DOQ

Goede begeleiding maakt het verschil bij zuurstof­therapie

Bij mensen met longfibrose kan zuurstoftherapie de benauwdheid verminderen en iets meer energie geven voor dagelijkse activiteiten. Maar starten met zuurstof is niet altijd makkelijk. Want een slangetje in de neus en een apparaat meedragen maken de ziekte ineens zichtbaar voor anderen. Emeritus-hoogleraar Marjolein Drent (Universiteit Maastricht; tevens senior onderzoeker van het ILD Expertisecentrum van het St. Antonius Ziekenhuis, Nieuwegein) pleit daarom voor goede informatie en begeleiding voor patiënten.

Longfibrose is een progressieve interstitiële longziekte (ILD) waarbij het longweefsel steeds stugger wordt. In Nederland hebben naar schatting 10.000 tot 20.000 mensen een vorm van ILD, van wie 3.000-4.000 longfibrose. De diagnose wordt echter regelmatig gemist of laat gesteld. De ziekte is onomkeerbaar: medicamenteuze behandeling kan het proces alleen afremmen. Door longfibrose kan een zuurstoftekort ontstaan, met kortademigheid en vermoeidheid tot gevolg. “Binnen een jaar na diagnose heeft naar schatting de helft van de patiënten zuurstof nodig”, vertelt Drent. “Maar zuurstoftherapie kan emotioneel belastend zijn en invloed hebben op het sociale leven. Bovendien herstelt het de longfunctie niet en evenmin stopt het de ziekteprogressie.”

“De ervaringen van patiënten worden steeds meer onderdeel van behandeltrajecten”

Emeritus-hoogleraar Marjolein Drent

Enquête

Op verzoek van de Longfibrosepatiëntenvereniging hebben ILD-verpleegkundigen van ILD-expertisecentra, in samenwerking met de ILD Care Foundation en Westfalen Medical B.V, een online enquête gedaan onder Nederlandse patiënten met longfibrose. Doel was om inzicht te krijgen in hun ervaringen met zuurstoftherapie, de verstrekte informatie, de levering en mogelijke bijwerkingen. “De ervaringen van patiënten worden steeds meer onderdeel van behandeltrajecten”, vertelt Drent. “Patiënten denken ook vaker mee over onderzoeksvragen.”

Confronterend

De enquête is ingevuld door 314 mensen met longfibrose (62% man, leeftijd 35-92 jaar). Bijna de helft van de patiënten vond het moeilijk om te beginnen met zuurstoftherapie. Dat kwam veelal door confrontatie met de ernst van de ziekte, verlies van identiteit, zichtbaarheid van de aandoening en schaamte. Een deelnemer liet weten: ‘Het was heel confronterend, want pas toen besefte ik echt dat mijn longen heel ziek zijn.’ Een ander schreef: ‘De ziekte wordt heel zichtbaar, er wordt dan anders naar je gekeken. Dat is niet altijd prettig.’

Hoewel zuurstof verlichting kan geven, ervaarde driekwart van de ondervraagde patiënten ook bijwerkingen: een droge neus, keelpijn of een geïrriteerde huid. “Daar zijn oplossingen voor, zoals neuscrème of aanpassingen aan de apparatuur”, aldus Drent. “Juist hier is de rol van longverpleegkundigen cruciaal: zij signaleren klachten actief, bespreken deze laagdrempelig en zoeken samen met de patiënt naar passende oplossingen.”

“Het onderzoek bevestigt dat starten met zuurstoftherapie voor veel patiënten moeilijk is”

Teleurstelling

Bijna 20% van de ondervraagden gaf aan weinig effect te merken van de zuurstoftherapie. Dat kan leiden tot teleurstelling en ontmoediging, zeker als de verwachtingen aanvankelijk hoog waren. “Dat benadrukt het belang van goede begeleiding, het scheppen van realistische verwachtingen en het regelmatig evalueren van het effect”, concludeert Drent. “Ook hierin heeft de longverpleegkundige een sleutelrol.”

In de enquête is ook gevraagd naar ervaringen met de apparatuur voor zuurstoftherapie. Circa 10% gaf aan ontevreden te zijn over het geleverde materiaal. Men ervaarde beperkte bewegingsvrijheid en sommigen vonden de apparatuur zwaar, onhandig of ongemakkelijk in gebruik. Drent: “Hierbij is het belangrijk dat de zorgverlener samen met de patiënt zoekt naar een optimale oplossing voor diens persoonlijke situatie.”

Grote drempel

De uitkomsten van de enquête zijn voor Drent niet heel opvallend of verrassend.  “We wisten al veel uit ervaring, maar het onderzoek bevestigt met cijfers dat starten met zuurstoftherapie voor veel patiënten moeilijk is. Ze ervaren het als verlies en achteruitgang, het roept emoties op en ze zijn bang voor reacties van mensen op straat. Patiënten voelen zich beter met zuurstof, maar durven toch niet meteen de stap te zetten om de zuurstof mee te nemen naar buiten. De zichtbaarheid van de ziekte is een grote drempel.”

