DOQ

Geriatrisch assessment bij ouderen met longkanker: ‘De optimale behandeling kiezen is lastig’

 

Behandelingsbesluitvorming bij 70-plussers met longkanker is moeilijker dan bij jongere patiënten. Ouderen hebben immers ook vaker diverse geriatrische klachten. Een geriatrisch assessment bij ouderen met longkanker draagt dan ook bij aan betere zorg op maat, zo concludeert longarts in opleiding Karlijn Schulkes in haar proefschrift. “Door beoordeling van een geriater komen vaak nog onbekende gezondheidsproblemen aan het licht. Bij een derde van de patiënten in onze studie werd daarom de behandelbeslissing aangepast.”

Patiënten met longkanker zijn vaak ouder dan 70 jaar. Naast longkanker hebben ze vaak geriatrische klachten van verschillende aard. Dit is een van de aspecten die de besluitvorming over behandeling lastiger maakt dan bij jongere patiënten. Met een geriatrisch assessment is er beter inzicht in de kwetsbaarheden van de patiënt, wat kan bijdragen aan de behandelbeslissing. Dit kan leiden tot betere zorg op maat, zo betoogt Karlijn Schulkes, longarts in opleiding aan het UMC Utrecht in haar proefschrift ‘Decision making in elderly patients with lung cancer’. Zij deed onderzoek in het Diakonessenhuis in Utrecht en het Haga Ziekenhuis in Den Haag. Na een korte screening wordt al duidelijk of een oudere patiënt met longkanker in aanmerking komt voor zo’n geriatrisch assessment.

Toename longkankerpatiënten
Elk jaar worden in Nederland ongeveer 12 duizend patiënten met longkanker gediagnosticeerd. De helft daarvan is ouder dan 70 jaar en ongeveer 30 procent is ouder dan 75. Door de toenemende vergrijzing zal het aantal oudere longkankerpatiënten de komende jaren alleen maar stijgen. Het gaat om een heel heterogene populatie met grote variatie in comorbiditeit, functionele reserves en geriatrische problemen.

Exclusie van ouderen in studies
Het proefschrift bestaat uit drie delen, vertelt Schulkes. “In het eerste deel bekijken we hoe ouderen met longkanker nu behandeld worden. Lastig daarbij is dat ouderen vaak niet in wetenschappelijke studies worden meegenomen vanwege de grote verscheidenheid. Strenge criteria voor orgaanfunctie zorgen voor impliciete exclusie van oudere patiënten in de meeste studies.” Door de beperkte wetenschappelijke kennis over oudere longkankerpatiënten verloopt de behandelbeslissing vaak heel verschillend, zo zag Schulkes in het Diakonessenhuis. De behandelbeslissing is namelijk afhankelijk van de mening van het multidisciplinaire team. “Het is heel lastig om de optimale behandeling te kiezen”, zegt ze, “want die is onvoorspelbaar. Oudere patiënten krijgen meestal een behandeling, maar vaak moet die worden aangepast.”

Nóg meer aan het licht
In het tweede deel van het proefschrift keek Schulkes naar de waarde van een beoordeling door een geriater, waarbij onder andere wordt gekeken naar de voedingsstatus, de fysieke capaciteit en de psychosociale status van de oudere patiënt. In twee opleidingsziekenhuizen, het Diakonessenhuis en het Haga Ziekenhuis, is het geriatrisch assessment opgenomen in de zorg voor oudere longkankerpatiënten. Schulkes: “Door beoordeling van een geriater komen vaak nog onbekende gezondheidsproblemen aan het licht. Waardoor in onze studie bij een derde van de gevallen de behandelbeslissing werd aangepast. We willen graag meer onderzoek doen naar het uiteindelijke effect van de aanpassingen of van de adviezen van de geriater.”

Kruisbestuiving in kennis
Echter niet alle oudere patiënten hoeven zo’n uitgebreid assessment te ondergaan. Daarom was er behoefte aan een kortere screeningstool om de fitte patiënten te kunnen onderscheiden van de kwetsbare. Schulkes heeft twee instrumenten onderzocht die daarvoor in aanmerking komen. Eén daarvan, Geriatric 8 of G8, gaat het UMC Utrecht nu gebruiken.

In het proefschrift bekijkt Schulkes tevens waarom longartsen zelden een geriater inzetten, geeft ze handvatten om dat wél te doen en pleit ze voor wederzijdse kennis. “Longartsen moeten geschoold worden om anders naar ouderen te leren kijken. En geriaters moeten beter worden opgeleid in de oncologie zodat zij longartsen correct advies kunnen geven.”

