DOQ

Gelijke behandeling betekent niet altijd hetzelfde behandelen

Geneeskundestudenten en artsen met een etnisch-culturele minderheidsachtergrond krijgen in hun opleiding nog altijd te maken met vooroordelen en culturele misverstanden. Dat heeft invloed op hun beoordeling, hun kansen op een opleidingsplek en uiteindelijk op hun loopbaan. Maar het probleem raakt niet alleen hén, benadrukt kinderarts en opleider Charlie Obihara. “Het raakt ook de kwaliteit van de zorg voor patiënten uit minderheidsgroepen. Als de opleiding niet meebeweegt met een steeds diverser wordende samenleving, loop je het risico dat je zorg tekortschiet.”

Obihara, die van oorsprong uit Nigeria komt en al jaren in Nederland werkt, schreef samen met zijn vrouw en psycholoog Dorian Maarse het boek Naar een inclusieve opleiding in de zorg. Daarin laten zij aan de hand van elf praktijkcasussen zien hoe onbewuste culturele aannames en stereotypering doorwerken in beoordeling, selectie en samenwerking. “De intentie is vrijwel altijd goed”, zegt hij. “Maar er spelen onbewuste factoren mee: stereotypen, aannames over gedrag, culturele misverstanden. En die kunnen grote gevolgen hebben.”

“Dat zijn geen meningen meer, dat zijn patronen”

Kinderarts en opleider Charlie Obihara

Ongelijke kansen in cijfers

Dat die gevolgen reëel zijn, blijkt ook uit onderzoek. Obihara wijst op recente studies waaruit naar voren komt dat studenten met een migratieachtergrond en andere minderheidsgroepen minder vaak doorstromen naar een opleidingsplek. “Aan het begin van de geneeskundeopleiding heeft 20 tot 30% van de studenten een migratieachtergrond. Maar kijk je naar het aantal medisch specialisten, dan is dat nog maar 2 tot 4%.” Ook bij sollicitaties speelt ongelijkheid een rol. “Er zijn cijfers die laten zien dat een niet-gepromoveerde, witte arts meer kans heeft op een opleidingsplek dan iemand met een migratieachtergrond die wél is gepromoveerd. Dat zijn geen meningen meer, dat zijn patronen.”

“Ze werd als ‘te plakkerig’ ervaren: ze kwam letterlijk te dichtbij”

‘Ze kwam te dichtbij’

In het boek staan elf casussen, gebaseerd op ervaringen uit de praktijk. Geen extreme voorbeelden, benadrukt Obihara, maar alledaagse situaties. Zoals die van een coassistent die een onvoldoende kreeg voor haar attitude. “Ze werd als ‘te plakkerig’ ervaren: ze kwam letterlijk te dichtbij. Pas na uitleg werd duidelijk dat in haar Afghaanse cultuur de fysieke afstand tussen mensen veel kleiner is dan hier.

Andere voorbeelden gaan over communicatiestijl en machtsafstand. Zo beschrijven de auteurs een Ghanese coassistent die herhaaldelijk negatieve beoordelingen kreeg, omdat hij als ‘passief’ werd gezien en zich onvoldoende zou profileren. In Ghana, waar een collectivistische cultuur en een grotere machtsafstand gebruikelijk zijn, geldt het juist als vrijpostig of arrogant om ongevraagd kennis te etaleren tegenover een supervisor. “Als niemand dat verschil benoemt”, zegt Obihara, “kan zo’n misverstand iemand langdurig blijven achtervolgen.” Volgens Obihara zit het probleem niet in kwade wil, maar in een gebrek aan bewustzijn en kennis over andere culturen. “Je ziet wat je kent. En beoordeelt vanuit je eigen norm. Kennis leert je omgaan met andere mogelijke verklaringen.”

“Vaak denken we dat miscommunicatie vooral over taal gaat”

Verder dan alleen de opleiding

De gevolgen reiken verder dan alleen de opleiding. “Als zorgverleners vooral worden opgeleid binnen één dominant referentiekader, dan nemen zij dat ook mee in de spreekkamer”, legt Obihara uit. “Persoonsgerichte zorg vraagt dat je weet dat niet iedereen ziekte, pijn of slecht nieuws op dezelfde manier beleeft.” Hij noemt voorbeelden uit de praktijk: vrouwen bij wie een hartinfarct later wordt herkend, omdat de klassieke symptomen op mannen zijn gebaseerd, huidkanker die op een donkere huid anders wordt beoordeeld, patiënten die andere verklaringsmodellen hebben voor hun ziekte. “Als je die perspectieven niet herkent, kun je met de beste bedoelingen toch de verkeerde zorg geven.”

TOPOI-model

Om die blinde vlekken zichtbaar te maken, gebruiken de auteurs het TOPOI-model. Dat kijkt naar vijf invalshoeken: taal, ordening (o.a. verklaringsmodellen), personen, organisatie en inzet. “Vaak denken we dat miscommunicatie vooral over taal gaat”, zegt Obihara. “Maar het kan net zo goed gaan over hoe iemand tegen ziekte aankijkt, stereotyperingen van zorgverlener en patiënt, hoe de zorg is georganiseerd, of hoe mensen hun betrokkenheid tonen.”

Hij geeft een voorbeeld uit zijn eigen praktijk, waar afspraken voor een hiv-poli standaard vroeg in de ochtend werden gepland. “Vrouwen met jonge kinderen en lange reistijden kwamen voortdurend te laat. Met een TOPOI-analyse werd duidelijk waar het echte knelpunt zat: in de praktische roostering en organisatorische kaders. Door de afspraken later op de dag te plannen en met de vrouwen in gesprek te gaan, verdween het probleem vrijwel meteen.”

