DOQ

Geen hoger cardiovasculair risico bij JAK-remmers

Bij het merendeel van de reumapatiënten geeft behandeling met een JAK-remmer geen hoger risico op een cardiovasculair event dan met een ontstekingsremmende biological (bDMARD). Dat is gebleken uit een Nederlandse studie. Reumatoloog Calin Popa (Sint Maartenskliniek, Nijmegen) hoopt dat deze resultaten de angst voor JAK-remmers zullen verminderen. Voor de individuele patiënt moet het inzetten van een JAK-remmer een goed overwogen beslissing zijn van behandelaar en patiënt samen.

Patiënten met een reumatische aandoening, zoals reumatoïde artritis (RA), hebben een verhoogd risico op hart- en vaatziekten (HVZ). Chronische ontsteking lijkt hierbij een rol te spelen. In de loop der jaren is het risico op HVZ wel gedaald door de komst van nieuwe medicatie tegen reumatische aandoeningen en nieuwe behandelstrategieën. “Wat betreft het cardiovasculaire risico is het ene middel iets gunstiger dan het andere”, vertelt Calin Popa. “De JAK-remmers zijn de meest recente klasse van middelen tegen reumatische aandoeningen. Er zijn er inmiddels vier die we in Nederland kunnen voorschrijven, met tofacitinib als oudste.”

“Er ontstond de neiging bij sommige reumatologen om geen JAK-remmer meer voor te schrijven”

Reumatoloog Calin Popa

Voorzichtig zijn

Uit ervaringen met tofacitinib bleek onder andere dat het middel risico geeft op trombose. Op verzoek van de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) heeft de fabrikant de veiligheid van tofacitinib onderzocht in een groep mensen met reuma en risicofactoren voor HVZ. Die zogeheten ORAL Surveillance trial liet zien dat meer HVZ optraden bij patiënten die behandeld werden met tofacitinib, in vergelijking met de oudere biological adalimumab. “Naar aanleiding van die studie zijn het afgelopen anderhalf jaar veel substudies gedaan”, weet Popa. “En ook nieuwe studies, zoals de studie die wij hebben gedaan. Intussen had de Europese EMA geadviseerd om voorzichtig te zijn met toepassing van de vier JAK-remmers bij reumapatiënten. Met name bij mensen met de klassieke risicofactoren voor HVZ, zoals oudere leeftijd, roken of HVZ in de voorgeschiedenis.”

Defensief

Behandelaars vonden het advies van de EMA erg defensief, weet Popa. Vooral het doortrekken van het advies naar alle JAK-remmers vond het veld niet stroken met het bewijs in de literatuur. De data golden immers alleen voor tofacitinib. “Er was geen sterk signaal dat JAK-remmers het risico op HVZ verhogen. Bovendien weten we uit de eerdere studie nog niet hoe het risico was geweest als deze patiënten met andere middelen of helemaal niet waren behandeld. Dat was voor ons een belangrijke vraag, want ook uit dataregisters in verschillende landen bleken JAK-remmers geen hoger risico te geven. Tevens ontstond de neiging bij sommige reumatologen om geen JAK-remmer meer voor te schrijven.”

Opzet studie

Popa en collega’s deden onderzoek met behulp van de IQVIA’s Dutch Real-World Data Longitudinal Prescription database, met landelijke gegevens van voorschrijvingen door apothekers. Zij bekeken data van ruim 15.000 RA-patiënten die startten met een ontstekingsremmende biological (bDMARD) of een JAK-remmer in de periode augustus 2018 tot januari 2022. De studie-uitkomst was het optreden van een cardiovasculair event. Dat was uit de database te achterhalen doordat de patiënt dan specifieke medicatie krijgt voorgeschreven.

Het aantal events per 100 patiëntjaren was vergelijkbaar in de bestudeerde groepen: 1,52 gedurende behandeling met een JAK-remmer en 1,47 voor bDMARD’s. Subanalyses voor leeftijd, geslacht of soort JAK-remmer gaven vergelijkbare uitkomsten. De conclusie is dat JAK-remmers voor reumapatiënten in het algemeen geen hoger risico geven op een cardiovasculair event dan bDMARD’s.

“Specifiek voor de JAK-remmers moeten we zoeken naar het middel met het minste risico voor de patiënt”

Discussie niet gesloten

Popa onderzocht wel een andere populatie dan de ORAL Surveillance studie: alle reumapatiënten in de studie van Popa tegenover alleen patiënten met HVZ-risicofactoren in ORAL Surveillance. “Wij kunnen niet helemaal uitsluiten dat er misschien een licht verhoogd risico is voor patiënten die al tot de bekende risicogroepen behoren voor HVZ”, vertelt Popa. “Verder onderzoek moet uitwijzen om welke groep patiënten het precies gaat.”