“De longverpleegkundige is cruciaal”

Cruciaal

De onderzoekers pleiten voor betere mondelinge en schriftelijke informatievoorziening, ondersteuning van de patiënt, ruimte bieden en bespreken van gevoelens en vragen, het scheppen van realistische verwachtingen, alertheid op bijwerkingen en het samen met de patiënt kiezen voor passende zuurstofapparatuur. “Alle betrokken zorgverleners spelen een rol in dit geheel. Maar de longverpleegkundige is cruciaal in het begeleiden, informeren en ondersteunen van patiënten bij het starten en volhouden van zuurstoftherapie”, besluit Drent. “Samen met onder andere fysiotherapeuten en leveranciers streven we naar optimale ondersteuning en tevredenheid bij patiënten.”

Referentie: Drent M, Trapman L, Hennevelt-Leenen M, et al. Understanding emotional and practical challenges of initiating oxygen therapy in pulmonary fibrosis: insights from a patient-centered survey. BMC Pulm Med, 2026.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: man met hematurie, mictieklachten en afwijkingen in de blaas

Een 66-jarige man bezoekt de polikliniek Urologie vanwege macroscopische hematurie en mictieklachten. Hij heeft al jaren een slappe straal en moeite met helemaal leegplassen. Ook moet hij één tot twee keer per nacht plassen. Wat is uw diagnose?

‘Elk specialisme moet op zoek naar zijn eigen fietshelm-project’

Marcel Aries combineert zijn werk als intensivist met een nieuwe rol als preventie-intensivist. Hij pleit ervoor dat iedere medisch specialist zich inzet voor preventie van vermijdbare aandoeningen en letsels. “Ik zie zoveel ellende die te voorkomen is.”

‘De Nutritheker’: medicatie­gebruik terug­dringen door verbete­ring van leefstijl

Rinske Pauw verruilde de ziekenhuisapotheek voor een praktijk waarin medicatie, voeding en leefstijl samenkomen. “Het heeft me altijd geboeid hoe je door preventie mensen gezond kunt houden, met zo min mogelijk medicatie.”

‘Dokter, hoe is het met mijn frame?’

Meer dan veertig jaar stond wielerarts Jos Benders midden in het peloton om acute medische zorg te verlenen. Nu hij het stokje overdraagt, blikt hij terug op een tijd vol mooie herinneringen én uitdagingen. “Ik was als eerste arts bij geletruidrager Fabian Cancellara.”

‘Claimende en eisende patiënten maken de werk­druk onhoudbaar’

Dermatoloog Annemie Galimont stopte met haar specialisatie ‘eczeem’. Het grensoverschrijdende gedrag waar ze mee te maken kreeg, werd haar te veel. “Jij hebt een weekendje getiktokt en komt míj vertellen hoe ik mijn werk moet doen?”

Patiënten positief over doorgebruik van thuis­medicatie in het ziekenhuis

In Rijnstate mogen patiënten hun thuismedicatie doorgebruiken tijdens een opname. Claudia Heijens vertelt wat dit oplevert. “We moeten niet voor 100% het proces willen controleren, maar ook dingen los durven laten.”

Nederlandse gezondheidszorg schiet tekort voor kwetsbare ouderen

Emiel Hoogendijk onderzocht hoe sociale isolatie en kwetsbaarheid elkaar versterken bij ouderen en geeft aanbevelingen voor aanpassingen in de gezondheidszorg die bijdragen aan ‘healthy ageing’. “De medische zorg en sociale zorg zouden beter geïntegreerd moeten worden.”

Casus: vrouw met jeukende getatoeëerde wenkbrauwen

Een 69-jarige vrouw met allergisch contacteczeem en hooikoorts bezoekt uw spreekuur vanwege jeuk en zwelling van haar getatoeëerde wenkbrauwen sinds een jaar. Behalve de zwelling ziet u ook een scherp begrensde, erythemateuze plaque en schilfering. Wat is uw diagnose?

Duurzame leefstijl­verbete­ring: ‘Begin met kleine stappen’

Waarom lukt het ons vaak niet om gezonder te leven, zelfs als we weten wat goed voor ons is? En hoe voorkomen we dat goede voornemens voortijdig stranden? In zijn boek laat psychiater Rogier Hoenders zien hoe zorgverleners hun patiënten én zichzelf op het juiste spoor kunnen zetten.

Een tweede leven voor niet-gebruikte geneesmiddelen

Jaarlijks wordt voor zeker 100 miljoen euro aan ongebruikte medicatie vernietigd. Doodzonde, vindt apotheker Bart van den Bemt. Zijn studies droegen bij aan een wijziging van de Europese wetgeving, waardoor heruitgifte onder voorwaarden mogelijk wordt.