DOQ

Goede uitkomsten van levertransplantatie met levende donor

Per jaar ontvangen ongeveer 250 mensen in Nederland een donorlever. Die lever komt tegenwoordig bij een (klein) deel van de ontvangers van een levende donor. Transplantatiechirurg Robert Minnee inventariseerde onlangs de uitkomsten van het transplantatieprogramma met levers van levende donoren dat in 2019 (her)startte in het Erasmus MC. Het programma verloopt naar tevredenheid, zowel aan de donorkant als aan de kant van de ontvanger zijn de ervaringen en klinische resultaten goed.

Leverfalen is, op termijn, dodelijk en daarom een belangrijke indicatie om in aanmerking te komen voor een levertransplantatie. “Leverfalen kan het gevolg zijn van aanhoudende achteruitgang van de leverfunctie, bijvoorbeeld door chronische hepatitis of een auto-immuunziekte van de lever of galwegen. Of het kan acuut ontstaan, bijvoorbeeld door het innemen van een hoge dosis paracetamol of het eten van verkeerde paddenstoelen”, legt Minnee uit. “Andere indicaties voor een levertransplantatie zijn een kwaadaardige tumor in de lever die niet verwijderd kan worden met een partiele leverresectie of chronische jeuk bij een leverziekte.”

“De kwaliteit van levend gedoneerde levers is gemiddeld hoger dan post mortem gedoneerd”

Transplantatiechirurg Robert Minnee

Wachtlijst

Aangezien donorlevers – net als andere donororganen – schaars zijn, is er een wachtlijst voor levertransplantaties. In Nederland schommelde de jaarlijkse in- en uitstroom de laatste tien jaar tussen de tweehonderd en driehonderd personen. De ernst van het leverfalen, uitgedrukt in de MELD-score, bepaalt hoe hoog iemand op de wachtlijst staat. “Zo’n 15 tot 20% van de mensen op de wachtlijst overlijdt voordat ze in aanmerking komen voor een donorlever. Dat is deels door het tekort aan donorlevers en deels doordat ze om wat voor reden dan ook niet meer in aanmerking komen voor een transplantatie.”

Hogere kwaliteit

Om in ieder geval het aanbod aan levers te verhogen, (her)startte het Erasmus MC in 2019 een programma voor levende leverdonoren. “Het mooie van een lever is dat een gezond iemand er zonder problemen tot 70% van kan missen. Na het weghalen van het stuk lever regenereert de lever binnen twee tot drie maanden. Voor de ontvangers van een bij leven gedoneerde lever is er het voordeel dat de kwaliteit van levend gedoneerde levers gemiddeld hoger is dan die van post mortem gedoneerde levers. Dat komt onder andere doordat levende donoren gemiddeld jonger zijn dan overleden donoren en de lever kortere tijd buiten het lichaam is. Daarnaast kun je een transplantatie van een bij leven gedoneerd orgaan beter inplannen”, somt Minnee de voordelen op.

Protocollen schrijven

Wat maakte het transplanteren van bij leven gedoneerde levers anders dan post mortem gedoneerd? Minnee: “Het betekende enerzijds veel protocollen schrijven, waaronder een selectieprotocol, en anderzijds een training in het uitnemen van het leverdeel bij de donor – wat we sinds kort met ondersteuning van een operatierobot doen – en in het plaatsen van de lever bij de ontvanger. Dat laatste wijkt enigszins af van het plaatsen van een lever van een overleden persoon, aangezien het om een gesplitste lever gaat. Je moeten dan rekening houden met een kleiner kaliber van de bloedvaten en de galwegen. Het levertransplantatieprogramma met levers van levende donoren wordt gedragen door een team van specialisten, variërend van psychologen, cardiologen maatschappelijk werkers tot anesthesiologen, leverchirurgen en gespecialiseerde verpleegkundigen. Dat vraagt ook veel onderlinge afstemming en coördinatie.”

“Donorveiligheid voor alles”

Donor matchen

Om het programma na zo’n vijf jaar te evalueren, zetten Minnee en zijn collega’s onlangs alle resultaten in een wetenschappelijk artikel op een rij. Daarbij ging het in totaal om 54 transplantaties van een bij leven gedoneerde lever. “Mensen mogen zich bij ons aanmelden als donor als ze tussen de 18 en 60 jaar zijn en een BMI <30 kg/m2 hebben. Dat laatste is vanwege het hogere vetgehalte van de lever bij overgewicht, waardoor het resterende deel van de lever bij de donor mogelijk niet goed genoeg functioneert. Ook moeten ze mentaal en fysiek in een goede conditie zijn. Is de beoogde ontvanger bekend, wat meestal het geval is, dan moet de bloedgroep van de donor matchen met die van de ontvanger. Overigens volgt altijd een uitgebreide gezondheidscheck voordat er een stuk lever kan worden gedoneerd. Uiteindelijk komt een op de zeven à acht potentiële donoren daadwerkelijk in aanmerking voor een donatie. Want: donorveiligheid voor alles.”

