Goede begeleiding maakt het verschil bij zuurstoftherapie
Redactioneel
4 maart 2026
Bij mensen met longfibrose kan zuurstoftherapie de benauwdheid verminderen en iets meer energie geven voor dagelijkse activiteiten. Maar starten met zuurstof is niet altijd makkelijk. Want een slangetje in de neus en een apparaat meedragen maken de ziekte ineens zichtbaar voor anderen. Emeritus-hoogleraar Marjolein Drent (Universiteit Maastricht; tevens senior onderzoeker van het ILD Expertisecentrum van het St. Antonius Ziekenhuis, Nieuwegein) pleit daarom voor goede informatie en begeleiding voor patiënten.
Longfibrose is een progressieve interstitiële longziekte (ILD) waarbij het longweefsel steeds stugger wordt. In Nederland hebben naar schatting 10.000 tot 20.000 mensen een vorm van ILD, van wie 3.000-4.000 longfibrose. De diagnose wordt echter regelmatig gemist of laat gesteld. De ziekte is onomkeerbaar: medicamenteuze behandeling kan het proces alleen afremmen. Door longfibrose kan een zuurstoftekort ontstaan, met kortademigheid en vermoeidheid tot gevolg. “Binnen een jaar na diagnose heeft naar schatting de helft van de patiënten zuurstof nodig”, vertelt Drent. “Maar zuurstoftherapie kan emotioneel belastend zijn en invloed hebben op het sociale leven. Bovendien herstelt het de longfunctie niet en evenmin stopt het de ziekteprogressie.”
“De ervaringen van patiënten worden steeds meer onderdeel van behandeltrajecten”
Emeritus-hoogleraar Marjolein Drent
Enquête
Op verzoek van de Longfibrosepatiëntenvereniging hebben ILD-verpleegkundigen van ILD-expertisecen
Aanmelden
Meld u gratis aan om toegang te krijgen tot DOQ,
waar zorgprofessionals kennis en visie delen.
Ik heb al een DOQ account
Lees meer over: