Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Gezondheid van mens, dier en natuur horen bij elkaar
De laatste jaren duiken in Nederland steeds vaker virussen op die voorheen alleen in Zuid-Europa voorkwamen. Zo circuleren inmiddels zowel het westnijlvirus als het usutuvirus in Nederlandse vogels en muggen. Viroloog Marion Koopmans (Erasmus MC) ziet daarin een duidelijke les: “De gezondheid van mensen kun je niet los zien van die van dieren en ecosystemen. Dat is precies waar One Health over gaat.”
In een recente publicatie in vaktijdschrift Nature Communications beschrijven Koopmans en collega’s acht jaar onderzoek naar de verspreiding van deze arbovirussen. “We wilden weten wat er in Nederland nu eigenlijk aanwezig is aan muggen, vogels en virussen, en welke omstandigheden bepalen of ze kunnen samenkomen”, zegt ze. “Je kunt wachten tot een uitbraak plaatsvindt, maar beter is om te begrijpen wanneer en waarom die op komst is. Dat is de kern van een One Health-aanpak: kijken naar het hele systeem en daarvan leren.”
Het usutuvirus, een naaste verwant van het westnijlvirus, werd in 2016 voor het eerst in Nederland gevonden en veroorzaakte toen massale merelsterfte. “In sommige gebieden viel naar schatting 15% van de populatie weg”, vertelt Koopmans. “Voor mensen is het usutuvirus meestal onschuldig, maar het laat zien dat dit soort virussen zich hier kunnen vestigen en snel kunnen verspreiden.” Het westnijlvirus werd in 2020 voor het eerst aangetoond. “We detecteerden het bij vogels en zagen later dat acht patiënten neurologische klachten hadden die door het virus werden veroorzaakt. Zonder diermonitoring hadden we dat waarschijnlijk pas veel later of zelfs niet ontdekt.”

“Uiteindelijk willen we toewerken naar een soort ecologisch waarschuwingssysteem”
Viroloog Marion Koopmans
Een ecologisch waarschuwingssysteem
Door het combineren van gegevens over vogels, muggen, temperatuur en landschap proberen de onderzoekers te begrijpen onder welke condities deze virussen tot uitbraken kunnen leiden. “Het usutuvirus lijkt sneller te circuleren, omdat het minder warmte nodig heeft. Het westnijlvirus komt pas op gang bij hogere temperaturen. Met de gestage opwarming van het klimaat kan dat kantelpunt dichterbij komen”, zegt Koopmans. “Uiteindelijk willen we toewerken naar een soort ecologisch waarschuwingssysteem: een ‘thermometer’ die op grond van een combinatie van gegevens aangeeft wanneer het risico op een uitbraak toeneemt.”
Wat artsen moeten weten
Hoewel infecties bij mensen zeldzaam blijven, is alertheid nodig. “Bij ouderen of mensen met een verzwakt immuunsysteem kan een westnijlvirusinfectie leiden tot meningitis of encefalitis”, zegt Koopmans. “Denk eraan bij een onverklaard neurologisch beeld, zowel in Nederland als wanneer iemand in Zuid- of Oost-Europa is geweest.”
Diagnostiek kan worden gedaan in het Erasmus MC en via het RIVM. De GGD en de NVWA doen brononderzoek. “Als er een positief geval is, wordt gekeken of het om import gaat of lokale circulatie. Met genoomonderzoek dat we in het laboratorium doen bekijken we of het virus verwant is aan de stammen die al in Nederland circuleren, of dat het om een nieuwe introductie gaat.”
“Door kennis uit te wisselen ontstaat een gezamenlijke denktank die vooruitkijkt”
One Health in de praktijk
Volgens Koopmans is One Health meer dan een slogan. “Het is een manier van denken: besef dat gezondheidsproblemen zelden uit het niets bij mensen ontstaan. Er is vaak iets aan voorafgegaan in dieren of in de leefomgeving, en de gezondheid van mens, dier en omgeving zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.” Daarom werkt haar onderzoeksgroep samen met dierenartsen, ecologen, GGD’en, waterbeheerders en stedenbouwkundigen.
“Een voorbeeld: bij klimaatadaptatie worden wateropvangplekken aangelegd om overstromingen op te vangen. Dat is goed voor het milieu, maar zulke plekken kunnen ook broedplaatsen voor muggen worden. Als je samenwerkt kun je ervoor zorgen dat er geen nieuw risico ontstaat.” In Rotterdam en andere regio’s is inmiddels een breed overleg gestart, geleid door onderzoeker Reina Sikkema. “Daar zitten Rijkswaterstaat, gemeenten, ecologen, virologen en GGD’en samen aan tafel. Door kennis uit te wisselen ontstaat een gezamenlijke denktank die vooruitkijkt: wat betekent klimaatverandering voor infectierisico’s, en hoe kunnen we die beperken?”
“Het gaat niet om paniek, maar om voorbereid zijn”
Samen voorbereid
Koopmans benadrukt dat artsen niet alles zelf hoeven te weten, maar wél moeten weten waar ze informatie kunnen vinden. “Abonneer je op de signaleringen van het RIVM en houd in je achterhoofd dat zeldzame infecties minder zeldzaam worden. En weet ons te vinden als je patiënten hebt met onverklaarde neurologische klachten die viraal zouden kunnen zijn. Het gaat niet om paniek, maar om voorbereid zijn.”
Voor haarzelf blijft het onderwerp boeiend. “Ik ben gefascineerd door de biologie achter deze processen. Als je door een One Health-bril kijkt, zie je hoe vaak het misgaat in de interactie tussen mens, dier en omgeving. Door dat beter te begrijpen, kunnen we nieuwe uitbraken eerder herkennen en soms zelfs voorkomen.”
Referentie: Münger E, et al. One Health approach uncovers emergence and dynamics of Usutu and West Nile viruses in the Netherlands. Nat Commun. 2025;16:7883.