Herstel

Donoren herstellen gemiddeld in zes tot acht weken van hun donatie. “Daarvan verblijft de donor ongeveer een week in het ziekenhuis. Complicaties die kunnen optreden zijn onder andere gallekkage of een littekenbreuk. Van onze donoren ervoeren 16% lichte tot milde complicaties in de eerste 90 dagen na de operatie, bijvoorbeeld een littekenbreuk. Donoren zijn meestal een paar weken moe doordat alle energie in het aangroeien van de lever gaat zitten.” Van de ontvangers van de bij leven gedoneerde levers overleden er twee en ontwikkelden circa 40% milde tot ernstige complicaties in de eerste 90 dagen na de operatie. Van alle getransplanteerde levers functioneerden 97% na een jaar nog naar behoren. “De ontvanger van de bij leven gedoneerde lever verblijft doorgaans twee weken in het ziekenhuis. Dat is een week korter dan bij transplantatie van een lever van een overleden persoon. Hoe snel het herstel daarna verloopt, hangt af van de fysieke conditie vooraf. Ontvangers vormen medisch gezien een meer heterogene groep dan de donoren.”

“Goede prestaties in veiligheid voor donoren en uitkomsten bij ontvangers”

Grote centra

Minnee is tevreden over de uitkomsten van de evaluatie van het programma. “Al is er altijd ruimte voor verdere verbetering. Zowel ten aanzien van de veiligheid van de donoren als de uitkomsten bij de ontvangers, komen onze prestaties goed overeen met die door de grote centra in de wereld worden gemeld. Die centra bevinden zich vooral in Azië, waar de meeste gedoneerde organen bij leven worden gedoneerd. Daar is het post mortem doneren van organen uit culturele of religieuze overwegingen vaak ‘not done’.”

Drempel verder verlagen

Kijkend naar de toekomst stelt Minnee dat transplantatie van bij leven gedoneerde levers ‘here to stay’ is. Of het aandeel bij leven gedoneerde levers de komende jaren verder zal stijgen, is lastig in te schatten, vindt Minnee. “Het blijft een risicovolle en complexe procedure, waarbij veiligheid voor de donor topprioriteit heeft.” Hij hoopt dat het met de robot uitnemen van het deel van de lever de drempel om te doneren verder verlaagt. “Want daardoor is de postoperatieve pijn minder en ook de opnameduur in het ziekenhuis korter.”

Referentie: Chorley AJ, et al. Developing an adult living donor liver transplant program in western Europe: the Rotterdam experience. Transpl Intt. 2025;38:14442.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Zorgverleners slaan handen ineen tegen handel in recept­medicatie

Een nieuw protocol helpt voorschrijvers om handel van receptmedicatie bij kwetsbare groepen tegen te gaan. Marleen Horsting en Lennart Wasmoeth lichten de achtergrond hiervan toe. “Op straat wordt pregabaline ook wel ‘madame courage’ genoemd.”

‘Er is zoveel ervarings­kennis onder genees­kunde­student­en, zonde om die niet te gebruiken’

Geneeskundestudenten met een chronische ziekte hebben ervaring als patiënt en weten hoe het is om met een aandoening te leven. Het programma ‘Medische dubbeltalenten’ zet die ervaringskennis in het onderwijs in. Dubbeltalent Soete Meertens vertelt.

Chronische pijn anders bekeken

Oud-huisarts Henk van der Veen stelt dat chronische pijn niet onverklaarbaar is, maar verkeerd wordt beoordeeld. “Patiënten kunnen hun pijn meestal heel precies aanwijzen. Maar artsen doen daar te weinig mee.”

Casus: vrouw met aanhoudende benauwd­heid ondanks inhalatie­medicatie

Een 32-jarige vrouw met astma vanaf de kinderleeftijd wordt verwezen naar de longarts vanwege persisterende benauwdheid en een drukkend gevoel op de borst, ondanks stapsgewijze ophoging van de inhalatiemedicatie. Wat is uw diagnose?

‘In Bloesem werken onderzoekers uit de wijk en van de universiteit nauw samen’

Onderzoek in aandachtswijken is vaak complex, mede doordat bewoners amper worden bereikt. In project Bloesem in de Haagse wijk Moerwijk doen ze het anders, vertelt Nienke Slagboom. “Hier maken bewoners zelf deel uit van het onderzoeksteam.”

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?

Als de arts nep blijkt: medische misleiding met deepfakes

Steeds vaker duiken deepfakevideo’s op waarin artsen medicijnen aanprijzen. Leonie Hulstein noemt dit een zorgwekkende ontwikkeling. “Dit gaat over gezondheid. Dat maakt het gevaarlijker dan andere vormen van nepcontent.”

Medicatie belangrijke oorzaak van bezoek aan de spoedeisende hulp

Bij 17% van de SEH-bezoeken zonder opname speelt medicatie een rol, en meer dan een derde daarvan is vermijdbaar, zo vertelt Rehana Rahman. “De herkenning van deze bezoeken zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken op de SEH.”

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?

‘Leren reanimeren doe je altijd voor een ander, nooit voor jezelf’

Burgerhulpverleners starten in Nederland het merendeel van de reanimaties bij een hartstilstand, maar hun aantal is nog onvoldoende. Leonie van der Leest: “Zorgverleners kunnen mensen hierop attenderen: leer reanimeren, je redt er mensenlevens mee.”