Kwaliteit van leven én sterven
Bij longkanker gaat het overigens niet alleen om effectieve behandeling in termen van progressie vrije overleving of toxiciteit. Zo onderzoekt het derde deel van het proefschrift de kwaliteit van zorg aan de hand van patiënt-gerelateerde uitkomstmaten (PROMs), zoals kwaliteit van leven, functioneren, en zelfredzaamheid. “In de helft van de studies worden die nog niet meegenomen”, zegt ze over PROMs, “terwijl die juist bij aandoeningen met slechte prognoses zo belangrijk zijn.” Zij onderzocht hiervoor het geven van palliatieve chemotherapie in de laatste levensfase van patiënten met kanker (niet alleen longkanker) en het effect op gebruik van zorg. “Van de groep met chemo kwamen veel meer patiënten op de SEH of werden opnieuw opgenomen in het ziekenhuis”, stelt ze vast. Schulkes pleit er daarom ook voor dat PROMs vaker meegenomen worden in wetenschappelijke studies, zodat niet alleen kwaliteit van leven, maar ook kwaliteit van sterven verbetert.

Auteur: Leendert Douma, Journalist

 

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Als oorlog de zorg op de proef stelt

Bij een grootschalig conflict zullen ook Nederlandse ziekenhuizen grote aantallen gewonde militairen moeten opvangen. Traumachirurg en militair Eelco Huizinga vertelt wat dat van de zorg kan vragen. “Als zorgprofessional moet je je afvragen: wat wordt er van mij verwacht?”

Wacht niet tot de patiënt zich uitspreekt

Patiënten lijken tegenwoordig mondiger dan ooit. Maar vijftig jaar onderzoek laat een ander beeld zien. Mondigheid blijkt bovendien niet alleen iets van de patiënt: ook de zorgverlener bepaalt hoeveel ruimte een patiënt krijgt, stelt Sandra van Dulmen.

Casus: vrouw met pijn op de borst na kankerdiagnose

Een 73-jarige vrouw bezoekt de Spoedeisende Hulp vanwege misselijkheid, kortademigheid en acute pijn op de borst. Een paar dagen ervoor kreeg zij te horen dat zij waarschijnlijk uitgezaaide alvleesklierkanker heeft. Wat is uw diagnose?

Gebrek aan samenwerking remt inzet van AI in de zorg

Veel AI-toepassingen voor de zorg bereiken de werkvloer niet. Sara Ben Hmido onderzocht welke barrières implementatie in de weg staan en legt uit waarom samenwerking vanaf het begin cruciaal is. “Als AI-ontwikkelaar moet je vanaf het begin optrekken met zorgverleners.”

Casus: vrouw met symptomatisch galsteenlijden zonder cholecystitis

Een 41-jarige vrouw bezoekt de SEH vanwege buikpijn. Echografie van het abdomen toont een dunwandige galblaas gevuld met concrementen en verwijde galwegen. De radioloog concludeert dat er sprake is van choledocholithiasis zonder cholecystitis. Wat is uw beleid?

Voorkom aangeleerde hulpe­­loosheid: laat zorgprofessionals zelf met oplos­­singen komen

Als zorgprofessionals herhaaldelijk ervaren dat hun inbreng niets verandert, kunnen ze stoppen met meedenken. Kjeld Aij legt uit hoe kleine verbeteringen en meer invloed op de werkvloer aangeleerde hulpeloosheid kunnen voorkomen. “Er is bijna altijd enige invloed, hoe klein ook.”

Op het spoor van een intoxicatie

Volgens SEH-arts en toxicoloog Femke Gresnigt ontbreekt een intoxicatie nog te vaak in de differentiaaldiagnose. “Soms denken we daar pas aan als andere oorzaken zijn uitgesloten. Dan kan er al kostbare tijd verloren zijn gegaan.”

Casus: progressieve kortademigheid na embolisatie van een varicocele

Een 36-jarige man presenteert zich op de SEH met toenemende kortademigheid, hoesten, algehele malaise en koorts. Negen dagen ervoor heeft hij een endovasculaire embolisatie met cyanoacrylaat ondergaan vanwege een symptomatische varicocele. Wat is uw diagnose?

Meer halen uit bestaande medicijnen

Een verminderde nierfunctie betekende lange tijd dat pemetrexed geen behandeloptie was. Rob ter Heine en Nikki Bleijs-de Rouw onderzochten hoe dit toch veilig kan worden ingezet en lieten zien hoeveel winst te behalen valt met onderzoek naar bestaande geneesmiddelen.

Resistente schimmels: het ondergeschoven kindje in het gezondheidsdebat

Resistente schimmels vormen een groeiend maar nog onderbelicht gezondheidsrisico, waarschuwt Paul Verweij. Een internationale aanpak is hierbij nodig. “Tot vijf jaar geleden kenden wij Candida auris niet eens, nu verspreidt deze zich wereldwijd.”