat Nelson Mandela. Een voorbeeld: vandaag staat er een patiënte op mijn OK-programma, maar last-minute blijkt dat de operatie niet door kan gaan omdat er een andere patiënt een spoedkeizersnede moet krijgen. Daar moet de operatie van mijn patiënte voor wijken, en daar baal ik van, want mijn patiënte is al een keer eerder verplaatst. Ik kan gaan vloeken, maar daarmee help ik niemand. Bovendien maak ik er geen vrienden mee. Dus neem ik Mandela, met zijn sereniteit, in gedachten. Ik vraag me af hoe hij zou reageren, en hoe ik zou willen reageren. Dat maakt dat ik tegen de OK-planner zeg dat ik het heel vervelend vind, én het begrijp, en dat ik de patiënte dit nieuws zal overbrengen. Dat had ik zonder de gedachte aan Nelson Mandela ook wel gedaan, maar misschien had er dan meer negatieve emotie in mijn stem doorgeklonken. Met een inspirerend persoon in gedachten kun je een betere versie van jezelf ontdekken.

Vriendelijkheid

Een andere tip is om wanneer je met jezelf in gesprek bent, jezelf positief toe te spreken, zonder veroordeling. Dat zit vaak in heel kleine dingen. Stel, je gooit een glas om. Je kunt zeggen: ‘Shit, wat ben ik ook onhandig’, maar je kunt het ook doen zonder veroordeling en het laten bij ‘Shit.’ Breng jezelf niet in diskrediet. Probeer op jezelf te reageren zoals je dat ook doet op een kind of je beste vriend. Want zó wil je ook omgaan met jezelf.

Je houding, inclusief je zelfkritische en negatieve gedachten, beïnvloedt ook je werk. Stel, je assisteert de chirurg met wie je opereert. Zij vraagt of jij de wond wil hechten, maar je doet het langzaam en niet bepaald handig. Dan denk je misschien: jemig, wat ben ik ook een klungel. Vervolgens voel je je nerveus, je vingers trillen nog meer en je baalt. Je zou ook anders kunnen denken: dit ziet er wat onervaren uit, maar ik ben aan het leren. Een volgende keer doe ik het beter. En deze chirurg heeft het ook ooit geleerd.

Als je begripvol voor jezelf kunt zijn als iets niet zo gaat als je wil, ben je minder gemakkelijk uit het veld te slaan. Zo vergroot je je weerbaarheid, ben je meer in balans en minder vaak gestrest of gefrustreerd. Je distantieert je gemakkelijker van de situatie, je gedachten erover en je emoties. Als je jezelf hierin traint, straal je bovendien dezelfde zachtheid uit naar anderen: je komt vriendelijker en sympathieker over.

Wat vind je in het boek ‘Zelfzorg voor de jonge dokter’?
Juist als jonge zorgprofessional wil je je hoofd koel houden en duurzaam dokteren met een warm hart. Om goed voor je patiënten te kunnen zorgen, is het van belang eerst goed voor jezelf te zorgen. Dit handzame boek vol met praktische tips en oefeningen helpt je om te ontdekken wat jij in je vak echt van waarde vindt en hoe je veerkracht ontwikkelt om met plezier naar je werk te blijven gaan.

Meer weten over het boek of wilt u het bestellen? Klik dan hier > , , ,
Deel dit artikel