“Wat hier als eerlijk geldt, kan voor iemand anders als bot of vernederend voelen”

Feedback geven vraagt om afstemming

Het boek bevat ook praktische handvatten. Zo besteden de auteurs veel aandacht aan feedback geven. “Nederlanders staan bekend om hun directe feedbackstijl”, geeft Obihara aan. “Maar dat wordt lang niet door iedereen als prettig ervaren. Wat hier als eerlijk geldt, kan voor iemand anders als bot of vernederend voelen.” Ook bij sollicitaties pleiten de auteurs voor meer transparantie en duidelijke criteria. “Zodat de beoordeling voorspelbaar wordt en minder afhankelijk van een onderbuikgevoel.”

De positie van aiossen en coassistenten

Voor mensen in opleiding is het lastiger om culturele misverstanden bespreekbaar te maken. “De machtsverhoudingen zijn daarvoor te groot”, licht Obihara toe. “Maar je ziet wel een beweging waarbij aiossen ook feedback geven aan opleiders, vaak geanonimiseerd. Alleen al het feit dat dit onderwerp eindelijk openlijk besproken wordt onder de zorggemeenschap, is winst.”

“Het gaat om bewustwording en discussie, zonder polarisatie over schuld of verwijt”

Een opleiding die meebeweegt

Als iedere zorgprofessional zich bewust is van deze mechanismen en inclusiviteit structureel deel uitmaakt van het opleidingscurriculum, kan de medische opleiding volgens Obihara pas écht inclusief worden. “Het gaat om bewustwording en discussie, zonder polarisatie over schuld of verwijt. Het gaat om betere zorg, voor iedereen.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Apothekers krijgen vergoeding voor therapietrouw­gesprekken

Therapietrouwgesprekken door apothekers worden in Noord-Limburg bij wijze van proef vergoed. Apotheker Erna Mombarg legt uit wat deze gesprekken opleveren. “Ik krijg uit het hele land van collega’s reacties: ‘Hoe heb je dit voor elkaar gekregen?’”

Als oorlog de zorg op de proef stelt

Bij een grootschalig conflict zullen ook Nederlandse ziekenhuizen grote aantallen gewonde militairen moeten opvangen. Traumachirurg en militair Eelco Huizinga vertelt wat dat van de zorg kan vragen. “Als zorgprofessional moet je je afvragen: wat wordt er van mij verwacht?”

Wacht niet tot de patiënt zich uitspreekt

Patiënten lijken tegenwoordig mondiger dan ooit. Maar vijftig jaar onderzoek laat een ander beeld zien. Mondigheid blijkt bovendien niet alleen iets van de patiënt: ook de zorgverlener bepaalt hoeveel ruimte een patiënt krijgt, stelt Sandra van Dulmen.

Casus: vrouw met pijn op de borst na kankerdiagnose

Een 73-jarige vrouw bezoekt de Spoedeisende Hulp vanwege misselijkheid, kortademigheid en acute pijn op de borst. Een paar dagen ervoor kreeg zij te horen dat zij waarschijnlijk uitgezaaide alvleesklierkanker heeft. Wat is uw diagnose?

Gebrek aan samenwerking remt inzet van AI in de zorg

Veel AI-toepassingen voor de zorg bereiken de werkvloer niet. Sara Ben Hmido onderzocht welke barrières implementatie in de weg staan en legt uit waarom samenwerking vanaf het begin cruciaal is. “Als AI-ontwikkelaar moet je vanaf het begin optrekken met zorgverleners.”

Casus: vrouw met symptomatisch galsteenlijden zonder cholecystitis

Een 41-jarige vrouw bezoekt de SEH vanwege buikpijn. Echografie van het abdomen toont een dunwandige galblaas gevuld met concrementen en verwijde galwegen. De radioloog concludeert dat er sprake is van choledocholithiasis zonder cholecystitis. Wat is uw beleid?

Voorkom aangeleerde hulpe­­loosheid: laat zorgprofessionals zelf met oplos­­singen komen

Als zorgprofessionals herhaaldelijk ervaren dat hun inbreng niets verandert, kunnen ze stoppen met meedenken. Kjeld Aij legt uit hoe kleine verbeteringen en meer invloed op de werkvloer aangeleerde hulpeloosheid kunnen voorkomen. “Er is bijna altijd enige invloed, hoe klein ook.”

Op het spoor van een intoxicatie

Volgens SEH-arts en toxicoloog Femke Gresnigt ontbreekt een intoxicatie nog te vaak in de differentiaaldiagnose. “Soms denken we daar pas aan als andere oorzaken zijn uitgesloten. Dan kan er al kostbare tijd verloren zijn gegaan.”

Casus: progressieve kortademigheid na embolisatie van een varicocele

Een 36-jarige man presenteert zich op de SEH met toenemende kortademigheid, hoesten, algehele malaise en koorts. Negen dagen ervoor heeft hij een endovasculaire embolisatie met cyanoacrylaat ondergaan vanwege een symptomatische varicocele. Wat is uw diagnose?

Meer halen uit bestaande medicijnen

Een verminderde nierfunctie betekende lange tijd dat pemetrexed geen behandeloptie was. Rob ter Heine en Nikki Bleijs-de Rouw onderzochten hoe dit toch veilig kan worden ingezet en lieten zien hoeveel winst te behalen valt met onderzoek naar bestaande geneesmiddelen.