Met de uitkomst van deze studie is de discussie nog niet gesloten, laat Popa weten. Hij hoopt wel dat de studie de angst voor JAK-remmers, ontstaan na het EMA-advies, zal verminderen. “Biologicals en targeted drugs hebben mogelijk extra gunstige of ongunstige effecten op andere aandoeningen. Daarom is het nu van belang om dit verder te onderzoeken, met name bij mensen met een chronische ziekte en comorbiditeit. Welk middel is het best voor welke patiënt? Hoe zet je een middel in, afhankelijk van de situatie van de patiënt? Dat zullen we uiteraard samen bepalen met de patiënt, met wie we de beschikbare kennis over de medicatie en de risico’s bespreken in de spreekkamer. En specifiek voor de JAK-remmers moeten we zoeken naar het middel met het minste risico voor de patiënt. Zo gaan we de behandeling steeds meer afstemmen op de individuele patiënt.”

Referentie: Popa CD, Opdam MAA, den Broeder N, et al. Therapy with JAK inhibitors or bDMARDs and the risk of cardiovascular events in the Dutch rheumatoid arthritis population. Rheumatology, kead531.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘Tip patiënten de mediterrane leef­stijl’

Volgens cardioloog Annemieke Jansen gaan gezond en lekker uitstekend samen in het mediterrane dieet. Samen met haar zus schrijft ze hierover kookboeken. “Schrijf patiënten de mediterrane leefstijl voor, er valt zoveel mee te winnen!”

Casus: patiënt uit een zonnig land met schilferende huidafwijking

Een 66-jarige man heeft sinds drie maanden een schilferende huidafwijking op het linker scheenbeen. De plek jeukt soms licht, is niet pijnlijk en heeft niet gebloed. Patiënt is opgegroeid in een zonnig land en is in het verleden vaak door de zon verbrand. Wat is uw diagnose?

‘Een cruiseschip is een prachtig model om infectie­ziekten te bestuderen’

Arts-microbioloog Jan Sinnige deed onderzoek op een schip met een buiktyfus-uitbraak en ontdekte daar wat de oorzaak was. Hij legt uit wat we kunnen leren over infectieziekten op cruiseschepen. “In de gesloten omgeving van een schip wordt zichtbaar wat op het vasteland vaak verborgen blijft.”

De top is niet het doel

Cardiothoracaal anesthesioloog Remco Berendsen vertelt over zijn passie voor hoogtegeneeskunde. De extreme omstandigheden op grote hoogte bieden volgens hem een uniek inzicht op het menselijk lichaam. Die ervaringen neemt hij ook mee naar de spreekkamer.

Bij evenementen­­zorg valt de traditionele hiërarchie weg

Lianne Scholten vertelt hoe medische zorg wordt georganiseerd op grote evenementen, van festivals tot hardloopwedstrijden. “Als op het Formule 1-circuit een coureur met 300 km/uur crasht, telt elke seconde.”

Casus: man met hematurie, mictieklachten en afwijkingen in de blaas

Een 66-jarige man bezoekt de polikliniek Urologie vanwege macroscopische hematurie en mictieklachten. Hij heeft al jaren een slappe straal en moeite met helemaal leegplassen. Ook moet hij één tot twee keer per nacht plassen. Wat is uw diagnose?

‘Elk specialisme moet op zoek naar zijn eigen fietshelm-project’

Marcel Aries combineert zijn werk als intensivist met een nieuwe rol als preventie-intensivist. Hij pleit ervoor dat iedere medisch specialist zich inzet voor preventie van vermijdbare aandoeningen en letsels. “Ik zie zoveel ellende die te voorkomen is.”

‘De Nutritheker’: medicatie­gebruik terug­dringen door verbete­ring van leefstijl

Rinske Pauw verruilde de ziekenhuisapotheek voor een praktijk waarin medicatie, voeding en leefstijl samenkomen. “Het heeft me altijd geboeid hoe je door preventie mensen gezond kunt houden, met zo min mogelijk medicatie.”

‘Dokter, hoe is het met mijn frame?’

Meer dan veertig jaar stond wielerarts Jos Benders midden in het peloton om acute medische zorg te verlenen. Nu hij het stokje overdraagt, blikt hij terug op een tijd vol mooie herinneringen én uitdagingen. “Ik was als eerste arts bij geletruidrager Fabian Cancellara.”

‘Claimende en eisende patiënten maken de werk­druk onhoudbaar’

Dermatoloog Annemie Galimont stopte met haar specialisatie ‘eczeem’. Het grensoverschrijdende gedrag waar ze mee te maken kreeg, werd haar te veel. “Jij hebt een weekendje getiktokt en komt míj vertellen hoe ik mijn werk moet doen?”